Hoe zou het toch komen dat we het volstrekt normaal vinden dat een Japanner pianomuziek van Schubert of Mozart kan spelen, terwijl we ons niet kunnen voorstellen dat een Europeaan in de opera van Peking zou zingen?
...

Hoe zou het toch komen dat we het volstrekt normaal vinden dat een Japanner pianomuziek van Schubert of Mozart kan spelen, terwijl we ons niet kunnen voorstellen dat een Europeaan in de opera van Peking zou zingen? Die vraag gebruikte Ian Buruma enige jaren geleden als uitgangspunt voor een essay (de elfde Van der Leeuw-lezing in Groningen) over de "unieke cultuur" van het Oosten. Het is een misverstand te denken dat de westerse cultuur universeel is en alle andere culturen eigenaardig, waarschuwt Buruma. Onze kijk op Azië is verpest door oriëntalisme. De term is van Edward Saïd, die daarmee voornamelijk op het Midden-Oosten doelde, maar hij is tegenwoordig ook van toepassing op bijvoorbeeld Japan of Zuidoost-Azië. "Oriëntalisten schiepen een beeld van het Westen als mannelijk, ondernemend en werklustig, en van het Oosten als precies het tegenovergestelde: vrouwelijk, passief en genotzuchtig." In zijn nieuwste boek "Oosterse arcadiën" vertelt Buruma over zijn eigen worsteling met de Oriënt. Er wonen twee zielen in zijn borst, zoals de oorspronkelijke Engelse titel ( "The Missionary and the Libertine. Love and War in the East and West") mooi aangeeft. Buruma (Britse moeder, Nederlandse vader) studeerde sinologie in Leiden in de jaren zeventig, maar anders dan zijn generatiegenoten prefereerde hij "de libertijnse, sensuele bekoring" van Japan boven de zendingsdrang van het maoïsme ( "een als politiek vermomde utopische religie"). JAPANSE SEKS EN PADVINDERIJSinds Rudyard Kipling geloven we in een onoverbrugbare kloof tussen Europeanen en oosterlingen: "For East is East and West is West, And never the twain shall meet". Dat soort clichés over de mysterieuze, ondoorgrondelijke oosterling is aan Buruma niet besteed. Hij woonde bijna twintig jaar in Tokio en Hongkong, is met een Japanse getrouwd. Maar toch: "Mijn ervaring is dat veel westerlingen in Japan in de praktijk zo snel heen en weer zwalken tussen de polen liefde en haat dat er een soort mentale zeeziekte door kan ontstaan. Als het zover komt kun je beter vertrekken." Buruma is inmiddels verhuisd naar Londen. De in "Oosterse arcadiën" gebundelde essays verschenen eerder in The New York Review of Books en The Far Eastern Economic Review. Buruma behandelt een breed scala aan onderwerpen: hij schrijft even zwierig en erudiet over Louis Couperus, Yukio Mishima en V.S. Naipaul als over Japanse seks, de padvinderij van Baden-Powell of de Olympische Spelen in Seoul. Daarnaast bevat het boek ook journalistieke bijdragen, geschreven tussen 1985 en 1995. En dat wringt: journalistiek - ook edeljournalistiek - is, net als yoghurt, aan bederf onderhevig. In deze bundel is de houdbaarheidsdatum hier en daar duidelijk overschreden. Buruma ging bijvoorbeeld op zoek naar een verklaring voor de enorme economische expansie in Azië, op het moment dat de westerse economieën stagneerden. Hij ontdekte dat er een ommekeer had plaatsgevonden: "Vanuit het officiële standpunt van China, Singapore, Maleisië, Zuid-Korea en Japan vormen Europa en de Verenigde Staten nu geen model meer van mannelijke kracht maar integendeel van decadentie, libertinisme en laksheid. Woordvoerders van zogeheten Aziatische waarden verheerlijken de superieure discipline, energie en bedrijvigheid van het Oosten. (...) En zoals Aziatische nationalisten eens de gespierde deugden van het westers imperialisme overnamen, lopen er in het Westen momenteel conservatieven rond die ervan dromen een oosterse zweep te leggen over westerse libertijnen."HEDEN PAPIEREN TIJGERSHet is een aardige constatering, maar er ligt inmiddels flink wat stof op. Sinds de beurzen van Hongkong, Jakarta en Bangkok crashten, is er van het Aziatische model niet veel meer over. De Aziatische tijgers bleken van papier maché gemaakt. De rampspoed die het Verre Oosten treft, bewijst andermaal hoe gevaarlijk het is culturele verklaringen te zoeken voor economische of politieke ontwikkelingen - zoals Buruma elders schrijft. Anders dan bijvoorbeeld Samuel P. Huntington gelooft hij niet dat toekomstige conflicten zich zullen voltrekken langs "culturele breuklijnen" tussen de beschavingen. Net zo min als hij gelooft in de wetmatigheden van de geschiedenis: Thailand bijvoorbeeld had net zo arm kunnen zijn als Birma, en het had in Frankrijk ten tijde van de Dreyfus-affaire net zo goed fout kunnen gaan als in Duitsland ten tijde van de Weimar-republiek. Een mens wordt niet dommer van een boek als "Oosterse arcadiën". Het past perfect in de vakantiekoffer, naast de Lonely Planet. En het is zeer geschikt om onder een palmboom te lezen. Ian Buruma, "Oosterse arcadiën", Atlas, Amsterdam, 399 blz., 998 fr.Piet Piryns