De oprukkende vogelgriep demonstreert nog maar eens hoe moorddadig de natuur toeslaat zodra zij het middel daartoe gevonden heeft. Met wilde zwanen en eenden als vehikel vond een virus de weg van Azië naar Afrika en Europa. Besmette vogels infecteren andere vogels, zoogdieren en mensen, waardoor wereldwijd niemand nog veilig is voor deze minuscule killer met planetaire reikwijdte. Zo werkt de natuur, geniepig, in het verborgene, en meedogenloos.
...

De oprukkende vogelgriep demonstreert nog maar eens hoe moorddadig de natuur toeslaat zodra zij het middel daartoe gevonden heeft. Met wilde zwanen en eenden als vehikel vond een virus de weg van Azië naar Afrika en Europa. Besmette vogels infecteren andere vogels, zoogdieren en mensen, waardoor wereldwijd niemand nog veilig is voor deze minuscule killer met planetaire reikwijdte. Zo werkt de natuur, geniepig, in het verborgene, en meedogenloos. Voeg daaraan de kwaliteiten toe van het menselijk intellect, en er ontstaat een combinatie die in dodelijke kracht alle prestaties van de natuur overtreft. De twintigste eeuw nam elke illusie weg over de vernielingskracht die de mens bereid is te ontplooien. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werden voor het eerst wapens ingezet voor de grootschalige uitroeiing van leven: automatische machinegeweren, gifgassen en vliegtuigen. Maar de natuur laat zich niet makkelijk overtroeven. Nauwelijks zwegen de wapens of een griepepidemie brak uit die wereldwijd 50 miljoen mensen doodde, méér dan er slachtoffers vielen in de Grote Oorlog. De griep van 1918 was een vogelgriep die oversloeg op de mens. Dat alles is haast een eeuw geleden. Mens en natuur wisselden elkaar af in golven van verdelging die over de aarde spoelden. Ondertussen groeide een diabolische combinatie die het virus van 1918 terugbracht. De epidemie die de wereld nu teistert, is niet die van 1918 die terugkeert, en is niet door mensen gemaakt, en toch is het dodelijke virus van destijds herrezen. Wetenschappers troffen genen ervan aan in bewaarde longweefsels van mensen die in 1918 aan de ziekte overleden. Zo konden zij het genoom ervan reconstrueren en het virus zelf opnieuw samenstellen. De uitzonderlijk dodelijke kracht ervan werd ondertussen door experimenten op dieren bevestigd. Zich bewust van het gevaar voerden de onderzoekers hun experimenten uit binnen de veilige muren van Amerikaanse militaire laboratoria gespecialiseerd in de strijd tegen het bioterrorisme. Maar vorig jaar kwamen ze ermee naar buiten. Niet met het virus, maar met iets gelijkaardigs: de informatie over zijn samenstelling. Het volledige genoom werd gepubliceerd op het internet in de Genbank Database. Dit betekent dat de kennis die nodig is voor de productie van een massavernietigingswapen voortaan vrij beschikbaar is. Het is niet eenvoudig een virus te fabriceren, maar het is uitvoerbaar, in elk geval minder moeilijk dan de vervaardiging van een atoombom. De dodende kracht ervan kan wel vele malen groter zijn dan die van een nucleair tuig. De onderzoekers verantwoorden hun handelwijze door erop te wijzen dat kennis van de structuur van het virus van 1918 nodig is om vaccins te kunnen ontwikkelen tegen toekomstige epidemieën en om te leren hoe bescherming geboden kan worden tegen aanslagen met biologische wapens. Maar deze redeneringen houden geen steek. Het gevaar invoeren om er een bescherming tegen te kunnen zoeken, is een absurde praktijk. Toekomstige epidemieën zullen veroorzaakt worden door ziekteverwekkers die niet verwant zijn aan het virus van weleer. Als het ooit nodig zou zijn zich te laten inenten tegen de oude killer van 1918 zal het zijn omdat hij ontsnapt is (of vrijgelaten) uit de laboratoria waarin hij opnieuw verwekt werd. Waar de mens van de natuur leert hoe dodelijke kiemen te maken en de verloren wapens dan aan de natuur teruggeeft, is de biologische oorlogvoering begonnen. Gerard Bodifée