Met slechts een handvol uitgezuiverde basisvormen toont Jean Pierre Raynaud hoe hij in de wereld staat. Hij, belast met het vroege trauma door de dood van zijn vader in een Geallieerd bombardement nabij Parijs in 1943. Hij, mensenschuw en wereldvreemd, opgeleid als tuinman en van lieverlede beland in de tuin der kunsten, met medeneming van een basissymbool - de bloempot. De wereld zoals hij was, toen: Koude Oorlog en kerngevaar, properheid, anonimiteit en standaardisering in stedenbouw, ziekenhuis- en begrafenisindustrie... In de jaren zestig de consumptie- en de tegencultuur, vrolijk verenigd in de kleurrijke objecten van de pop art. De Franse pops met een iets bijtender touch: de afvalassemblages van Arman, de geperste auto's van César, de antropomorfe machines van Jean Tinguély, de ontbijtresten van Daniel Spoerri.
...

Met slechts een handvol uitgezuiverde basisvormen toont Jean Pierre Raynaud hoe hij in de wereld staat. Hij, belast met het vroege trauma door de dood van zijn vader in een Geallieerd bombardement nabij Parijs in 1943. Hij, mensenschuw en wereldvreemd, opgeleid als tuinman en van lieverlede beland in de tuin der kunsten, met medeneming van een basissymbool - de bloempot. De wereld zoals hij was, toen: Koude Oorlog en kerngevaar, properheid, anonimiteit en standaardisering in stedenbouw, ziekenhuis- en begrafenisindustrie... In de jaren zestig de consumptie- en de tegencultuur, vrolijk verenigd in de kleurrijke objecten van de pop art. De Franse pops met een iets bijtender touch: de afvalassemblages van Arman, de geperste auto's van César, de antropomorfe machines van Jean Tinguély, de ontbijtresten van Daniel Spoerri. In hun kielzog koos de jonge Raynaud objecten uit, maar gaf ze meteen een psychologische betekenis. Ze zijn de emblemen van zijn innerlijk leven ( psycho-objets), en hebben tegelijk de signaalwaarde van een cleane, gevaarlijke wereld. Het verbodsteken uit het verkeer werd een universeel symbool. De bloempot met zijn belofte van kiemkracht en groei, werd afgedekt en gecementeerd. De witte tegel met zijn sanitaire connotaties zou alles bedekken wat de kunstenaar schikte te bouwen, tot zijn privé-woning toe. In combinatie met voegen uit zwarte cement en met metalen haken en ringen maakte hij er ook een soort uitgepuurde muurvlakken mee. Morbide associaties met seriegewijze martelpraktijken komen op, naast meer contemplatieve bijgedachten aan een zuiverheidsideaal en kloosterlijke geloftes van soberheid en ontbering. Jean Pierre Raynaud kapselde zich in, in benauwende ruimten waar hij containers, vergaarbakken, brandblusapparaten, peilstokken en soortgelijke accessoires van de inbunkeringsgedachte aanbracht. De symboliek van de spaarzame kleuren liegt er niet om. Tegenover het wit van ruimten die smetvrij gemaakt zijn, stak Raynaud zijn psycho-objecten in het agressiefste, scherpste rood wat hij maar kon vinden. Navraag in een pompierskazerne bracht hem op vermiljoen 521. Hij liet zorgvuldig na om de objecten van ook maar enig persoonlijk signatuur te voorzien, zodat ze voluit hun industriële karakter bewaren. Meer nog, hij liet ze seriegewijs aanrukken en in een weldoordachte mise-en-scène sterk op de ruimte ingrijpen. Het onpersoonlijke en het industriële kantelen - in de blik van de beschouwer - plots in de neurose en het dwangmatige, op het moment waarop het beeldende en het ruimtelijke effect in elkaar klikken: there is no escape. De Tilburgse stichting voor hedendaagse kunst De Pont heeft met veel inlevingsvermogen een selectief retrospectief gemaakt dat de vitale knopen in de wereld van Jean Pierre Raynaud stoffeert met uitgelezen werken in een uitgepuurd parcours, helemaal in de geest van de kunstenaar (die trouwens zijn medewerking verleende). In een nog magerder versie dan de recente overzichtstentoonstelling in het Parijse Jeu de Paume, wint dit "alarmerende en contemplatieve" oeuvre nog aan intensiteit en suggestieve kracht. EEN WARME RELATIEZo'n vitale knoop is verbonden met de geschiedenis van het huis dat Raynaud in 1969 begon te bouwen in La Celle-Saint-Cloud nabij Parijs. Bedoeld om er met z'n gezin in te wonen, voelde hij er zich algauw niet meer op zijn gemak: te gewoontjes, niet berekend op de strenge vereisten van zijn kunstenaarschap. Hij scheidde van zijn vrouw, en sloot zich op in het huis waarvan hij de binnenmuren één voor één met witte tegeltjes bezette. Met wat voor gewone stervelingen een "inert" en "koud" materiaal is, begon Raynaud een warme, zoniet intieme relatie. Kennelijk weer helemaal bezeten van zijn oorlogstrauma, gaf hij de buitenkant van zijn huis het uitzicht van een bunker, metselde alle ramen dicht, op een smal kijkgat na, en zette de boel af met prikkeldraad. Dan kwam het toeval tussenbeide. Hij werd in 1975 gevraagd om het cisterciënzerklooster in Noirlac van glasramen te voorzien. Geïnspireerd op z'n eigen wandobjecten, Carrelages en Grillages, werkte hij delicaat geritmeerde, op lineaire verschuivingen spelende rasterpatronen uit, aangepast aan de eisen van de kloosterlijke geest en architectuur, aan het licht en het materiaal. Hoe die van een strenge schoonheid getuigende ramen tegelijk de wereld binnenlaten en de gesloten gemeenschap er duidelijk buiten laten blijven, bleef op de kunstenaar nawerken. Aangeraakt ook door het licht, begon hij in zijn eigen huis kamer voor kamer open te maken en van ramen te voorzien, in de geest van Noirlac. Eenmaal de opening geforceerd, begon Raynaud stelselmatig de kamers te voorzien van architecturale, decoratieve, florale en artistieke toevoegingen. Op het moment dat er niets meer toe te voegen viel, dat hij de absolute schoonheid gerealiseerd zag, nam hij het dramatische besluit om het huis af te breken. De brokstukken werden verzameld in honderden metalen bekkens. Op hun rubberen wieltjes zijn ze geschikt om overal waar de kunstenaar-nomade komt, geëtaleerd te worden in een formatie van zijn keuze, naar gelang van de ruimte. "La Maison", te zien in De Pont, is een indrukwekkend memoriaal van een leven, een huis, gemaakt met de resten van beide - Jean Pierre Raynaud is zestig jaar. Van het hele verhaal is ook een filmpje gemaakt, dat permanent wordt vertoond. En zeer Mondriaans is de "Eerste studie voor Noirlac"(1975) in inkt op doek, dat een zaal met smetteloze Carrelages een gevoelig accent geeft. Het type oorlog waar de kunstenaar voor blijft waarschuwen, is de onzichtbare en verschrikkelijke, die de hele wereld brandschoon kan vegen. Hij is niet te onderscheiden van een atoomramp, genre Tsjernobyl zeg maar, of van een massale inzet van chemisch en bacteriologisch vernietigingsmateriaal. De installatie "Ruban Trisecteur" ('94) bestaat uit acht dozen rode en gele waarschuwingstape met het kernenergieteken, uitgestald voor een grote zwartwitfoto van een atoomontploffing. "Signaletic" is een wandvullende ophanging van 176 aluminium borden, waarschuwend voor ontvlambaar gas (rood), gifgas (wit), niet-ontvlambaar gas (groen) en organisch peroxide (geel). Vlak in de buurt staat een kleine witte "Container" met wijdopen deuren. Op de wit betegelde wanden van de simpele box is een schild bevestigd: een wit kruis op een zwart veld. Een rood kruis op wit veld had redding kunnen betekenen. Jean Pierre Raynauds meest recente embleem is de Franse driekleur, uitgewerkt in stevig doek als voor een schilderij, de kleurenbanden zichtbaar in de stof gestikt. Deze "Drapeaux", bij de Pont in één kleine versie (80x120 cm) en acht grote (2x2 m) naast elkaar opgehangen, behouden uiteraard hun gangbare betekenis van nationale identificatietekens, temeer daar de kunstenaar zich zoals gewoonlijk onthoudt van het aanbrengen van een persoonlijk signatuur. Door de specifieke behandeling wordt de vlag niettemin rijker aan associaties. Hij maakt de driekleur tot een serieel object, dat hij in achtvoud als een lange fries aanbrengt op de grote witte zijwand van De Pont. In deze ruimte maakt het vlaggenwerk dezelfde lijn als het steenkoolpad en het op de tegenoverstaande wand geschilderde wandelpad van Richard Long, en harmonieert op subtiele wijze met de idee van repetitie en minimaliteit in deze werken van de grote Britse land-artkunstenaar. Anderzijds laat de onmiddellijke nabijheid van z'n eigen lugubere "Container" de notie van alarm afstralen op de Franse vlag. Raynaud is een man van simpele tekens die tot complexe interpretaties uitnodigen. VOREN TREKKENRepetitie en minimale middelen zijn ook bepalend in de manier waarop Bettie van Haaster (42) schilderend een wereld construeert. Kleine schilderijen van een eender formaat (35 bij 25 cm), alle op ooghoogte opgehangen, ritmeren de vier binnenwanden van een grote witte De Pont-ruimte in een rondgaande beweging. Elk doek lijkt een fragment te zien te geven van een landschap waarvan het volgend werk een ander deeltje toont. Er komt maar geen einde - en was er een begin? - aan deze van bovenuit bekeken, vette verfpolders waar de schilder zelf doorheen gegaan is als iemand die voren trekt. Van onveranderlijk hetzelfde vaalgeel, wit, grijs, room en zwart, zijn de paden, landingsbanen, percelen land, landwegen met uitstulpende randen. Waar ze allemaal naar toe lopen, is een raadsel, en dat moet ook, want de verkaveling is gericht op de verkenning van onbekende picturale velden. Het landschappelijke wordt dan een mentaal gegeven. Het geven van structuur sluit aan op het verlangen naar betreedbare landschappelijkheid, terwijl het intuïtieve schildersgebaar het grillig zinnelijke volgt, en de onvoorspelbare drang tot spelen van de vrije geest. Die twee liggen mooi in balans bij Bettie van Haaster. De pasteuze, energiek getrokken verfbanen zinderen van licht en lijken aan samentrekkingen en uitzettingen onderhevig, als waren ze op een vulkanische ondergrond aangebracht. Waar de grond een opstuwende beweging maakt, gaat de verf letterlijk rechtop staan op het schilderij. Een blik van nabij raakt gefascineerd door de uiterst tactiele opbreng van de materie, terwijl de afstandname gevoelig maakt voor de in kaart gebrachte nieuwe wereld, wat een spiritueel avontuur van de eerste orde is. De in Amsterdam levende kunstenares - bij ons een grote onbekende hoewel ze al vijftien jaar schildert en in 1989 de Prix de Rome voor schilderkunst won - houdt er een particuliere werkwijze op na. Als stond ze boven een kaart gebogen, schildert ze staande, nat-in-nat, met de tafel als palet. Haar voorkeur voor het kleine formaat heeft te maken met de noodzaak om het spontane en snelle gebaar als bij een tekening enigszins te benaderen. Bij de zelfstandige tekeningen en schetsboeken die De Pont in een belendende ruimte etaleert, zit werk wat op een lichtere maar even fascinerende manier structuur en landschappelijkheid verweeft, naast speelse experimenten met de beeldende mogelijkheden van de niet al te voorbedachte lijn.BEDRUKTE STOFFENExperiment op basis van een klassiek genre is zeker aan Wilma Kuil (49) besteed, die een solotentoonstelling kreeg op een boogscheut van De Pont, in het Nederlands Textielmuseum. Niet geholpen door de ronduit ongeschikte tentoonstellingsruimte en de slordige ophanging, komen haar transposities van zeventiende-eeuwse stillevenmotieven op bedrukte stoffen slecht tot hun recht. De vraag blijft bovendien of haar nochtans erg subtiele schilderingen of digitale prints op stof niet een gebrek aan inhoud maskeren: een traditioneel genre vrij werktuigelijk toegepast op textiel, hoe keurig uitgezocht naar kleur en textuur ook. Niet intens genoeg voor kunst, té druk voor decoratie. Stukken overtuigender zijn haar kleurenfoto's van actuele stillevens, gegrepen uit het arsenaal van wat mensen van alle mogelijke leeftijden en sociale klassen zoal bij zich thuis verzamelen. Wanneer Wilma Kuil die foto's dan in de vorm van digitale prints op polyester tot respectievelijk een groot "Huiskamergordijn" en een "Bloemstillevengordijn" samenbrengt, ontstaan grootse fresco's van het alledaagse, stilstaande leven. Een ondertoon van alarm en contemplatie dringt naar boven.Jean Pierre Raynaud tot 27.6 en Bettie van Haaster tot 16.5 in De Pont, Wilhelminapark 1, Tilburg. Open van di. t/m. zo. 11-17 uur. Ma. gesloten./Wilma Kuil tot 9.5 in het Nederlands Textielmuseum, Goirkestraat 96, Tilburg. Open van di. t/m. vrij. van 10 tot 17 u., za. en zo. van 12 tot 17 u. Gesloten op ma.Jan Braet