Vijf jaar na zijn aanstelling is Bashar Al-Assad (38) nog altijd een bijzonder jonge president. Als zijn vader in juni 2000 overlijdt, moet de Syrische volksvergadering zelfs de wettelijk vastgelegde minimumleeftijd van 40 jaar omzeilen om de nieuwe president te benoemen. De functie was aanvankelijk weggelegd voor Bashars oudere broer Basil, maar die sterft in 1994 in een verkeersongeval. Bashar Al-Assad was in de jaren tachtig naar Londen vertrokken om oogheelkunde te studeren en leefde tot dan in de anonimiteit van de Engelse hoofdstad.
...

Vijf jaar na zijn aanstelling is Bashar Al-Assad (38) nog altijd een bijzonder jonge president. Als zijn vader in juni 2000 overlijdt, moet de Syrische volksvergadering zelfs de wettelijk vastgelegde minimumleeftijd van 40 jaar omzeilen om de nieuwe president te benoemen. De functie was aanvankelijk weggelegd voor Bashars oudere broer Basil, maar die sterft in 1994 in een verkeersongeval. Bashar Al-Assad was in de jaren tachtig naar Londen vertrokken om oogheelkunde te studeren en leefde tot dan in de anonimiteit van de Engelse hoofdstad. Aangezien vader Hafiz bij het overlijden van zijn oudste zoon al ziek is, keert Bashar meteen terug naar zijn geboorteland, waar hij klaargestoomd wordt voor het hoogste ambt. Met succes, zo blijkt bij de wissel van de macht zes jaar later. Onder meer met een opgemerkte internetcampagne profileert Bashar Al-Assad zich als een moderne jongeman die de economie van zijn land nieuw leven kan inblazen. Als nieuwe stafchef van het leger stuurt hij meteen enkele oude officieren in ruste en vervangt hen door politieke bondgenoten. 'Op binnenlands gebied is er de voorbije jaren ook wel wat veranderd', meldde de Syrische schrijver en liberale dissident Ammar Abdulhamid enkele weken geleden in The New York Times. De leeftijdsgenoot van de president besloot eind vorig jaar dat de toestand in zijn thuisland voldoende veilig was om zijn verblijf in Washington te beëindigen en terug te keren naar zijn familie in Damascus. Tot grote tevredenheid van internationale mensenrechtenorganisaties heeft Al-Assad de afgelopen maanden honderden politiek gevangenen vrijgelaten. Abdulhamid heeft zich zijn terugkeer nog niet beklaagd. Maar hij is dan ook een optimist, geeft hij toe. 'Ondanks die minuscule hoopgevende signalen is er van een noemenswaardige Syrische oppositie nog steeds geen sprake. Laat staan dat Al-Assad in de nabije toekomst aan verkiezingen zou denken.' Tracht Al-Assad zijn binnenlands beleid nog enigszins op een moderne leest te schoeien, in zijn externe relaties zit hij op dezelfde golflengte als wijlen vader Hafiz. Van hem erfde hij niet alleen zijn uitgesproken conservatieve hofhouding binnen de verstarde Baath-partij, maar ook de lange lijst heikele buitenlandse dossiers die Syrië al enkele decennia achtervolgt. De ruzie met grootste buur Turkije is grotendeels bijgelegd, maar aan alle overige grenzen stapelen de problemen zich op. Al-Assad staat erbij en kijkt ernaar. Dat kort na zijn aantreden in 2000 de tweede intifada losbarstte, heeft het plaatje er niet op vereenvoudigd. Om maar een voorbeeld te geven: de Israëlische bezetting van de Golanhoogte, een gebied van iets meer dan 1000 vierkante kilometer in het zuiden van Syrië, waarover beide partijen al herhaaldelijk onderhandelingen hebben opgestart. In 1995 leek er een oplossing in de maak, tot de Israëlische premier Yitzhak Rabin vermoord werd. 'Tachtig procent van de problemen was toen van de baan', antwoordt Al-Assad op de Israëlische voorwaarde om vanaf nul te herbeginnen. 'Waarom kunnen we niet gewoon op basis van die resterende twintig procent onderhandelen?'Tegenover die Syrische vraag stelt de Israëlisch-Amerikaanse coalitie een hele rist eisen en beschuldigingen. Washington viseert Syrië al geruime tijd als 'overheidssponsor' van nagenoeg alle belangrijke terreurgroepen in het Midden-Oosten. Zowel Hamas als de Islamitische Jihad zouden rechtstreeks uit de hand van Al-Assad eten en de financiële steun aan de Hezbollah-milities in het zuiden van Libanon houdt de druk op Israël hoog. Syrië is het enige Arabische land dat zich de afgelopen jaren gewaagd heeft aan een duidelijke stellingname tegen de Amerikaanse oorlog in buurland Irak. De andere staten uit de regio hebben hun protest tegen de bezetting al bij al snel ingeslikt, waardoor Syrië zich gaandeweg ook binnen de Arabische wereld steeds verder heeft geïsoleerd. Vooral de lange gemeenschappelijke grens waarlangs medestanders van Saddam Hoessein zich zonder veel hinder uit de voeten konden maken en het verzet tegen de overgangsregering organiseerden, wekte wrevel bij de Amerikanen. Voeg daarbij de geruchten dat Syrië in het geheim atoomwapens aan het ontwikkelen is, en er hoeft niet veel meer te gebeuren vooraleer het land wordt toegevoegd aan het Amerikaanse lijstje van schurkenstaten. Ondanks de onwil om in te gaan op de Amerikaanse eisen, slaagden Al-Assad en zijn militaire entourage er de afgelopen jaren in om uit het oog van de storm te blijven. President George Bush schortte dan wel de handelsbetrekkingen met het land op, veel indruk heeft dat niet gemaakt, aangezien Syrië voor zijn export hoofdzakelijk afhangt van de Europese markt. Pas vorig jaar september werd de toestand van Syrië een stuk penibeler, toen de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties resolutie 1559 goedkeurde, waarin staat dat alle buitenlandse - lees: Syrische - troepen Libanon moeten verlaten. Syrië heeft nog altijd 15.000 soldaten in het kleine buurland en de pro-Syrische president Emile Lahoud neemt geen belangrijke politieke beslissingen zonder eerst het oor te luister te leggen bij zijn beschermheren in Damascus. Na zes jaar aan de macht was Lahoud vorig jaar niet meer verkiesbaar, maar via een grondwetswijziging slaagde Al-Assad erin om zijn belangrijkste pion in Libanon alsnog aan het roer te houden. Tot grote ergernis van de Libanezen en Frankrijk, die het land eindelijk willen ontdoen van het Syrische juk. Veel Franse inspanningen waren er niet nodig om de VS te overtuigen van het belang van resolutie 1559. Zolang de internationale gemeenschap geen praktische gevolgen koppelt aan de niet-naleving, maakt Al-Assad zich weinig zorgen. Tegenover zijn bevolking verschuilt hij zijn belabberde internationale imago achter de bezoeken van parlementaire delegaties uit alle hoeken van de wereld en de opmerkelijke vriendelijkheid waarmee Rusland hem behandelt. Russische raketleveringen aan Syrië zorgden enkele weken geleden nog voor een stevige diplomatieke rel tussen Israël en Rusland. Het valt echter te betwijfelen of president Vladimir Poetin ook in hoge nood de kant van Syrië zou kiezen. De bomaanslag op de Libanese ex-premier Rafik Hariri vorige week bracht een dergelijke crisissituatie plots een grote stap dichterbij. Hoewel de daders van de bloedige moordpartij niet gekend zijn, eisten de VS de onmiddellijke terugtrekking van alle Syrische troepen uit Libanon. In afwachting haalde Washington zijn ambassadeur Margaret Scobey terug uit Damascus voor spoedoverleg, een diplomatieke actie die aangeeft dat het de VS menens is. Al-Assads geloofwaardigheid krijgt door de nieuwe opflakkering van het geweld in zijn Libanese achtertuin een flinke deuk. Totnogtoe heeft hij immers altijd geargumenteerd dat de Syrische aanwezigheid de garantie was voor de stabiele situatie in Libanon, dat gekenmerkt wordt door een grote politieke verdeeldheid. De dagelijkse confrontatie met de Amerikaanse acties in buurland Irak en de verhoogde westerse dreiging aan het adres van Iran hebben de nervositeit bij Al-Assad flink doen toenemen. Veel kanten kan hij daarmee niet op. Van Irak moet hij geen hulp meer verwachten. Integendeel, hoe beter de Amerikanen daar slagen in hun democratiseringsproces, hoe onrustiger Al-Assad zich zal gaan voelen. Een Amerikaanse militaire ingreep in Syrië mag op dit moment dan al onwaarschijnlijk zijn, de president houdt er wel degelijk rekening mee. In zijn speurtocht naar een opening, vond het Baath-regime na de aanslagen in Beiroet maar één vluchtheuvel: Iran, dat nog veel meer te vrezen heeft van de groeiende westerse druk. De Syrische premier Mohammed Naji Ottri kreeg tijdens zijn bezoek aan Teheran van president Mohammed Khatami de garantie dat Iran zijn land 'zal bijstaan om de bedreigingen het hoofd te bieden'. Anderzijds haastte Syrië zich om wereldkundig te maken dat het gemeenschappelijke front van beide landen niet als een bondgenootschap tegen Washington moest worden gezien. Bashar Al-Assad hoedt zich voor een gespierd antwoord op de Amerikaanse eisen, maar merkt ook wel dat hij de groeiende druk niet stilzwijgend kan blijven trotseren. Hannes CattebekeAan alle Syrische grenzen stapelen de problemen zich op. Al-Assad staat erbij en kijkt ernaar.