Hij moet op dit moment haast even populair zijn als daddy na de Golfoorlog. En toch heeft George Bush jr. de voorbije week op geen enkel moment blijk gegeven van leiderschap. Aan zijn eerste reactie in Florida (' we'll find those folks who committed this act') was te horen dat hij het deze keer zonder scriptwriter moest stellen. Het is nog altijd onduidelijk of het echt nodig was dat hij in een bunker in Nebraska ging schuilen. Het feit dat hij die dinsdag pas in de vooravond naar Washington terugkeerde en niet eerder dan vrijdagmiddag in New York arriveerde, riep pijnlijke herinnerin...

Hij moet op dit moment haast even populair zijn als daddy na de Golfoorlog. En toch heeft George Bush jr. de voorbije week op geen enkel moment blijk gegeven van leiderschap. Aan zijn eerste reactie in Florida (' we'll find those folks who committed this act') was te horen dat hij het deze keer zonder scriptwriter moest stellen. Het is nog altijd onduidelijk of het echt nodig was dat hij in een bunker in Nebraska ging schuilen. Het feit dat hij die dinsdag pas in de vooravond naar Washington terugkeerde en niet eerder dan vrijdagmiddag in New York arriveerde, riep pijnlijke herinneringen op aan zijn Russische collega Vladimir Poetin, die na de ramp met de Koersk in zijn datsja bleef zitten. En de houtenklazerige manier waarop hij, met een bakelieten telefoon, de burgemeester van New York opbelde, was bijna gênant: ' Make no mistake. Ik ben een gevoelig man, maar ik ben ook iemand die een opdracht te vervullen heeft.' Hij zei het wel opvallend vaak, de voorbije dagen, make no mistake, als wou hij vooral zichzelf van zijn gelijk overtuigen. Dit is niet het moment om je vrolijk te maken over de versprekingen, de dyslexie of de lichaamstaal van Bush. Natuurlijk zou Bill Clinton dat met meer flair hebben gedaan. Maar een president moet niet op zijn stijl beoordeeld worden. Belangrijker is de kwestie die de Nederlandse minister-president Wim Kok al onmiddellijk na de aanslag aan de orde stelde, toen hij de hoop uitsprak dat Bush 'het hoofd koel zou houden'. Er zijn redenen om daaraan te twijfelen. Wie de toespraken van Bush van de voorbije weken goed beluisterde, hoorde voortdurend als een soort mantra verwijzingen naar Goed & Kwaad (' a monumental struggle of good versus evil'). Het ging over God en het ging over oorlog. Nu is dat soort retoriek in de Amerikaanse politiek niet ongewoon: ook Kennedy, Carter, Reagan en Clinton wendden zich rechtstreeks tot de Allerhoogste, als dat van pas kwam. Maar, anders dan Bush, kon men hen niet verdenken van christelijk fundamentalisme. Als de Amerikaanse president om de haverklap een beroep doet op God om een oorlog te rechtvaardigen, lijkt dat sterk op een Amerikaanse variant van de Jihad. Het is in dit verband niet onbelangrijk dat Bush een aanhanger is van de predikant Billy Graham. Ooit vertelde hij in een interview met The Houston Times over een theologisch dispuut met zijn moeder. De vraag was: hebben alleen christenen toegang tot de hemelpoort? Zijn moeder dacht van niet, hij dacht van wel. Ten einde raad hadden ze toen Billy Graham gebeld en die had George gelijk gegeven. Drie dagen na de aanslag veranderde CNN zijn logo van ' America under attack' in ' America's new war'. De oorlogslogica lijkt het nu al gehaald te hebben. Natuurlijk zal Bush daar niet in zijn eentje over beslissen; hij heeft zich niet voor niets omringd met oudgedienden uit de regering van zijn vader zoals Dick Cheney en Colin Powell. Maar misschien is men er vorig jaar wat al te makkelijk van uitgegaan dat de keuze tussen George W. Bush en Al Gore er een was tussen lood en oud ijzer. Die paar duizend ponskaarten in Florida kunnen de loop van de wereldgeschiedenis wel degelijk beïnvloed hebben. Piet Piryns