In oktober 1943 was België al dik drie jaar door Duitsland bezet. Voldoende lang om eraan te wennen. Het zag er niet naar uit dat er de eerste tijd veel zou veranderen. Het gewone volk werd een halve eeuw geleden hoe dan ook niet vaak om zijn mening gevraagd, laat staan dat het iets vermocht tegen militaire overmacht. Het leven ging verder, in die context van oorlog, bezetting en - omdat een militaire machinerie een nietsontziende schrokop is - schaarste.
...

In oktober 1943 was België al dik drie jaar door Duitsland bezet. Voldoende lang om eraan te wennen. Het zag er niet naar uit dat er de eerste tijd veel zou veranderen. Het gewone volk werd een halve eeuw geleden hoe dan ook niet vaak om zijn mening gevraagd, laat staan dat het iets vermocht tegen militaire overmacht. Het leven ging verder, in die context van oorlog, bezetting en - omdat een militaire machinerie een nietsontziende schrokop is - schaarste. Dat dagelijkse bestaan is Rik Selleslags gaan fotograferen. Selleslags, vader van fotograaf Herman Selleslags, verdiende toen, najaar 1943, de kost bij het persagentschap Belga, dat geheel onder Duitse controle stond. Het leidde ertoe dat Selleslags - volgens zijn zoon zeker geen ideologische medestander van de bezetter - het bij de Bevrijding bij de repressierechtbank mocht gaan uitleggen en vijf jaar lang opgesloten bleef. Een selectie uit zijn nalatenschap wordt nu tentoongesteld in de Antwerpse galerie De Zwarte Panter. Achtentwintig foto's staan in het boek "Oktober '43", samen met gedichten van Hugo Claus. Niet toevallig hij. Voor Claus is de Tweede Wereldoorlog nog altijd een fundamentele existentiële referentie. Aanvankelijk zouden de foto's worden "geïllustreerd" met fragmenten uit Claus' belangrijkste roman "Het verdriet van België" (1983). Claus drong aan: liever originele gedichten. Selleslags foto's lenen zich nu eenmaal tot interpretatie en fabulatie, en dat is wat een schrijver doet. De beelden tonen de straat, tranches de vie, scènes uit het dagelijkse leven, waar vooral Franse fotografen als Henri Cartier-Bresson of Robert Doisneau zo sterk in waren. Zo staat in het boek een foto van over straat stappende kinderen, waarvan er één, vervuld van gelukkige trots, een hondje in de armen houdt als was het een baby. De foto brengt meteen een andere in de herinnering, die Cartier-Bresson later maakte in de Parijse rue Mouffetard van een lachend jongetje met twee grote flessen wijn. BROOD ALS EEN PAAR DURE SCHOENENSelleslags koos voor de dagelijkse bedrijvigheid in de volkse straten van onder andere de Brusselse Marollen. Het is altijd de vergeten straat, zoals in de gelijknamige roman van Louis Paul Boon. Het leven wordt er betrapt en de mensen poseren wel voor de fotograaf - lachend uit onwennigheid, want ze worden niet dikwijls belangrijk genoeg geacht om te worden gefotografeerd - maar er is niets gekunstelds aan, niets blijft verborgen. In die zin hebben de foto's niets te maken met de oorlog zelf. Als er al een Duitse soldaat voor de lens komt - één keer, een schaapachtig lachende man in feldgrau uniform - is hij er niet op zijn plaats. De oorlog speelt alleen een rol in de mate dat te vermoeden valt hoe de bezetting de miserie accentueert en uitvergroot. De zwarte markt is een frequent onderwerp van deze foto's: het gesjacher, de illegaliteit, wat men moet doen om te overleven. Een vrouw die een brood monstert als was het een paar dure schoenen. Een man die de geur van Bounty-sigaretten opsnuift omdat hij niet het geld heeft om ze te roken. Kinderen die, voor zo lang het nog duurt, niet beter weten. En de keerzijde: een kerel aan een tafeltje in een bar - met glimmend achteruitgekamd haar en een te net pak en dus wat louche - die, voor zover de schijn niet bedriegt, een profiteurtje lijkt te zijn en een nummer van het Duitse blad Signal keurt dat een jonge piccolo hem serviel voorhoudt. In zijn gedichten reconstrueert Claus wat de concrete levens, gevoelens en gedachten kunnen zijn achter wat de foto's voorstellen. Hij doet dat in een directe stijl, met abrupte effecten als die waarin "Sinterklaas" meteen op "platte kaas" moet rijmen. Niet dat het praatjes bij plaatjes zijn. Ook in Claus' gedichten is de oorlog slechts een verhevigde verschijningsvorm van wat des mensen is: zowel de solidariteit als het geprofiteer, zowel de hardheid van de wereld als de kleine troost van de liefde. En daar doorheen altijd de melancholie omdat de dingen nooit zijn zoals mensen ze dromen.Hugo Claus, "Oktober '43", foto's Rik Selleslags, De Bezige Bij, Amsterdam, 59 blz., 1300 fr.Marc Reynebeau