In deze bijzondere maanden is ieder van ons geconfronteerd met verlies. We zijn allemaal wat rouwig om ons gewone, leuke, normale leventje dat we moesten achterlaten. Veel ingrijpender is dat iedereen, klein en groot, jong en oud, wel iemand betreurt. Rouwen doen we met zijn allen, ieder op zijn manier. Kinderen ook.
...

In deze bijzondere maanden is ieder van ons geconfronteerd met verlies. We zijn allemaal wat rouwig om ons gewone, leuke, normale leventje dat we moesten achterlaten. Veel ingrijpender is dat iedereen, klein en groot, jong en oud, wel iemand betreurt. Rouwen doen we met zijn allen, ieder op zijn manier. Kinderen ook. Sam en Tiebe, twee broertjes, moesten afscheid nemen van hun mama; zij werd onrechtstreeks een coronaslachtoffer. Ik zie hen samen met hun ontredderde papa. We spreken lang over ongeloof en onmacht, over feiten en overrompelingen, over toen en nu en later. Sam, die straks naar het middelbaar gaat, wil begrijpen wat niet te begrijpen is. Hij probeert met taal te bevatten: een verkeerde afslag, een lege bladzijde, een kortsluiting? Hij zoekt ook bescherming, wil niet met iedereen zijn gevoelens delen; beseft dat sociale media indringend kunnen zijn. Tiebe stelt dat Jezus toch uit de doden is opgestaan, en mama dan? Hij aanvaardt mijn antwoord dat ons geloof inderdaad een weerzien belooft, maar dat dat nog héél lang gaat duren. Hij blijft ook de ondeugende flapuit die ik ken. "We mogen nu alles wat we willen van papa..., afin, we moeten nog wel luisteren, hoor." Papa klampt zich vast aan handelen. Zijn praktische vragen: mogen ze mee afscheid nemen, nog een kus geven, mee naar de dienst? Wat vertel ik hen, wat niet? Afscheid nemen is zo belangrijk, de kinderen heel concreet vertellen wat ze gaan zien, hoe mama nu is, hoe ze aanvoelt; het zal het bijzondere moment mogelijk maken. Uiteraard kiezen ze zelf, maar papa weet dat de jongens mama willen zien. Verder heb ik evenmin alle antwoorden, ik ga op zoek naar houvast voor de volgende gesprekken. Veel troost en hoop tref ik aan in Max Porters meesterwerkje Verdriet is het ding met veren (De Bezige Bij, 2017). De ene zoon koos voor tekenen... De andere zoon koos voor assemblage. Ik lees dit met een glimlach, denk aan de woorden van Sam en Tiebe, heel verschillend, hetzelfde thema. Whatsapp, geloof, samen slapen en een nieuwe mama - het krioelt in hun hoofden. Het vraagt maar één houding van mij: afstemming. Aanvoelen wat er op dit moment leeft, aanvaarden en niet corrigeren, de tijd vergeten. Ik weiger me te overhaasten. Laat niemand het wagen het verdriet dat ons is overkomen te vertragen of te versnellen of te helen. Ik besef dat er geen draaiboek is voor rouw. De rouwstadia van Elisabeth Kübler Ross - ontkenning, woede, onderhandelen, depressie, aanvaarding - blijven waardevol om te beseffen wat rouw met zich meebrengt, maar vormen geen uitgestippelde route. Wat verdriet/rouw met iemand doet, is persoonlijk. Ik ga me inleven, niet voorbereiden; meevoelen, niet sturen. Stilstaan, niet hollen... Naarmate de weken tot maanden en jaren worden, wijkt de pijn van het verlies geleidelijk voor mooie herinneringen. Een boodschap die Sam, Tiebe en papa nu nog niet moeten horen, maar wel mijn leidraad wordt!