Een jonge moslim die ik onlangs sprak, vatte zijn kijk op de heersende onvrede als volgt samen: 'De Amerikanen bestoken ons met bommen, de Europeanen met spotprenten. Als ik moet kiezen, kies ik de bommen.'
...

Een jonge moslim die ik onlangs sprak, vatte zijn kijk op de heersende onvrede als volgt samen: 'De Amerikanen bestoken ons met bommen, de Europeanen met spotprenten. Als ik moet kiezen, kies ik de bommen.'Met zijn wrange opmerking maakte de jongeman duidelijk dat de oproepen van Europeanen aan moslims om niet met geweld op satire te reageren, zelf ook van onbegrip getuigen. In de ogen van vele moslims is de westerse spot met religieuze waarden een belediging, erger dan geweld. Geen Europeaan lijkt nog te beseffen hoe dodelijk als een kogel een belediging kan zijn. Gehard als we zijn door een verleden vol conflicten, en zelfvoldaan om een geschiedenis die ons de verlichting bracht, tonen we niet veel begrip voor de gevoeligheden van anderen, vooral niet als die voortkomen uit een geestesgesteldheid die in onze verlichte ogen archaïsch is. Leerde de Franse filosoof Auguste Comte ons al niet meer dan honderdvijftig jaar geleden dat religie slechts het meest primitieve stadium van kennis is? Een volwassen mens vervangt het religieuze geloof door de inzichten van de positieve wetenschappen. Het is niet onze schuld dat de islamwereld nog in de middeleeuwen leeft, en wij, die de mensenrechten hebben uitgevonden, hebben het recht dat hardop te zeggen. Dat alles lees ik in de Europese pers. Ook in de Vlaamse. Progressieve bladen die tot voor kort ijverden voor de multiculturele samenleving, storen zich nu aan een cultuur die zich niet aan de westerse voorschriften aanpast. Europa mag van deze tolerante geesten multicultureel zijn, maar elke cultuur dient zich aan de seculiere, westerse waarden aan te passen. Die waarden houden het recht in om vrij te spreken. Ook om te beledigen en te blasfemeren. Religieuze taboes mogen deze vrijheid niet beknotten. Zo preekt de pers. Ondertussen houdt zij haar eigen heilige taboes in stand. Terwijl de traditionele deugden onbespreekbaar zijn geworden, scheppen de nieuwe hun eigen verboden. Geen verkeerd woord mag vallen over iemands etnische afkomst of seksuele geaardheid. Alle dagbladen verdedigen de nieuwe libertaire levensstijlen, elk bezwaar daartegen wordt afgewezen als een discriminatie of belediging van een minderheidsgroep. Van groot belang is het in dit land van de vrije meningsuiting te weten wie wel en wie niet beledigd mag worden. Traditionele religies worden nog geduld, op voorwaarde dat ze niet opdringerig zijn, niet onverdraagzaam, breeddenkend als de Europeaan zelf, en bestand tegen diens spot of kritiek. Maar een religie is geen opinie of ideologie. Ze is de uitdrukking van een verbintenis van de mens met een alles overstijgende, sacrale werkelijkheid. De door zijn verlichting verblinde westerling ziet de heilige waarden niet waarop hij trapt. Hij ziet slechts vertoornde moslims de vlag vertrappelen van het land dat hen in hun geloof gekwetst heeft. Zou Europa door een oprukkende islam of een herlevend christendom dan niet terug in de duisternis van de middeleeuwen vallen? Wie dat vreest, kan gerust zijn. Vooreerst omdat de middeleeuwen niet duister waren, zoals de kunst en literatuur van die tijd nog steeds bewijzen. Duisternis heerste er eerder in de twintigste eeuw, met haar barbaarse oorlogen en nihilistische kunst. En ook omdat de geschiedenis nooit op haar stappen terugkeert. We zijn in de eenentwintigste eeuw aanbeland en schrijven de geschiedenis van een nieuw tijdperk. Maar kan Europa daarin nog een andere rol spelen dan die van nietsontziende nar? Gerard Bodifée