Met niet eens twee miljoen inwoners is Slovenië het op één na kleinste land uit Centraal- en Oost-Europa. Alleen Estland telt nog minder volk. Toch vond premier Jean-Luc Dehaene (CVP) het verantwoord om er - ondanks alle voetbalgekte en Octopusdrukte - twee dagen voor uit te trekken. In juli volgt nog een trip naar de Baltische staten en dan heeft de premier, met uitzondering van Cyprus, alle elf kandidaat-lidstaten van de Unie bezocht.
...

Met niet eens twee miljoen inwoners is Slovenië het op één na kleinste land uit Centraal- en Oost-Europa. Alleen Estland telt nog minder volk. Toch vond premier Jean-Luc Dehaene (CVP) het verantwoord om er - ondanks alle voetbalgekte en Octopusdrukte - twee dagen voor uit te trekken. In juli volgt nog een trip naar de Baltische staten en dan heeft de premier, met uitzondering van Cyprus, alle elf kandidaat-lidstaten van de Unie bezocht. Tijdens die reizen blijft er nauwelijks tijd over voor plezier of toerisme. Dit zijn werkbezoeken en ze passen in Dehaenes actieve Euro-diplomatie. Die belangstelling en aanwezigheidspolitiek trekken al geruime tijd de aandacht. Ook in het buitenland. Bij de terugtocht uit Slovenië hield de premier enkele uren halt in Salzburg, waar hij voor de tweede keer in twee jaar op de economische top van de Centraal- en Oost-Europese landen, een initiatief van het World Economic Forum, was uitgenodigd. Een zevental presidenten of eerste ministers gingen er met Dehaene, de enige vertegenwoordiger van de Europese Unie, in discussie over de verruiming van die Unie. Zulke debatten leveren misschien weinig nieuwe inzichten op, maar ze bevorderen wel de naambekendheid en de goede contacten met de bewindslui uit het voormalige Oostblok. Het ontstaan van vele nieuwe landen in de regio heeft ook gevolgen voor het departement Buitenlandse Zaken. Het werd gedwongen om de middelen te herschikken en zich aan de veranderde geopolitieke situatie aan te passen. In West-Europa worden zowat alle consulaten-generaal opgedoekt en het diplomatiek personeel moet nu op een hoger toerental draaien. De operatie, die nogal wat weerstanden opriep, is ondertussen grotendeels afgerond en Dehaene bracht zijn Sloveense collega Janez Drnovsek het goede nieuws dat België zeer binnenkort een ambassade in Ljubljana opent. Daar blijft het niet bij. Ook in Vilnius, de hoofdstad van Litouwen, en Sarajevo, de hoofdstad van Bosnië-Herzegovina, worden er diplomatieke posten geïnstalleerd. Daarbovenop komt nog een ambassade in Bakoe, het nieuwe olie-eldorado aan de Kaspische Zee. Niet toevallig en tot grote tevredenheid van Petrofina was Dehaene enkele maanden terug in Azerbeidzjan op bezoek. De premier had bijgevolg een vinger in de pap bij de keuze van Bakoe. Voor Philippe Bodson, topman van Tractebel, is dat minder goed nieuws. In tegenstelling tot wat hij hoopte, komt er voorlopig geen ambassade in Kazachstan, waar de Belgische energieholding in een miljardenbusiness zit. Daarvoor ontbreekt het Buitenlandse Zaken aan de middelen. Het departement, dat onlangs nog een ambassade in Kampala (Oeganda) opende, heeft nu al extra kredieten nodig om de plannen uit te voeren. Zeer binnenkort moet de ministerraad hierover beslissen, maar niemand verwacht zich aan veel tegenstand. Minister van Buitenlandse Zaken Erik Derycke (SP) weet dat de eerste minister de zaak zeer genegen is, omdat het in zijn Oostpolitiek past. WIE GOED BOERT, HEEFT VEEL KANSDe manier waarop Dehaene op het World Economic Forum praat, verschilt grondig met die van collega's uit Oost-Europa. Als handelsreizigers komen ze er het dossier van hun land bepleiten en proberen ze de internationale organisaties en investeerders te lijmen. Ze goochelen met cijfers, die het gehoor moeten overtuigen dat het met de economische groei en de inflatie de goede richting uitgaat. Dehaene daarentegen doet het zonder cijfers en praat nauwelijks of helemaal niet over België. Hij is hier gevraagd als Europees politicus, die van dichtbij bij de besluitvorming van de Unie is betrokken, en die rol ligt hem uitstekend. Welwillend legt hij zijn gesprekspartners uit wat er op de vele toppen werd beslist en wat daar de gevolgen van zijn. Daarbij valt het op dat hij systematisch de Navo vermeldt en (voorzichtig) bekritiseert. Als het aan de premier lag, had de militaire alliantie forser naar het Oosten mogen uitbreiden. Wat de Europese Unie betreft, stelt hij de kandidaat-lidstaten gerust. Momenteel ligt er geen volgorde vast en iedereen heeft evenveel uitzicht om met de eerste golf binnen te spoelen. Alles hangt van de resultaten af. Wie goed boert, heeft het meeste kans. Wanneer de eerste landen toetreden, wordt er echter niet bij verteld en heel nadrukkelijk stelt Dehaene dat de Unie vooraf nog enkele varkentjes moet wassen. Er zijn de institutionele problemen, want de besluitvorming binnen de Unie moet efficiënter, zeker als je met meer dan vijftien rond de tafel zit. Daarnaast bestaan er de begrotingsproblemen, zoals die in Agenda 2000 worden gesignaleerd. Vooral in het landbouwbudget moet er gesnoeid worden en dat wordt een bijzonder riskante onderneming. Het viel op dat Dehaene in Salzburg de ingreep loskoppelde van de uitbreiding. "Het is essentieel dat we de bevolking duidelijk maken dat de huidige situatie onhoudbaar is. Ook zonder de uitbreiding dringt zich een grondige bijsturing op." Er zit waarheid in dat argument, maar toch betreft het een tactische koerscorrectie. Niet ten onrechte vrezen de Europese regeringsleiders rond Agenda 2000 een nieuwe en vooral harde confrontatie met de boeren. Die moeten dus overtuigd worden dat er sowieso een einde komt aan de gulle subsidies, die zowat 45 procent van het EU-budget opslorpen. Als men daar niet in slaagt, is de kans groot dat de landbouwsector de uitbreiding naar het Oosten voor vele jaren vertraagt en hypothekeert. Alle landen van Oost- en Centraal-Europa zien het EU-lidmaatschap als een absolute noodzaak, zoniet als een recht. In Salzburg wezen alle deelnemers aan het Forum erop hoe zeer ze zich inspannen om aan de toetredingscriteria te voldoen. Ook voor de muntunie. "We willen zo vlug mogelijk de Maastrichtnormen halen", onderstreepte de president van Litouwen Valdas Adamkus, die er terloops aan toevoegde dat de centrale bank van zijn land een groot deel van zijn dollars zo vlug mogelijk voor euro's zal inruilen. Opmerkelijk genoeg belanden de werkloosheidcijfers tijdens panelgesprekken op zo'n niveau bijna niet op tafel. Alle aandacht concentreert zich op de inflatiecijfers, de economische groei en het begrotingstekort. Niet zonder trots maakte Adamkus bekend dat de muntontwaarding in Litouwen dit jaar slechts 6 procent zal bedragen of 2 procentpunt minder dan het jaar voordien. De tevredenheid valt te begrijpen, want Litouwen komt van heel ver en zat tot eind 1994 met een hyperinflatie van meer dan 70 procent opgezadeld. Ook Bulgarije, nog een van de landen die heel weinig kans maken om met de eersten de Unie binnen te mogen, maakt van de Maastrichtcriteria de belangrijkste doelstelling op korte termijn. Zoals eerste minister Ivan Kostov het voorstelde, leek het erop dat Bulgarije een alles of niets speelt om met het koppeloton in Brussel te arriveren. "De volgende twee jaar zijn van cruciaal belang. Dan zal blijken of we de normen kunnen halen." En opnieuw werden met veel overtuiging de recente inflatie- , groei- en begrotingscijfers de zaal ingegooid, en de werkloosheidscijfers (ruim 14 procent) onder het tapijt geveegd. En om het gezelschap duidelijk te maken dat het Bulgarije menens was en dat de tijden van devaluatie en hyperinflatie - 123 procent in 1996 - voorgoed tot het verleden behoren, herinnerde Kostov eraan dat de munt nu aan de mark is gekoppeld. EEN INTERNATIONALE VAN KLEINTJESTijdens zijn verblijf in Ljubljana ontmoette Dehaene de hele regeringstop en kwamen de Sloveense kansen om met de eersten tot de Unie toe te treden, uitvoerig aan bod. Onoverkomelijke moeilijkheden blijken hier niet te verwachten. Het gemiddeld inkomen van de bevolking ligt er aanzienlijk hoger dan in alle andere landen van Centraal- en Oost-Europa, en in tegenstelling tot de rest van voormalig Joegoslavië werd Slovenië nauwelijks door de burgeroorlog getroffen. Hoewel het politieke establishment volledig achter het EU-lidmaatschap staat, toont de bevolking zich minder enthousiast. Volgens een recente peiling zou slechts 55 procent de toetreding genegen zijn. De terughoudendheid valt allicht te vergelijken met die van Zwitserland, ook een bergstaat en eveneens erg begaan met zijn ecologisch patrimonium. De omzichtigheid waarmee de bevolking op een vergaande integratie in een multinationaal geheel reageert, vloeit natuurlijk ook voort uit de weinig positieve ervaring in de Joegoslavische statenbond. Pas in 1992 werd Slovenië voor het eerst in zijn geschiedenis als een onafhankelijke staat erkend en niet iedereen voelt zich geneigd om die pas verworven soevereiniteit weer in te leveren. Hoewel geen enkele politieke partij zich tot dusver tegen de Unie afzet, leeft bij de politieke klasse het bewustzijn dat behoedzaamheid geboden is. De volgende maanden begint ze met een grootschalige campagne, die de baten van het lidmaatschap in de verf moet zetten. Voor de Slovenen liggen die baten op het economische, maar evengoed op het politieke vlak. Slovenië, dat zich als eerste van Belgrado afscheurde, is beducht voor de situatie in voormalig Joegoslavië. Premier Dehaene kreeg er vele en weinig geruststellende commentaren op de explosieve situatie in Kosovo. Ljubljana verwacht dat Unie en Navo een pacificatie kunnen forceren en verhinderen dat de Balkan opnieuw ontvlamt. Voor zover hij daar nog aan twijfelde, is het voor de premier een uitgemaakte zaak dat de inzet van Belgische militairen in Kosovo niet kan vermeden worden. Voor landen als Slovenië staat hier de geloofwaardigheid van de Europese Unie op het spel. Dat telt bij Dehaene. De goede contacten met een klein land als Slovenië passen verder in zijn verruimde Beneluxstrategie. Met Wim Kok en Jean-Claude Juncker slaagde hij erin de Benelux, die tien jaar op apegapen lag, opnieuw tot leven te wekken. De drie landen maken weer afspraken, verdedigen gezamenlijke standpunten en treden bij belangrijke onderhandelingen dikwijls samen op. De sociaal-democratische premiers van Finland, Portugal en Oostenrijk, niet toevallig landen waar Dehaene met grote regelmaat passeert, lieten al herhaaldelijk hun interesse blijken om nauwer bij het Beneluxoverleg betrokken te worden. Daar wordt dus werk van gemaakt, vooral door Dehaene. Terwijl Wilfried Martens (CVP) voor de verruiming van de christen-democratie ijvert, werkt de Belgische premier aan een internationale van kleine EU-landen. Waar dat zal toe leiden, is vooralsnog niet duidelijk, maar het geeft Dehaene wel uitzicht op meer Europese invloed. Problemen pakt de premier zoals bekend slechts aan als hij er daadwerkelijk mee geconfronteerd wordt. Als het echter om macht gaat, pakt hij de zaken lang van tevoren aan. Paul Goossens