Te weinig regenwater sijpelt in de bodem. De watervoorraden zakken. We moeten er anders mee omgaan, zeggen specialisten.
...

Te weinig regenwater sijpelt in de bodem. De watervoorraden zakken. We moeten er anders mee omgaan, zeggen specialisten.ALS WETENSCHAPPPERS worden ze heen en weer geslingerd. Bij gebrek aan onderzoeksmateriaal beschikken ze niet over harde bewijzen van de oprukkende verdroging. De eerste gegevens dateren pas uit het begin van de jaren zeventig. Wat in Vlaanderen de ecologische gevolgen van de verdroging zijn, is niet geweten. Daarvoor vertoont het onderzoek nog te veel gaten, in tijd en ruimte. Geweten is wel dat in, bijvoorbeeld, Zuid-West-Vlaanderen de watervoerende lagen door de sterke industriële concentratie dalen. Omdat niet iedereen evenveel belangstelling voor milieu en natuur heeft, maakt deze zwakke wetenschappelijke onderbouw het voorstanders van verandering knap lastig. Ingenieurs die bezig zijn met wegenaanleg of waterbeheersing kunnen, bij gebrek aan echte bewijsstukken, de verdroging gewoon wijten aan de afwezigheid van regen. En omdat hete zomers van voorbijgaande aard zijn, moet er bijgevolg ten gronde niks veranderen. Aan de andere kant weten ecoloog Geert De Blust en hydroloog Willy Huybrechts met grote zekerheid dat de verdroging letterlijk veel dieper zit. De grondwatervoorraden slinken, het waterpeil zakt en in sommige streken van het land stellen de wetenschappelijk medewerkers van het Instituut voor Natuurbehoud de ecologische gevolgen van de verdroging ook op het terrein vast. Zelfs als het een week lang pijpenstelen regent, blijft het probleem dus bestaan. Alleen is bijna iedereen het dan weer vergeten. Want als we morgen opnieuw de auto mogen wassen, zijn alle waterproblemen weer voor een hele poos van de baan. Althans, zo lijkt het. De werkelijkheid is iets ingewikkelder. We moeten anders omgaan met water, want zelfs in dit regenrijke land is dat een schaars goed, zeggen de wetenschappers. De Blust en Huybrechts schrijven het hoofdstuk over ecologische gevolgen van de verdroging in het tweede milieu- en natuurrapport Vlaanderen dat in het najaar verschijnt. Het eerste rapport, Leren om te keren, bevatte een schat aan documentatie over de staat van het leefmilieu in dit gewest. VALLEIEN.?In alle valleigebieden en depressies van Vlaanderen is de voorbije duizend à tweeduizend jaar door menselijke ingrepen verdroging opgetreden. Dat is gemakkelijker te bewijzen dan de gevolgen van de menselijke ingrepen na de Tweede Wereldoorlog,? vertelt Huybrechts. ?De mens heeft altijd ingegrepen en een landschap zonder mens is hier een utopie. Maar de laatste vijftig jaar kwamen we in een stroomversnelling. Het natuurlijk evenwicht tussen de aan- en afvoer, met daartussen de stockage van water, is verbroken. Vandaag is het waterprobleem dan ook acuter dan ooit.? Huybrechts en De Blust vinden dus dat we in dit land onbezonnen met het nochtans rijkelijk voorradige water omspringen. Zij pleiten voor wat in het jargon integraal waterbeheer wordt genoemd. Alle actoren in de maatschappij moeten hun steentje bijdragen en het beleid moet zich bezighouden met de volledige levenscyclus van water. ?Water valt op het land en vloeit uiteindelijk weer naar de zee. Dat zijn zaken waar wij geen vat op hebben,? aldus Huybrechts. ?Wat wij wel kunnen sturen, is de wijze waarop en de snelheid waarmee het water door het landschap gaat. Daaraan zijn ook de problemen van verdroging en overstroming gekoppeld.? In een natuurlijke situatie dringt het regenwater maximaal in de ondergrond door (zie grafiek). Zo worden de ondergrondse watervoorraden aangevuld en vermindert de kans op overstroming. In een zeer dichtbevolkt land verschilt de reële situatie evenwel grondig van de natuurlijke. De bebouwde oppervlakte breidt zich nog altijd uit. En sinds een halve eeuw is het beleid afgestemd op de snelle afvoer van het regenwater, dat is dus net het tegenovergestelde van trage infiltratie. Ook hier is de ruimtelijke ordening de achillespees van elk Vlaams milieubeleid. ?De ruimtelijke problemen zijn immens,? zegt Huybrechts. ?Kijk maar naar de bebouwing in de valleigebieden,? vult zijn collega De Blust aan. ?Valleien zijn onze natuurlijke waterbergers. Als sponzen houden zij het water vast om het geleidelijk weer te lossen. Tot de jaren vijftig waren valleien kleinschalige landbouwgebieden die geregeld onder water kwamen. Na de oorlog werden vele valleien gedraineerd, maar beste landbouwgronden werden het nooit. Vandaar dat veel boeren hun grond verkochten aan sociale woningmaatschappijen op zoek naar goedkope bouwpercelen. De vochtige valleigrond kwam vol met riolen, straten en huizen. Ook hogerop veranderde er veel. Er werd gedraineerd, hagen en struwelen verdwenen uit het landschap, de landbouwmachines werden zwaarder. Daardoor vloeide het water sneller af en vergrootte de erosie. Het vervuild slib belandde in beken die niet meer mochten overstromen omdat er gebouwd was in de valleien. Tenslotte stroomde het water in een rivier. Maar net wanneer die rivier veel water moest afvoeren, kon ze dat niet, omdat er te veel slib in het water zat. Vandaar het stijgend aantal grote overstromingen.? SCHULDVRAAG.Er bestaat dus een duidelijk verband tussen de toenemende bebouwing van het land en de verdroging. ?De versnelde afvoer van water in verstedelijkt gebied, leidt automatisch tot problemen. We verliezen onze buffer omdat onze watervoorraden niet worden aangevuld, waardoor we kwetsbaar worden voor droge zomers. Dat weet je ook zonder dat alles volledig in kaart is gebracht,? zegt Huybrechts. Ook verstandige ambtenaren van de administratie Ruimtelijke Ordening wezen daar trouwens al jaren geleden op. Toch legde het beleid amper het verband. ?Iedere sector ging op zijn terrein zijn gang en liet het zoeken van oplossingen voor de milieuproblemen over aan de bevoegde diensten van Leefmilieu. Als dat niet verandert, blijft het dweilen met de kraan open,? zegt Geert De Blust. ?Het milieubeleid werd in vakjes onderverdeeld en water was er daar één van. Maar ruimtelijke ordening, economische expansie of landbouw hadden met water zogezegd niks te maken. Ieder deed zijn ding. Vandaag weten we dat waterbeheer een zaak voor iedereen is. Warenhuizen en winkelcentra, met immense verharde parkeerterreinen buiten de bebouwde kom, beïnvloeden de waterhuishouding enorm. Hetzelfde geldt voor de wijze waarop ruilverkavelingen worden doorgevoerd.? Volgens Huybrechts en De Blust moet iedereen bijdragen aan een gewijzigd waterbeheer. Het heeft geen zin om alle schuld in de schoenen van de landbouw in het algemeen of een concrete waterwinning in het bijzonder te schuiven. ?Als iemand van alles de schuld krijgt, verlegt de discussie zich van de vaststelling dat er verdroging is, naar de oorzaak ervan. Dat heeft geen zin, want verdroging is een gevolg van een veelheid van factoren. Als we ophouden iemand de schuld te geven, zal iedereen met ons vaststellen dat de verdroging er is. We kunnen niet vastleggen wat het aandeel is van de landbouw of van de waterwinning. De overheid zou dat nochtans graag weten, maar dit is niet de juiste weg. We moeten daarentegen per streek werken, een bekkenbeleid voeren. We moeten per hydrografisch bekken het watersysteem bestuderen, de gebruikers in kaart brengen en een plan opstellen over hoe we met het water wensen om te gaan.? Zijn collega Huybrechts voegt eraan toe : ?We zouden eerst moeten weten hoeveel water we kunnen verbruiken zonder ecologische schade toe te brengen. Dat zou het begin van elk debat moeten zijn.? Algemene maatregelen voor het overigens kleine Vlaamse grondgebied zijn volgens de wetenschappers zinloos. ?Waterbeheer ziet er in de polders heel anders uit dan in de leemstreek of in Haspengouw.? VERVUILING.Technisch is een ander waterbeheer mogelijk. De inzichten zijn er, de mogelijkheden om ze uit te voeren ook. Maar de meeste maatregelen zullen op weerstand botsen. Zo is het vanuit sociaal oogpunt pijnlijk om de prijs van het drinkwater te verhogen, in de hoop het verbruik te beperken. In het eerder dit jaar voorgestelde Milieu- en Natuurrapport van de Vlaamse administratie worden voorstellen geformuleerd om zuiniger met water om te springen. ?Integraal waterbeheer is een zaak voor iedereen,? herhaalt Geert De Blust. ?Het speelt zich af op het niveau van het individu, de wijk, de gemeente, het land.? Twee principes staan daarbij voorop. In de eerste plaats moet het watergebruik worden beperkt. Dat kan met douche-spaarknoppen, zuinige spoelbakken voor het toilet of de opvang van regenwater in regenton, poel of vijver. Een tweede principe is dat niet alle water voor alle functies even geschikt is. ?In Nederland en Duitsland zijn er nogal wat projecten waar water van de wasmachine en de badkamer wordt opgeslagen en vervolgens voor de toiletspoeling gebruikt. Zo wordt geen drinkwater verspild.? Ook in eigen land zijn er schuchtere tekenen van beterschap. ?In nieuwe ruilverkavelingen wordt rekening gehouden met de waterstockage,? zegt De Blust. Maar van de veelbesproken gescheiden riolen, waar het regenwater apart wordt gehouden, is nog niks in huis gekomen. ?Zo'n systeem moet niet echt gebouwd worden,? zegt hydroloog Huybrechts. ?Het volstaat om de grachten van destijds weer in gebruik te nemen en de betonnen buizen uit te breken of er zeker geen nieuwe meer te leggen.? Aansluitend moet ook de natuurlijke loop van onze waterlopen in de mate van het mogelijke worden hersteld. ?Onze rivieren meanderen juist om het water vast te houden. Hun dimensionering is daarop afgesteld,? zegt Willy Huybrechts. ?Menselijke ingrepen verstoorden dat evenwicht. Het wordt tijd om die natuurlijke situatie beter te simuleren, als compensatie voor die ingrepen.? Verschillende maatregelen zouden sneller genomen kunnen worden, mocht ons oppervlaktewater minder vervuild zijn. ?De grootste storende factor voor integraal waterbeheer is de slechte waterkwaliteit,? zegt Huybrechts. ?Veel natuurgebieden kunnen best een overstroming verdragen maar het water mag dan geen zware metalen of nutriënten aanvoeren. Als het water beter was, konden wij ook oppervlaktewater laten doordringen in de ondergrond, om het vervolgens weer op te pompen.? Tenslotte kan, zelfs in een dicht en chaotisch bebouwd land als Vlaanderen, meer water in de bodem dringen. ?Ook in verstedelijkte gebieden kan er aandacht zijn voor waterinsijpeling,? zegt De Blust. ?Straten kunnen het water doorlaten als de wegbedekking niet uit asfalt bestaat maar uit, bijvoorbeeld, tegels waar gras kan tussen groeien. Hetzelfde geldt voor de opvang van regenwater. In stadsparken kan water worden opgeslagen om het nadien te gebruiken voor beregening. Ook naast parkeerterreinen kan het water een tijdlang worden vastgehouden om het rustig de grond te laten indringen. Het water wordt nu gewoon veel te snel afgevoerd.? P.R. Waterbeheer is niet een zaak voor een of andere administratie, maar voor iedereen. Het verbruik moet zakken, en er is nog ander dan zuiver kraantjeswater.