Het is handig om weten voor iedereen: sinds politieke verslaggevers van De Standaard de CDO-programma's presenteren, is de krant zowat het verlengstuk van de CVP-kiescampagne, de toeter waarmee de partijleiding haar intenties uitbazuint.
...

Het is handig om weten voor iedereen: sinds politieke verslaggevers van De Standaard de CDO-programma's presenteren, is de krant zowat het verlengstuk van de CVP-kiescampagne, de toeter waarmee de partijleiding haar intenties uitbazuint. Zeer opvallend bijvoorbeeld was de manier waarop de krant eerst gewezen premier Wilfried Martens, kandidaat-lijsttrekker voor Europa, en daarna in een dubbelinterview CVP-voorzitter Marc Van Peel en diens voorganger Johan Van Hecke opvoerde. Het leek erop alsof ze bij de CVP hun achterban op een zoveelste politieke pirouette wilden voorbereiden. Wilfried Martens solliciteerde in De Standaard openlijk naar het kopmanschap van de Europese CVP-lijst. Hij beriep zich daarbij op zijn jarenlange Europese ervaring als valiezendrager van Helmut Kohl. Van zijn naaste concurrente Miet Smet wist hij niets anders dan dat zij een uitstekend minister is, maar dat daarmee ook alles is gezegd. De uitspraak had het voordeel van de duidelijkheid. Maandenlang al was Martens doende met het off the record instrueren van verslaggevers. In het interview toonde hij eindelijk het achterste van zijn tong - ook al ging hij zich, volgens De Morgen, naderhand bij de CVP-leiding beklagen over de interviewers die zijn uitspraken al te kras formuleerden. Een dag later, na zijn herverkiezing tot EVP-voorzitter, nam Martens bij het slot van zijn toespraak nog eens de gelegenheid te baat om zichzelf als enig mogelijke Europese lijsttrekker te profileren. Daags na het nummer van de EVP-voorzitter in De Standaard mocht Johan Van Hecke - door een voortvarende Martens als diens troonopvolger bestempeld - zijn eigen Europese intenties in de krant toelichten. Hij werd daarbij - je weet maar nooit, een onvertogen woord is gauw gevallen - gesecondeerd door Marc Van Peel.RAF CHANTERIE MET PENSIOENHet optreden van Martens en Van Hecke geeft precies de omvang weer van het Europese probleem waarmee de CVP-leiding, en vooral voorzitter Van Peel, momenteel worstelt. De CVP heeft vier verkozenen in het Europees parlement: Leo Tindemans, Wilfried Martens, Marianne Thyssen en Raf Chanterie. Totnogtoe staat alleen vast dat de bijna 77-jarige Leo Tindemans na dit mandaat definitief uit de politieke arena stapt. Een besluit dat de twintig jaar jongere Chanterie al veel eerder had moeten nemen. Een beetje voorzitter had die Chanterie allang eens ondeugend in de wang geknepen, daarbij zeggend dat het tijd was voor een welverdiende rust in zijn Waregemse thuisstede. Maar alle voorzichtige suggesties ten spijt wilde Chanterie, van wie zelfs de welwillendste medestander zich niet één parlementair initiatief kan herinneren, niet wijken. Het schijnt dat ze hem nu volop aan het voorrekenen zijn dat een Europees parlementair pensioen van om en bij 180.000 frank per maand zeker geen somber vooruitzicht is. Gesteld dat Chanterie, ooit manus ministra van Martens, zou besluiten van zijn pensioen te gaan genieten, dan nog zit voorzitter Van Peel met een probleem. Want huidig minister van Arbeid Miet Smet wil graag haar rijkgevulde politieke loopbaan in het Europees parlement afronden. Bij de vorige Europese verkiezingen haalde Smet, één jaar jonger dan Chanterie, op haar ééntje net geen vijfde zetel binnen voor de CVP. Zij wil nu als lijststrekker naar de Europese verkiezingen. Premier Jean-Luc Dehaene en voorzitter Van Peel, net als Smet van ACW-huize, stemden aanvankelijk in met haar ambitie. Maar dat kan Martens als EVP-voorzitter niet over zijn kant laten gaan. De tweede plaats op de Europese CVP-lijst zou voor hem neerkomen op een openlijke desavouering door zijn eigen partij. In het verleden immers kon Tindemans - volgens Martens terecht - vanuit dat EVP-voorzitterschap telkens het Europese lijsttrekkerschap opeisen. En dus vraagt de nieuwe EVP-voorzitter niets anders dan wat destijds Tindemans toekwam. Terwijl Miet Smet zich in dit krakeel in een waardig stilzwijgen hult, wordt Van Peel met een bijkomende complicatie geconfronteerd. Want door het wegvallen van Leo Tindemans heeft de Boerenbond geen steunpunt meer in het Europees parlement. Het rekende daarom op een verkiesbare plaats voor Jacques van Outrive. Maar dat wordt vrijwel onmogelijk als nu ook Johan Van Hecke de verkiesbare vierde plaats moet krijgen. Want het is uitgesloten dat Marianne Thyssen, de enige echte bolleboos onder de Europese CVP-kandidaten, de plaats zou ruimen. ONDER DE PSYCHOLOGISCHE GRENSOp 23 februari moet het CVP-partijbestuur zich uitspreken over de samenstelling van de verkiezingslijsten voor het Europees parlement en de Senaat. Dat Jean-Luc Dehaene daar bevestigd wordt als CVP-boegbeeld lijdt weinig twijfel. Wat het met de Europese lijst wordt, is minder voorspelbaar. "Alles blijft mogelijk", benadrukken de kopstukken van de partij. "Niets is beslist, wat sommigen ook mogen beweren." De ongerustheid over mogelijke reacties van het partijbestuur over het Europese kopmanschap van Martens en de aanwezigheid van Johan Van Hecke op de Europese lijst is nogal groot. Te beginnen bij Martens zelf. Die laat het graag voorkomen alsof de meest conservatieve partijcenakels moeite hebben met zijn, voor een christen-democraat, speelse levenswandel. Maar Martens maakt het zich hiermee wat al te gemakkelijk. De waarheid is dat zijn partijgenoten nog altijd niet de chagrijnige manier zijn vergeten waarop hij destijds de nationale politiek verliet, na een voor de CVP verwoestende wapenrel. Bovendien was de regering-Martens VIII, de laatste die hij leidde, niet van de meest frisse. Als het recente proces voor het Hof van Cassatie iets aantoonde, was het wel dat. Martens, die deze regering op bevel van het Hof ging leiden, had op geen enkel moment zijn ploeg, laat staan de PS-partner in de coalitie, in de klauw. Bij de CVP hebben ze dat geweten. Op die zwarte novemberzondag in 1991 dook de partij voor het eerst onder de psychologische grens van 30 procent, met een verlies van vier Kamerzetels tot gevolg. De littekens van die nederlaag zijn, zo blijkt nu, nog altijd niet genezen. Dat Martens bovendien Johan Van Hecke zonder meer als zijn troonopvolger aanduidt, is bij sommigen in het verkeerde keelgat geschoten. "Als er nog een troon te begeven valt, dan zal die intussen wel al wat vermolmd zijn", grapte eind vorige week een van Van Heckes generatiegenoten.EEN VROLIJKE PROGRESSIEVE BENDEDe terugkeer van Johan Van Hecke is bijzonder pijnlijk. Pijnlijker nog dan zijn vlucht begin september '97 naar Afrika. Want dit keer heeft de gewezen CVP-voorzitter, die als gevolg van huwelijksperikelen midden 1996 via de brandladder uit het partijgebouw wegvluchtte, besloten de raad op te volgen die hem destijds door een niet nader genoemde vice-premier werd gegeven: "Beoefen de katholieke deugd van de hypocrisie." Het interview in De Standaard en alle daaropvolgende exclusieve gesprekken op radio, tv en in kranten, waren alvast geslaagde pogingen om dit advies in de praktijk te brengen. Gelukkig voor hem werd de gewezen CVP-voorzitter op geen enkel moment gehinderd door een interviewer die wat oude koeien uit de sloot wilde takelen. Vorig jaar nog peroreerde Van Hecke op de Nieuwe Maandag-sofa bij Ben Crabbé dat er bij de CVP een en ander moest veranderen vooraleer ze hem daar ooit zouden terugzien. En kijk: een jaar later zit de CVP, als bij wonder, helemaal op de vernieuwingsvaart die hij de partij destijds meegaf en heeft opvolger Van Peel zijn levenswerk naadloos afgewerkt. De standenoorlog behoort nu definitief tot het verleden - al zou men bij het aanschouwen van het handgemeen rond de verkiesbare plaatsen op de Europese CVP-lijst een andere indruk kunnen krijgen. Kortom: als we Van Hecke mogen geloven, is het daar sinds kort op het CVP-hoofdkwartier één grote, vrolijke progressieve bende. Een van zijn voorbeelden om de progressiviteit van de CVP te demonstreren, was het initiatief van Brussels minister Brigitte Grouwels om ouders aan te zetten de homofiele of lesbische geaardheid van hun kinderen te aanvaarden. Van Hecke ging snel voorbij aan de manoeuvres van zijn partij om diezelfde Grouwels, die het als enige af en toe aandurft Dehaene tegen te spreken, in Brussel onder de duim te houden, ten voordele van een op alle terreinen smijdige Jos Chabert. Zelfs wat het vluchtelingenprobleem aangaat, kan Van Hecke zich vinden in "het progressieve standpunt" dat de CVP nu al jaren verdedigt vanachter de brede ruggen van de socialistische ministers Louis Tobback, Johan Vanden Lanotte en Luc Van den Bossche. En we moeten de oud-CVP-voorzitter op zijn woord geloven. Hij komt uit een land, Zuid-Afrika, waar men de nietigheid van onze Belgische problemen pas ten volle kan inschatten. Dat het Afrikaanse project dat hij in opdracht van de EVP moest leiden een geldverslindende miskleun werd en dat zijn positie in Zuid-Afrika nagenoeg uitzichtloos was, laat Van Hecke onbesproken. Als het partijbestuur hem op 23 februari een verkiesbare plaats geeft op de Europese CVP-lijst wordt Van Hecke meteen bijgezet op het olifantenkerkhof van het Europees parlement. Zijn ooit trouwe doch minder fortuinlijke compagnon Willy Buijs, die een onverkiesbare plaats krijgt op de Senaatslijst van de CVP, zou over dit alles eens een echt boek moeten schrijven. Rik van Cauwelaert