Als er één sporter is die de aandacht nooit heeft opgezocht, dan wel Jan Ceulemans. Waarom dan een biografie? 'De uitgeverijen vroegen het al jaren. Ik heb ooit gezegd dat het mocht wanneer ik zestig werd, hopende dat ze het zouden vergeten', lacht Ceulemans. 'Maar die mannen bléven maar bellen. Ik ben nu zestig en vond het een goed moment, zo aan het einde van mijn carrière. Ik ben niet gestopt als trainer, maar je moet realistisch zijn: eerste klasse komt er wellicht niet meer van. De jonge trainers staan nu in the picture, en dat is ook maar normaal.'
...

Als er één sporter is die de aandacht nooit heeft opgezocht, dan wel Jan Ceulemans. Waarom dan een biografie? 'De uitgeverijen vroegen het al jaren. Ik heb ooit gezegd dat het mocht wanneer ik zestig werd, hopende dat ze het zouden vergeten', lacht Ceulemans. 'Maar die mannen bléven maar bellen. Ik ben nu zestig en vond het een goed moment, zo aan het einde van mijn carrière. Ik ben niet gestopt als trainer, maar je moet realistisch zijn: eerste klasse komt er wellicht niet meer van. De jonge trainers staan nu in the picture, en dat is ook maar normaal.' Er loopt een rode draad door het boek van Ceulemans: hij twijfelt aan zichzelf en hunkert voortdurend naar bevestiging. Toch vreemd voor een populaire voetballer die drie Gouden Schoenen won, uitgroeide tot icoon van Club Brugge en recordinternational was bij de Rode Duivels. 'Ik relativeer nogal veel, dat is de aard van het beestje', zegt Ceulemans. 'Als ik trainers op tv hoogdravend zie doen over voetbal, dan denk ik altijd: het is en blijft een spel. Een plezierig spel, maar je moet er niet meer tralala rond verkopen dan nodig is. Bijna alle voetballers zien dat zo, maar de buitenwereld plaatst je op een voetstuk. Het is dan erg belangrijk niet te vergeten waar je vandaan komt. 'Ik wist dat ik kwaliteiten had, maar mijn beperkingen kende ik nog beter. Ik had niet de techniek van Juan Lozano, niet het schuttersinstinct van Erwin Vandenbergh en niet de pass van Franky Vercauteren. Maar ik kon wel een man voorbij, maakte elk jaar een doelpunt of vijftien en gaf zelfs meer assists dan Vercauteren. Dan ben je ook een goeie.' JAN CEULEMANS: Dat heeft niks gescheeld. Toen ik bij Lierse vertrok, heb ik met Anderlecht gepraat, en met Standard en RWDM, dat toen een grote ploeg was. Het werd Club omdat Ulrik Le Fevre daar vertrok. Die voetbalde ook op de linkerflank en ik dacht: als er al een gat ligt, dan kom ik makkelijker in de ploeg. Het grappige is dat ik uiteindelijk nooit op links gevoetbald heb bij Club. Raoul Lambert sukkelde met blessures en ik werd zijn vervanger in de spits. Raar hoe het soms kan lopen. Nu hebben ploegen geen huisstijl meer, maar in die tijd was Anderlecht de ploeg van de technici en Brugge van de mannen die er de kop voor legden. Club lag mij van nature beter, maar had ik het ook bij Anderlecht kunnen waarmaken? Geen idee. Ik weet wel dat als de linkerflank van Anderlecht die zomer zou zijn vertrokken, ik evengoed bij Anderlecht had kunnen belanden. CEULEMANS: Ik was voetballer in de wereld van vroeger, hè. Buitenlandse transfers waren zeldzaam, alle Rode Duivels voetbalden in België. Nu vertrekt iedere veertienjarige die zijn veters kan binden naar Manchester City of AS Roma. Ze scouten jongetjes van tien jaar. Dat bestond allemaal niet. De Belgische competitie was ook veel sterker dan nu, je kunt dat zelfs amper vergelijken. CEULEMANS: Ik wou altijd bevestiging. Ik had dat jaar 29 goals gemaakt bij Club en een fantastisch EK gespeeld. Oké, maar kon ik dat een tweede keer? Dat moest ik dan eerst maar eens bewijzen, vond ik. En áls het lukte, zou er nog wel een grote, buitenlandse club komen. En ze zijn ook gekomen: Lazio Roma informeerde, FC Barcelona naar het schijnt ook, al weet ik dat maar via via. Maar ik voelde mij goed bij Club Brugge, ik mocht er mijn ding doen en kreeg een contract van zeven seizoenen. Waarom dan weggaan? Van díé beslissing heb ik achteraf toch wel een beetje spijt. Ik zal nooit weten of ik het had kunnen waarmaken bij Milan. Vandaag zou ik het anders doen. Eén goed seizoen spelen, en dan geld scheppen in China. Ik heb in België alles gewonnen wat er te winnen valt: titels, bekers, Gouden Schoenen, Profvoetballer van het Jaar. Dan mag je niet klagen. Toch zit ik met het gevoel dat het beter had gekund. Ik heb met Club vier titels en twee bekers gewonnen in veertien seizoenen: voor die ploeg was dat te weinig. CEULEMANS: Alles wat kon tegenvallen, viel ook tegen. Er waren spelers met blessures en nieuwelingen die hun weg nog moesten vinden. Op de een of andere manier raakte de trein maar niet vertrokken. Na elke verloren wedstrijd dachten we: volgende week keert het. Maar dan viel het wéér tegen. Iedereen kreeg door dat Club te pakken was en we gleden almaar verder af. Toen we ons hadden gered, is er stevig gevierd. Al was dat natuurlijk ongepast voor een instituut als Club Brugge. Dat verschrikkelijke seizoen ben ik nooit vergeten: wees maar niet te zeker van jezelf, je kunt diep vallen als het tegenzit.1982 was zeker het dieptepunt, maar ik zal u verrassen als ik mijn beste herinnering bij Club Brugge vertel. Dat was de bekerfinale tegen Cercle in 1986, een match die weinig mensen zich herinneren. Club was toen top, het elftal draaide zoals je dat niet dikwijls meemaakt. Sowieso was dat de zomer van de grote momenten, met de testmatchen tegen Anderlecht en natuurlijk de halve finale op de Wereldbeker. Mexico '86 is mythisch geworden door de match tegen de Sovjet-Unie, maar al bij al vond ik de Belgen in dat toernooi niet zo bijzonder. Van de zeven wedstrijden winnen we er één binnen de 90 minuten, tegen Irak nog wel. Nee, dan vond ik ons op het Europees Kampioenschap van 1980 sterker. De Belgen wonnen daar de groep met Spanje, Engeland en Italië. Zouden de Rode Duivels van nu dat kunnen? CEULEMANS:Ha, ge weet het! Drie keer vlaggen ze Danny Veyt af als hij alleen voor de keeper staat. Zogezegd buitenspel, maar daar was in de verste verte geen sprake van. CEULEMANS: Dat zullen we nooit weten, vrees ik. Een arbiter kan zich vergissen, maar hier leek ietske meer aan de hand. De Belgen is toen de kans op een superstunt ontnomen. Veyt had zeker een van die kansen binnengetrapt. Mexico '86 was een gemiste kans, maar ik heb nog veel meer spijt van wat er twee jaar daarvoor is gebeurd. Of niet is gebeurd, beter gezegd. De Europese titel van 1984 had voor België moeten zijn. Alle Rode Duivels van die generatie waren toen op de toppen van hun kunnen. En toen brak de omkoopzaak Standard-Waterschei uit en heel onze verdediging viel weg: Eric Gerets, Walter Meeuws, Gerard Plessers. Spelen we dat EK met onze beste ploeg, dan klopt niemand ons. Zelfs gastland Frankrijk niet, dat met Michel Platini, Alain Giresse, Jean Tigana en Luis Fernandez over het beste middenveld beschikte dat er ooit is geweest. In 1990 waren de Rode Duivels ook top, maar toen hebben we in de laatste minuut pech gehad tegen Engeland. Wij hadden een ploeg die wel iets kon, onderschat dat niet. De Rode Duivels van nu, die zeker meer talent hebben, moeten nog bevestigen. Tegen de grote landen won deze ploeg nog geen enkele belangrijke match. Door de loting kom je de toppers ook alleen nog tegen op de toernooien, de kwalificatie bestaat uit veredelde vriendenmatchen. Griekenland is onze gevaarlijkste tegenstander: dat zegt genoeg. De Belgen spelen momenteel een heel aanvallend systeem, met drie verdedigers en opkomende backs. Tegen beperkte tegenstanders voetbalt dat plezierig, maar mij interesseert vooral of je dat ook gaat durven als je een groot land moet uitschakelen. Ik vrees er een beetje voor. CEULEMANS: In mijn ogen De Bruyne. Hazard is een flitser, De Bruyne doet de ploeg draaien. Hij kan niet alleen heel goed voetballen, hij heeft ook nog eens het voordeel dat hij negentig minuten lang blijft lopen. Uithoudingsvermogen is belangrijker dan men beseft. Het is het verschil tussen een half uur goed spelen, en een hele match. CEULEMANS: Voor mij niet. Er lopen niet zo veel Belgen rond die je dat ziet doen. Eric Gerets was de ideale man, maar hij haakte zelf af. Michel Preud'homme kon ook niet, maar ik veronderstel dat hij het vroeg of laat nog wel wordt. Mij hebben ze nooit gevraagd bij de Bond, ook niet voor de beloften of zo. Ik denk ook niet dat ik het gedaan zou hebben. Als trainer bij een club heb je toch meer ruimte om je eigen ding te doen. CEULEMANS: Daar komt het op neer. Als Jan Ceulemans niet meedeed, kon Club Brugge zogezegd niet winnen. De journalisten schreven dat, de ploeg begon het te geloven en ik op de duur zelf ook. Was ik half fit, dan stond ik op het veld. Ik had daar kordater in moeten zijn, dan had mijn carrière langer geduurd. Op het einde moest ik pijnstillers slikken om de training door te komen. Bij Brugge wilden ze dat ik me nog eens liet opereren, maar ik was al 33. Zo'n zware revalidatie zag ik niet zitten. Ik was ook bang dat ik niet meer zou domineren zoals vroeger, en dat was toch wat de mensen van mij verwachtten. CEULEMANS: Dat is toch zo? De spelers maken het verschil, niet de coach. Michel Preud'homme heeft een aandeel in de titel van Club Brugge, maar zonder goeie ploeg stond hij daar mooi te koekeloeren. Ik had het geluk dat ik mijn carrière met een positieve noot kon beginnen. Met Eendracht Aalst promoveerde ik naar eerste. We eindigden direct vierde, en over de Europese campagne die daarop volgde, praten ze nu nog. Zotte taferelen, jong. Aalst is carnaval en bij Eendracht vierden ze dat om de veertien dagen. Dat die club niet meer meedraait op het hoogste niveau is erg spijtig. Ik ben er onlangs nog geweest. Tribune weg, businessvak leeg: het deed pijn om te zien. De centen, hè. Zonder poen raak je niet hogerop. CEULEMANS: Wij pakten het voorzichtig aan bij Westerlo. We bouwden de ploeg rond oudere spelers die door hun leeftijd betaalbaar werden, plus talenten die we losweekten bij de topclubs, zoals Jaja Coelho, Oleksandr Jakovenko of Lukas Zelenka. Zotte bedragen heeft Westerlo nooit betaald, in de Kempen zit niet veel geld. Maar zonder rijke Chinees draai je blijkbaar niet meer mee. CEULEMANS: (lacht) Toen kon dat nog. In de goeie jaren bij Aalst of Westerlo wist je dat we alleen met een mirakel Europees voetbal zouden halen, maar ook nooit zouden zakken. Waarom dan druk zetten? Weinig spelers voetballen daar beter van. In mijn laatste jaar bij Westerlo, toen we degradeerden, zou ik nooit zulke grappen hebben gemaakt. CEULEMANS: Met die historie heb ik het lang moeilijk gehad. Ik heb het lastigste moment gekozen om bij Brugge te beginnen: de beste spelers waren vertrokken en er was zogezegd geen geld om nieuwe te kopen. Voor wie wel kwam, hebben we amper iets betaald: Sven Vermant en Joos Valgaeren zaten zonder contract, Grégory Dufer moest weg bij Caen. Er kwamen acht jongeren bij de kern want 'de jeugd moest kansen krijgen bij Club Brugge'. Daar zaten goeie spelers bij, maar het waren er te veel. Men heeft mij toen met zoveel woorden gezegd dat kampioen spelen bijna niet kon. Nu weet ik wel dat je bij Club Brugge nooit zonder ambitie mag voetballen, maar als de bazen zeggen dat het een overgangsjaar wordt: mag je dan niet verwachten dat ze daarnaar handelen? Bij mijn ontslag stonden we derde en in de Champions League hadden we 7 punten gepakt. Ik zal in mijn negen maanden als trainer bij Club wel fouten hebben gemaakt, maar al bij al was het zo slecht niet. CEULEMANS: Het was mijn kans aan de top. Anderlecht of Standard zouden mij niet vragen. Ik wist: mislukt het bij Brugge, dan speel ik nooit kampioen als trainer. De gebroken beloften deden meer pijn dan het ontslag zelf. Er was zogezegd geen geld, maar de zomer daarna kopen ze Koen Daerden voor vier miljoen, een transferrecord bij Club. Dan heeft er iemand gelogen, hè. CEULEMANS: Met Marc Degryse is alles uitgepraat. Franky Van der Elst heeft ons eens samengezet en ik snap nu in welke situatie Marc zat. Michel D'Hooghe is een ander verhaal. Tussen ons komt het niet meer goed. CEULEMANS: Ja, maar dat heeft hem toch niet tegengehouden. D'Hooghe was supporter en voorzitter tegelijk, en dat is een gevaarlijke combinatie. Na mijn ontslag heb ik hem nooit meer gesproken. Hij heeft mij op een receptie nog willen aanspreken, maar daar had ik geen boodschap aan. Ondertussen is dat ontslag al lang verwerkt, versta me niet verkeerd. We zijn elf jaar verder, het zou maar erg zijn als ik daar nog mee in mijn maag zat. Buiten dat gevalleke in Brugge mag ik niet klagen over hoe het gelopen is. Ik heb als voetballer mooie dingen meegemaakt. Niemand zag mij trainer worden en ik ben het toch meer dan twintig jaar geweest, met enig succes. Hoeveel kunnen er dat zeggen? Door JEF VAN BAELEN'Buitenlandse transfers waren zeldzaam. Nu vertrekt iedere veertienjarige die zijn veters kan binden naar Manchester City of AS Roma.'