Vlaams minister van Leefmilieu Theo Kelchtermans (CVP) maakt bij de afvalverwerking een onderscheid tussen de kippen en de eieren enerzijds, en de afgeleide producten anderzijds.
...

Vlaams minister van Leefmilieu Theo Kelchtermans (CVP) maakt bij de afvalverwerking een onderscheid tussen de kippen en de eieren enerzijds, en de afgeleide producten anderzijds. De kippen en de eieren worden als dierlijk afval van het type hoogrisicomateriaal beschouwd. Ze komen in eerste instantie bij het vilbeluik NV Rendac in Denderleeuw terecht. Daar wordt het vocht (zeventig procent van het gewicht) uit het afval gehaald. Dat moet op de lijn voor hoogrisicoafval gebeuren, al wilde het bedrijf zelf dat liever niet. Het water wordt vervolgens naar het waterzuiveringsstation van Rendac gebracht. Daar rijst een probleem. In het station wordt slib geproduceerd - na centrifuge dagelijks drie ton slib met vijftien procent droge stof. Tot nu toe werd dat slib gerecycleerd tot grondstof voor de aanmaak van veevoeder en eindigde het dus ook in onze voedselketen. Dat ligt vandaag misschien iets gevoeliger. Vandaar dat het kabinet voorstelt om het slib op te slaan tot analyses uitwijzen of het dioxines of PCB's bevat. Zo'n analyse duurt in kalmere tijden minstens veertien dagen, vandaag wellicht langer. Als het ontwaterde slib giftig is, vraagt de minister dat de milieu-inspectie beslist over de wijze van verwerking. Deze zware verantwoordelijkheid rust op de schouders van Jean-Pierre Heirman, directeur-generaal van Aminal en sinds 1 mei de hoogste toezichthoudende ambtenaar in Vlaanderen. De vraag is waar het slib heen kan. De Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek drong er vorige week bij de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij op aan het slib "op een gepaste manier" te verwerken (31 mei). Hoe dan ook. De lijn voor gespecialiseerd hoogrisicomateriaal bij Rendac kan per uur vijf ton kippen en eieren verwerken. Volgens sommige bronnen zou ze tot 10.000 ton kippen en eieren moeten uitdrogen. Gesteld dat ze probleemloos draait (24 uur op 24, 7 dagen op 7), dan verwerkt ze 840 ton per week en heeft ze ongeveer twaalf weken nodig om de boel op te ruimen. Van die wekelijkse verwerking blijft 588 ton water over - met het eerder beschreven slib als risicovolle flessenhals. Per week blijft er 252 ton vet en meel over. Dat gaat naar de industriële verbrandingsinstallatie Indaver in Stabroek. "We maakten een capaciteit van 350 ton per week vrij", zegt Paul De Bruycker van Indaver. "We vroegen onze klanten van de industrie om hun afval even niet aan te bieden. We onderhandelen om een deel van de gewone industriële verwerking in, bijvoorbeeld, Nederland en Duitsland te doen. In het buitenland is de achterdocht tegen alles wat uit België komt zeer groot, maar we komen wel tot een akkoord." Bij de verbranding in de trommelovens worden de dioxines afgebroken tot water, CO2 en keukenzout. Dat zout komt met het water in het brakke Scheldewater terecht. De bijproducten beschouwt het kabinet als niet-gevaarlijke afvalstoffen. Gevaarlijk afval is volgens het decreet een "gevaar voor de gezondheid van de mens of het milieu". Dioxines behoren tot de stoffen die "door inademing of door opname van mond of huid kanker veroorzaken of de frequentie van kanker kunnen doen toenemen". Toch worden mayonaise of gebak, vervaardigd met dioxine-eieren, in gewone huisvuilverbrandingsinstallaties verbrand. Producten die uit de handel worden gehaald omdat ze schadelijk zijn voor de gezondheid, zijn niet per definitie gevaarlijk afval. De wetgeving inzake volksgezondheid vertrekt immers van andere uitgangspunten dan die over de afvalverwerking. Een betere afstemming zou, bijvoorbeeld, kunnen verhinderen dat restproducten in de voedselketen terechtkomen. Ze worden al te vaak "nuttig gerecycleerd" als secundaire grondstof om aan de dure verwerking en de strenge milieunormen te ontsnappen. Mochten cake en mayonaise meer dan 0,1 procent dioxines bevatten, dan mochten ze niet naar een oven voor huishoudelijk afval. Maar aan dat percentage komen zelfs de kippen niet. Indaver houdt in Beveren dan ook wekelijks een capaciteit van 500 ton vrij voor de afgeleide producten. In een installatie voor huishoudelijk afval. "Als die producten maar twee procent verdacht materiaal bevatten, is er geen probleem", vindt Paul De Bruycker. "Ook huishoudelijk afval bevat dioxines. Die worden eerst afgebroken bij de verbranding, nadien weer gevormd bij de gaswassing en ten slotte gevangen door de actieve kool. Deze verwerking kan wel alleen in installaties die bewijzen dat ze de strenge norm van 0,1 nanogram per kubieke meter halen." De discussie over de verbrandingsovens kan weer oplaaien.P.R.