Een kleine les in geschiedenis is soms nuttig om beter te begrijpen wat er vandaag gebeurt. Dat was een gevoel dat bijvoorbeeld opkwam toen honderden jongeren in de zwartste dagen van het Dutroux-drama overal tegen de justitiepaleizen tekeergingen, nadat het hof van cassatie onderzoeksrechter Jean-Marc Connerotte met het spaghetti-arrest uit het verdere onderzoek weerde.
...

Een kleine les in geschiedenis is soms nuttig om beter te begrijpen wat er vandaag gebeurt. Dat was een gevoel dat bijvoorbeeld opkwam toen honderden jongeren in de zwartste dagen van het Dutroux-drama overal tegen de justitiepaleizen tekeergingen, nadat het hof van cassatie onderzoeksrechter Jean-Marc Connerotte met het spaghetti-arrest uit het verdere onderzoek weerde.Zoveel eerlijke verontwaardiging en onbegrip vroeg toen om een antwoord, dat er niet kwam - zeker niet in voldoende mate. Er was nochtans een verhaal mogelijk dat de feiten ten minste van de nodige nuances voorzag. Het verhaal van de Belgische grondwet van 1831 zelf bijvoorbeeld, met zijn strikte scheiding van machten en de vrijheden die er specifiek in werden verankerd. Zoals die van meningsuiting en godsdienst: de Belgische grondwet gold in haar tijd als een model, dat veelvuldig werd gekopieerd. Een ander verhaal kon het hebben over de manier waarop het kleine België, met zijn grondwettelijke vrijheden, in het midden van de negentiende eeuw een vrijhaven was voor mensen die elders werden vervolgd. In die mate dat de Franse keizer Napoleon III dreigde om zijn buurlandje militair mores te leren als er geen einde kwam aan de vloed schotschriften die vanuit Brussel over Frankrijk werden verspreid. Eenzelfde blik in de achteruitkijkspiegel dringt zich op, nu de leerling-tovenaars van de Antwerpse politiek de draad weer opnemen, waar ze hem voor het verdelen van de mandaten lieten liggen: bij het veiligheidsplan waarover al bijna overeenstemming was bereikt. En bij het dispuut daarover tussen de VLD en Agalev. De liberalen willen met name dat de Antwerpse politie straks actief 'illegalen' gaat opsporen, de groenen willen daar niet van weten - waarbij de stilte van de SP oorverdovend is. De Antwerpse VLD-voorzitter Ludo Van Campenhout zei het vorige zondag in De Zevende Dag op TV1 letterlijk zo: 'Iets dat illegaal is, moet weg.' Dat 'iets' van Van Campenhout, dat zijn dus mensen. Sommigen onder hen plegen vast strafbare feiten, de fout van de meesten bestaat er alleen in dat ze niet over de juiste papieren beschikken om op het Belgische grondgebied te mogen verblijven. Met zijn bewust gekozen taalvervuiling kleeft de VLD een odium op de hele groep, alsof het allemaal criminelen zijn. De toestroom van asielzoekers weegt op een stad. Maar dat probleem kan Antwerpen niet alleen oplossen, en niet op die manier. De gerechtelijke overheid stelde vorig jaar vast dat ze onvoldoende uitgerust is om de toenemende greep van de georganiseerde misdaad op de stad efficiënt aan te pakken. Als Ludo Van Campenhout die noodkreet heeft gehoord, weet hij dat zijn politie in de eerste plaats ander werk te doen heeft.Op 10 januari 1996 schreef wijlen Frans Verleyen op deze pagina een stukje over dit onderwerp, onder de titel Underground. Daaruit een passage, ten behoeve van de VLD'ers die zich toen vanuit de oppositie zo graag tegen hem aanschurkten. 'Het is van belang te beseffen', schreef Verleyen, 'dat het begrip "illegaal" niet wordt gehanteerd terwille van daden of handelingen, maar uitsluitend op grond van de plaats waar een menselijk persoon zich bevindt en waar een overheid hem niet wenst te zien: het territorium van een, in ons geval, Europese natiestaat. Volgens tal van auteurs verkeert deze laatste in volle ontbinding en is hij zijn zowel economische als politieke bruikbaarheid snel aan het verliezen. Waar het erop aankomt vreemdelingen te weren, is dat echter geenszins het geval. Bijna elke blanke gaat of staat wereldwijd waar hij wil, maar thuis houdt hij de knop op de nationale deur. Veel katholieken, socialisten of liberalen beseffen immers niet meer waar hun eigen benaming voor staat en wat de morele lading van hun levensbeschouwing zou moeten zijn. Vooral hun aanvoerders morsen maar wat met de waarheid, met de heiligste beginselen en historische grondslagen van hun officieel geproclameerd gedachtegoed, strijdig met hun daden maar geschreven op de verbleekte vlaggen waarachter zij het volk graag zien lopen. Macht hebben ze wel, en veel, maar ethische betrouwbaarheid nauwelijks.' In zijn hoedanigheid van stichter van de Vlaamse Liberalen en Democraten zou Guy Verhofstadt deze tekst van zijn goede vriend Sus aan enkele van zijn partijgenoten kunnen bezorgen. Om ze eraan te herinneren wat het is om een liberaal-democraat te zijn.Hubert van Humbeeck