De Iraakse kwestie toont het diplomatieke spel op zijn hardst. Nu er te kiezen valt, drijft weer de loutere machtspolitiek boven en moeten de gebruikelijke beleefdheden en omzichtigheden de plaats ruimen voor krachtige verwijten. En de lidstaten van de EU hebben zich andermaal uit elkaar laten kegelen. Ze zijn in zowat alle denkbare kampen terug te vinden, van hevig pro (Verenigd Koninkrijk, Spanje, Italië) tot hevig contra (Duitsland, Frankrijk, België, al is niet altijd duidelijk hoe hevig ze contra zijn), met inbegrip van alle posities daartussen. Maar allemaal beweren ze hetzelfde doel na te streven, de ontwapening van Irak. Het is bepaald geen reclame voor de Europese eenheid.
...

De Iraakse kwestie toont het diplomatieke spel op zijn hardst. Nu er te kiezen valt, drijft weer de loutere machtspolitiek boven en moeten de gebruikelijke beleefdheden en omzichtigheden de plaats ruimen voor krachtige verwijten. En de lidstaten van de EU hebben zich andermaal uit elkaar laten kegelen. Ze zijn in zowat alle denkbare kampen terug te vinden, van hevig pro (Verenigd Koninkrijk, Spanje, Italië) tot hevig contra (Duitsland, Frankrijk, België, al is niet altijd duidelijk hoe hevig ze contra zijn), met inbegrip van alle posities daartussen. Maar allemaal beweren ze hetzelfde doel na te streven, de ontwapening van Irak. Het is bepaald geen reclame voor de Europese eenheid. Waar het op staat, bleek begin vorige week. Terwijl de EU topberaad hield in Brussel, schaarde een reeks Oost- en Centraal-Europese landen, kandidaat-leden van de EU (en van de NAVO), zich met hun verklaring van Vilnius vierkant achter de Amerikaanse (en dus ook Britse) positie. 'Onbeleefd', aldus de verongelijkte Franse president Jacques Chirac, die meer dankbaarheid verwachtte voor het vele geld dat de EU zich voorneemt in die landen te pompen. Waarop Polen repliceerde dat het toch ook het recht had om voor zijn eigenbelang op te komen. Waarna de Britse premier Tony Blair de nieuwelingen impliciet bijviel met een geheel aparte versie van de inderdaad waterige EU-consensus, die de zaak eigenlijk overlaat aan de VN-Veiligheidsraad. Sinds het uitbreken van de huidige internationale crisis kon de EU zich, overigens net als de NAVO, nooit als een factor van betekenis opwerpen. Premier Guy Verhofstadt (VLD) en minister van Buitenlandse Zaken Louis Michel (MR) zagen het zelf gebeuren aangezien België bij het begin van de crisis - met de aanslagen van 11 september 2001 en de daarop volgende oorlog tegen Afghanistan - het Europese voorzitterschap waarnam. In die dagen slaagde Washington erin het Belgische voorzitterschap straal te negeren en richtte het zich, als het 'Brussel' wat te melden had, alleen tot Javier Solana, weliswaar secretaris-generaal en hoge vertegenwoordiger van de EU, maar toch niet meer dan een veredelde ambtenaar van de Unie. In dringende kwesties hebben de Amerikanen niets aan de EU of de NAVO, want die instituties ageren bij consensus en voor dat gepalaver toont Washington noch de bereidheid, noch het geduld. Het kostte de Amerikanen ook geen moeite. De individuele lidstaten lieten het zich immers allemaal aanleunen, door, op enige rituelen omtrent Europese gemeenschappelijkheid na, elk apart voor een eigen diplomatieke positie te kiezen, los van de Unie. Door dat primaat van het eigen nationale belang kon de EU nooit een intern politiek draagvlak voor een collectief buitenlands beleid ontwikkelen. Zo ging het altijd en ook België gaat daarin niet vrijuit. Dat bleek recent nog, toen Washington besloot in Europese havens eigen controles te organiseren, om te beletten dat terroristen langs die weg wapens naar de VS zouden verschepen. Om de belangen van de Antwerpse haven veilig te stellen tegenover de Europese concurrentie, sloot de Belgische regering, net als de Duitse, de Franse en de Nederlandse, daaromtrent een bilateraal akkoord met de Amerikanen, dus buiten enig EU-verband om. De 'eigen' Europese veiligheids- en buitenlandse politiek staat bijgevolg nergens en dat zal er niet op verbeteren met de toetreding van de Oost-Europese landen. Zij hebben een geschiedenis waarin de Europese grootmachten hen alleen als diplomatieke pasmunt gebruikten, waardoor ze zich eerst de nazi- en dan de communistische dictatuur moesten laten welgevallen. Het valt dan ook te begrijpen dat ze nu meer vertrouwen koesteren in het mythische Amerikaanse schild dan in een schimmig, zoal niet onbestaand Europees engagement. Het komt Washington goed uit en landen als Roemenië of Hongarije spelen nu al een cruciale rol in de voorbereiding van de oorlog tegen Irak. Het klinkt dan ook wat aandoenlijk om verschillende Belgische ministers vandaag weer hardop te horen pleiten voor een gemeenschappelijke Europese politiek. Dat is het gevolg van de wel zeer penibele positie waarin België eerder dit jaar verzeilde toen het de NAVO niet zomaar een rol wilde laten spelen in de prelude tot de oorlog tegen Irak. Ook omdat het door zijn medestanders geleidelijk in de steek werd gelaten, kon België niet meer dan een 'signaal' produceren. Het is beter dan niets, maar het belette niet dat die prelude - de bescherming van bondgenoot Turkije tegen mogelijke Iraakse aanvallen - werd ingezet zoals gepland. Minister van Defensie André Flahaut (PS) sprak vorige week maandag al vrome woorden over de wenselijkheid van een concreet Europees defensiebeleid, al had hij zijn Griekse collega niet eens kunnen overtuigen om daarover een speciale top van de EU-ministers van Defensie bij elkaar te roepen. Over het principe bestaat overigens niet eens discussie, zoals blijkt uit tal van beginselverklaringen, onder meer het EU-plan voor een eigen, snelle interventiemacht. Louis Michel herinnerde dan weer nog eens aan het bestaan van het Eurokorps, het Frans-Duits-Belgische embryo dat de kern van een Europees leger moet worden. Premier Verhofstadt breidde daar een vervolg aan door een eengemaakte Europese defensie in het NAVO-verband te plaatsen, zodat de alliantie niet langer uit (vooralsnog) 19 lidstaten zou bestaan, maar uit twee 'poten', een Amerikaanse en een Europese. Waarbij de EU dan volgens hem vooral haar evenwaardigheid militair moet bewijzen door zijn bewapeningsuitgaven fors op te drijven. Het ontbrak daarover nooit aan vrome woorden, ook niet in het gemilitariseerde denken van Verhofstadt. Het belette niet dat haast elke lakmoesproef op een fiasco uitdraaide - altijd weer omdat de (grote) lidstaten er niet de nodige politieke wil voor opbrengen. In Europese kringen groeit dan ook de overtuiging dat de hele idee van een collectieve diplomatie maar het best van nul af aan moet worden herdacht. Zeker nu Oost-Europa voor de deur staat en daarop duidelijk een aparte kijk heeft. Anders blijft de EU zich een rad voor de ogen draaien. Marc ReynebeauDE EUROPESE DIPLOMATIE MOET VAN NUL HERBEGINNEN.