Lange tijd was het een haast voltijdse journalistieke bezigheid de toenemende kloof tussen de christelijke arbeidersbeweging en CD&V te meten. Maar kijk, vandaag liggen de Vlaamse socialisten plots op ramkoers met het tot voor kort 'bevriende ABVV'. Militanten van de socialistische vakbond keerden in Hasselt ostentatief de rug naar de SP.A-bonzen op weg naar het congres waar Johan Vande Lanotte tot nieuwe partijvoorzitter werd gezalfd. Vande Lanotte trachtte met een oneliner het zaakje te ontmijnen: 'Wie de rug keert naar links, kijkt naar rechts.' Maar het was duidelijk: de beslissingen van de regering over de brugpensioenen sloegen in de socialistische beweging de eerste lekken onder de waterlijn.
...

Lange tijd was het een haast voltijdse journalistieke bezigheid de toenemende kloof tussen de christelijke arbeidersbeweging en CD&V te meten. Maar kijk, vandaag liggen de Vlaamse socialisten plots op ramkoers met het tot voor kort 'bevriende ABVV'. Militanten van de socialistische vakbond keerden in Hasselt ostentatief de rug naar de SP.A-bonzen op weg naar het congres waar Johan Vande Lanotte tot nieuwe partijvoorzitter werd gezalfd. Vande Lanotte trachtte met een oneliner het zaakje te ontmijnen: 'Wie de rug keert naar links, kijkt naar rechts.' Maar het was duidelijk: de beslissingen van de regering over de brugpensioenen sloegen in de socialistische beweging de eerste lekken onder de waterlijn. Zij die afgelopen zaterdag naar TerZake keken, hebben daar weinig noemenswaardige verschillen opgetekend tussen het discours van de nieuwe SP.A-voorzitter Vande Lanotte en de liberale premier Guy Verhofstadt. En zo krijgt de gemiddelde ABVV-militant stilaan de indruk dat de socialistische ministers geen andere ambitie meer hebben dan het kapitalisme, 'de markt', beter te beheren dan hun liberale coalitiegenoten. De socialisten komen ineens tot het inzicht - de spelletjespolitiek van Steve Stevaert hield ze dat lang verborgen - dat ze in de huidige omstandigheden alleen secundaire aanpassingen kunnen aanbrengen, want 'de markt' wint altijd, moet altijd winnen. De maatschappij is volgens Jean-Marie Guéhenno een reusachtige cybernetische machine, zonder einde of begin. Blijkbaar kunnen we het ons niet langer veroorloven - want de globalisering slaat ongenadig toe - om de tijd te nemen en na te denken over de samenleving en vooral over de vraag hoe we die ten goede kunnen veranderen. In de politiek is intussen een nieuwe kaste ontstaan die in haar eigen jargon het werk van anderen regelt en controleert. Het is die kleine groep die zowel partijen als regeringen leidt en die daarbij veel directieven en vermaningen uitvaardigt. De vaak kwalijke gevolgen, financiële én maatschappelijke, worden door hun communicatiedeskundigen versluierd. De boodschap van die kleine groep, die zich graag managersallures aanmeet, is wel duidelijk: wie niet braaf is, krijgt geen geld. Die neerbuigendheid is mee verantwoordelijk voor het beklemmende gevoel dat de voorbije jaren is ontstaan en dat nu blijkbaar op een hele generatie is overgeslagen. Vandaar de onrust en de angst die Mark Elchardus peilde bij de jongvolwassenen. Nog geen tien jaar geleden deed wijlen Frans Verleyen er hier zijn beklag over dat ' een paar bureaucratische renegaten bij het ministeriële ACV en bij de club van Europese job-engineers van de studerende jeugd een hapklare brok voor de moderne economie willen maken'. De renegaten en job-engineers hebben hun slag thuisgehaald: vandaag levert het onderwijssysteem het kanonnenvoer voor die markt. Dat werd zo bepaald in protocollen opgesteld tijdens Europese conclaven in Lissabon en elders. Niemand verwondert er zich nog over dat de minister van Werk ook Onderwijs onder zijn bevoegdheden heeft. Bovendien krijgen de jongeren te horen dat zij het in de toekomst met wat minder zullen moeten stellen, want dat de sociale vangnetten een voor een zullen worden weggenomen. Onlangs raadde minister Frank Vandenbroucke van Onderwijs alle leerkrachten aan het verhaal van collega Tessa Vermeiren van Weekend Knack en van gewezen SP.A-parlementslid Yamila Idrissi te lezen, ' want het boek wijst op de cruciale rol van leraren om hun scholieren aan te moedigen en in contact te brengen met literatuur, cultuur en maatschappelijke evoluties'. In hun in keerdruk uitgebrachte Kif-Kif. Aan de ander kent men zichzelf doen Tessa Vermeiren en Yamila Idrissi het pregnante relaas van hun sociale migratie. Vermeiren groeide op in de jaren 1950 in een arbeidersgezin, Idrissi twintig jaar later als dochter van een Marokkaanse gastarbeider - allebei met dezelfde dromen en ambities, wetend dat het mogelijk was om een beter leven te leiden dan dat van hun ouders, allebei vastbesloten weg te komen uit dat huis in de root. Vermeiren en Idrissi slaagden erin de eigen emancipatie af te dwingen, met de steun van bevlogen leraren. Of die krachttoer vandaag kan worden herhaald, is maar de vraag. Het valt te vrezen dat de opeenvolgende ministers van Onderwijs, van welke politieke gezindte ook, de voorbije jaren al die mogelijkheden hebben weggesaneerd, in naam van de efficiëntie en van de markt. Zou het kunnen dat de jonge ABVV'ers, die in Hasselt betoogden, vermoeden dat ze getrukeerde kaarten toebedeeld kregen? Rik Van Cauwelaert