Er doen verdwaalde cowboys op mee. En een zigeunerorkest, wild pogoënde straatschoffies, een geheim verbond van klankentappers en de man die disco had willen uitvinden. Moge het met zo weinig woorden al duidelijk zijn dat "Berchem" ammoniak is voor de muzikale delen van het brein.
...

Er doen verdwaalde cowboys op mee. En een zigeunerorkest, wild pogoënde straatschoffies, een geheim verbond van klankentappers en de man die disco had willen uitvinden. Moge het met zo weinig woorden al duidelijk zijn dat "Berchem" ammoniak is voor de muzikale delen van het brein. Het debuut van Dead Man Ray hangt zichzelf moeiteloos in de kroonlijst van deviante popalbums zoals die ogenschijnlijk alleen nog bij ons gemaakt worden. Terwijl men elders subgroepen en deelmarkten met eenheidsworst bedient, gaat de jeugdige energie hier bij voorkeur naar onderzoek en ontwikkeling. "Berchem" komt uit een laboratorium waar ook dEUS en Evil Superstars lokalen hebben. Het is een oefening in klank die tegelijkertijd veel aan het toeval overlaat en niets over het hoofd ziet. Centrale as Daan Stuyven schrijft bijvoorbeeld geen verhalen maar bedient zich van de taal. Hij schikt woorden op basis van hun klankkleur tot zinnen en laat de fonetiek corresponderen met de sfeer van de muziek. Samengevat: de teksten houden niet echt steek maar kloppen als een bus. De geluidsband improviseerde Stuyven bij elkaar met mensen die een frisse nonchalance kunnen voorleggen. De namen: Herman Houbrechts ( Nemo), Elko Blijweert ( Kiss My Jazz) en Rudy Trouvé (stamboom op verzoek). Na een uitgebreide lakbeurt in de computer ging het sober geregistreerde resultaat voor een laatste laag naar producer - en ondertussen vijfde man - Wouter Van Belle. Nooit eerder werd deze controlefreak zo lang op zijn honger gelaten. Wellicht daarom dat hij zich in het middenstuk van "Copy of 78" weert alsof hij het voorprogramma speelt van Donna Summer. De uitkomst klinkt zo logisch verwarrend als verwacht kon worden. Alles mondt uit in branierijke metropoolmuziek met een landerig gevoel. Je hoort zowel de cadans van roltrappen als de krekels bij kampvuur. En ze klinken even vreemd als herkenbaar. "Berchem" bestaat uit kreten en gefluister met een popsong als chassis en een luisterspel als geluidsomgeving. Het hoofdaccent van dit album ligt duidelijk op alles wat te onthouden valt uit de jaren tachtig ( Joy Division, The The, Wire). En het zorgt ervoor dat het voortaan ook mag vergeten worden. Een muziekstuk met een gevoel dat niets meer is zoals voorheen. Dead Man Ray "Berchem" (HH98008/Heavenhotel)Jan Delvaux