Het Internationaal Filmfestival van Vlaanderen-Gent (5 tot 16 oktober) pakt traditiegetrouw uit met avant-premières van de grote kaskrakers van het nieuwe seizoen, maar vooral ook de kleine, betere film uit alle windstreken wordt tijdens het filmfeest in het zonnetje gezet. Om u te helpen bij uw keuze uit bijna tweehonderd films (waaronder een uitgebreide retrospectieve van 80 jaar Zweedse film en hommages aan musical regisseur Stanley Donen en producer Irwin Winkler) hieronder een selectie, alfabetisch geklasseerd, van een twintigtal inzendingen.
...

Het Internationaal Filmfestival van Vlaanderen-Gent (5 tot 16 oktober) pakt traditiegetrouw uit met avant-premières van de grote kaskrakers van het nieuwe seizoen, maar vooral ook de kleine, betere film uit alle windstreken wordt tijdens het filmfeest in het zonnetje gezet. Om u te helpen bij uw keuze uit bijna tweehonderd films (waaronder een uitgebreide retrospectieve van 80 jaar Zweedse film en hommages aan musical regisseur Stanley Donen en producer Irwin Winkler) hieronder een selectie, alfabetisch geklasseerd, van een twintigtal inzendingen.Niemand kan het enthousiasme loochenen waarmee Peter Greenaway de platgetreden paden van de narratieve cinema op een hautaine manier opblaast. Helaas gelijkt de nieuwste film van de Britse cineast op een chaotische en rommelige catalogus van zijn verzamelde obsessies. 8 1/2 Women getuigt van een slordigheid die we echt niet gewoon zijn van deze maniakaal gedisciplineerde dandy. Het is een laconieke komedie over de seksuele fantasieën van de man. Een Zwitserse kasteelheer en zijn zoon verzamelen allerlei vrouwelijke archetypes. Hun collectie telt 8 1/2 exemplaren. De titel verwijst naar Fellini's beroemde film over een creatieve malaise, al bestrijkt het referentiekader van de aanmatigend erudiete Greenaway natuurlijk een veel breder cultureel spectrum. Hoe langer hoe meer blijkt ook dat sinds er een eind kwam aan de samenwerking met vaste componist Michael Nyman, de films van Greenaway zowel hun bindende structuur als een stuk van hun ziel kwijt zijn. Jammer dat er geen betere film kon gekoppeld worden aan de grote Greenaway-tentoonstelling Artworks 63-99 in het Caermersklooster in Gent. De naar Azië uitgeweken Australiër Christopher Doyle is zeker geen onbekende in de Hongkongcinema: al tien jaar lang is hij de vaste cameraman van Wong Kar-wai. Zijn solofilm Away With Words is een door elkaar gehaspeld dagboek over de veelal nachtelijke omzwervingen van een Japanner die op de sofa slaapt van een bar, en de Ierse eigenaar van de zaak, een plezier zoekende homo die in een aanhoudende dronkemansroes verkeert. De beelden snellen kriskras in ijltempo voorbij; alle tics, grillen en effecten zijn gepermitteerd. Zo veel vrijheid met de camera dat je er duizelig van wordt. The Big Brass Ring is gebaseerd op een origineel scenario van Orson Welles. We herkennen vele thema's en motieven die de maker van Citizen Kane en Mr. Arkadin bezighielden (manipulerende mentors; dubbelgangers; de speurtocht in een duister verleden; politieke machtsspelletjes; corruptie van de macht) maar er was ook een Welles achter de camera nodig geweest om ons wegwijs te maken door de labyrintische intrige. In de regie van George Hickenlooper is dit niet meer dan een al te ambitieuze tv-film, volgepropt met slecht uitgewerkte goede ideeën. Met William Hurt, Nigel Hawthorne, Miranda Richardson en Irene Jacob. TUSSEN TWEE CULTURENDe vooral via het Internet gehypte minimalistische horrorprent The Blair Witch Project kostte amper 430.000 dollar en bracht in Amerika al 135 miljoen dollar in het laatje; wat dit - rekening gehouden met de investering - de meest winstgevende film aller tijden maakt. De verzonnen premisse: in de lente van 1994 trokken drie filmstudenten met hun camera het woud van Maryland in om er de dodelijke legende van de Blair heks te onderzoeken. Het trio keerde nooit terug. Een jaar later werd het filmmateriaal teruggevonden, en dat krijgen we nu in de vorm van een fake documentaire te zien. Voor sommigen is dit de meest angstaanjagende film die ze in hun leven hebben gezien. Voor mij werkte deze gimmick van Daniel Myrick en Eduardo Sanchez geen minuut en is deze extreme oefening in subjectieve camera (die hoofdzakelijk bestaat uit bevende videobeelden waarin de hysterische acteurs al gillend door een bos hollen) even vervelend als doorzichtig. De meest overroepen kleine film van het jaar. Constantinos Giannaris schetst in From the Edge of the City het portret van de stuurloze jonge generatie van Russische immigranten in Menidi, een buitenwijk van Athene. De zeventienjarige Sasha droomt ervan een danser te worden, maar zit gevangen in een niemandsland tussen twee culturen. Hij hangt hele dagen rond in goedkope kroegen en bordelen, verzinkt in de kleine criminaliteit en occasionele prostitutie. Zijn rusteloze repetitieve handelingen worden gevat in een hyperdynamische cameravoering en gemonteerd op het opzwepende ritme van een amfetamine rock score. De unieke etnische mix - Russen van de Zwarte Zee-kust, gestrand in het warme Griekenland van het harteloze materialisme - compenseren het déjà vu van vele situaties. In het tegelijk ruwe en tedere Zweedse kleinood Fucking Amal (Show Me Love) ontdekken twee tienermeisjes uit het oervervelend stadje Amal hoe moeilijk maar ook hoe mooi de lesbische liefde kan zijn. Hun ontluikende passie, tegengewerkt door hun omgeving maar ook door eigen onzekerheid en angst, is prachtig geobserveerd en wordt door de twee meisjes met een ontwapenend naturel vertolkt. Lukas Moodysson speelt het klaar om een uit het leven gegrepen film te maken die echt aangrijpend is zonder ooit sentimenteel of prekerig te worden. Ghost Dog: The Way of the Samourai is de zoveelste magere komedie van cult-charlatan Jim Jarmush. Alles is opgehangen aan een schraal ideetje: een zwarte huurmoordenaar (Forest Whitaker) gaat volgens de samouraicode door het leven en bindt de strijd aan met zijn Italo-Amerikaanse opdrachtgevers. Een paar goede grappen, de rest is gesneden koek voor pseudo-intellectuelen die graag uitpakken met hun inzicht in postmodern minimalisme. Haut les coeurs, de eerste speelfilm van Solveig Anspach, is een taai maar in details ook zeer gevoelig en genuanceerd ziektedrama over een jonge zwangere vrouw (Karin Viard) die verneemt dat ze borstkanker heeft. Ze moet niet alleen voor haar leven vechten maar ook voor dat van haar baby. Anspach maakte vroeger documentaires - wat voelbaar is in haar benadering van de realiteit. Haar personages (de vrouw, haar levensgezel, de dokters) zijn geen helden, maar hebben geen andere keuze dan te vechten. Het leed in haar film is niet geforceerd, maar rauw en onopgesmukt. EEN SCHERPE AANKLACHTZoals te verwachten van een trouwe Oscar Wilde-verfilming, zijn de fijngeslepen dialogen van An Ideal Husband om van te snoepen. Deze hyperbeschaafde kostuumfilm van Oliver Parker is dan ook warm aanbevolen voor wie zijn buik vol heeft van het "fuck you" concerto uit de meeste Amerikaanse films. In dit romantisch blijspel over het afwenden van een potentieel politiek schandaal (wat de Victoriaanse salonintriges actueler maakt dan op het eerste oog lijkt) speelt Rupert Everett met zwier de hardnekkige vrijgezel die zijn vrijheid wil bewaren terwijl hij ook het huwelijk van zijn beste vriend (Jeremy Northam) moet redden. Normal gesproken, gaat het festival van start met vrijblijvend vertier dat zeker niet de gemoedsrust van het galapubliek mag verstoren, maar dit jaar is de keuze van de openingsfilm iets gewaagder. Kadosh is een bijzonder scherpe aanklacht tegen de behandeling van vrouwen in de ultraortodhoxe joodse gemeenschap in de Mea Shearim-wijk in Jeruzalem. Regisseur Amos Gitai observeert de strenge leefregels en bijhorende dwingende rituelen genadeloos, maar ook zonder enige spot of nadrukkelijk geafficheerde afkeuring. Ruimer gezien biedt deze film over levens die volledig in dienst staan van het aanbidden en dienen van god, een ontluisterende kijk op de verstikkende invloed van religieuze dogma's. Het verhaal draait om twee zussen. Rivka wordt na tien jaar huwelijk door haar devote man aan de kant gezet (met de zegen van de plaatselijke rabbi) omdat ze hem geen kinderen schonk. Haar jongere zus Malka wordt tot een liefdeloos huwelijk gedwongen, terwijl ze stiekem verliefd is op een andere man. De twee onderdrukte maar opstandige vrouwen worden door Yaël Abecassis en Meital Barda onvergetelijk vertolkt. De Japanse cultregisseur Takeshi Kitano laat even zijn nihilistische yakuza-verhalen en surreële gewelduitspattingen rusten. Met Kikujiro gaat hij kordaat de emotionele maar helaas ook de kinderachtige toer op. De regisseur speelt zelf de rol van de luie, half op rust gestelde boef die een klein jongetje escorteert bij diens zoektocht naar de moeder die hij nooit heeft ontmoet. Hun odyssee levert een eentonige road movie op vol meligheid (de muziek is een ware beproeving) en flauwe burleske komedie. A Midsummer Night's Dream blijft een van Shakepeare's moeilijkst te verfilmen stukken, maar dat schrikte Michael Hoffman niet af. Hij verplaatst de vier eeuwen oude historische klucht naar het Toscane begin negentiende eeuw en stuurt Michelle Pfeiffer, Kevin Kline, Rupert Everett Stanley Tucci en Sophie Marceau een betoverend woud in, nagebouwd in de Romeinse Cinecitta studio's. De acteurs maken er een feest van, maar u moet er wel kunnen inkomen en bereid zijn het gekunstelde uitgangspunt over het hoofd te zien. Na Idioterne van Lars Von Trier en Festen van Thomas Vinterberg is Mifune's Last Song van Soren Kragh-Jacobsen de derde Deense film vervaardigd volgens de strenge richtlijnen van het Dogma 95 manifest. De titel slaat op de Japanse ster Toshiro Mifune, favoriet acteur van de hoofdpersoon, een succesvolle yuppie uit Kopenhagen die zijn bescheiden afkomst verloochent. Als zijn vader tijdens zijn wittebroodsweken schielijk overlijdt, moet hij halsoverkop terug naar zijn geboorteplaats op het afgelegen eiland Lolland, waar hij ook nog opgezadeld zit met een zwakbegaafde broer. Hij huurt een huishoudster in - het blijkt een op de vlucht geslagen hoer te zijn die zijn rustig leventje helemaal ondersteboven gooit. De vaudeville rond familiegeheimen en kleinburgeridealen is wel grappig, maar de zogezegd nieuwe filmgrammatica van Dogma 95 (geen kunstlicht, geen camerastatief) is na drie toepassingen al tot een procédé verstard. WROK EN PASSIEDe oorlog tussen de seksen woedt in alle hevigheid in de schitterende Strindberg-verfilming Miss Julie. De immer verbazende Mike Figgis blijft trouw aan het al meer dan een eeuw oud drama van de Scandinavische meester. Zijn versie is echter ook intens cinematografisch, met een zwierige camera die alert is voor de kleinste nuance in de tekst en ook de toneelmatigheid (met de ruime keuken van een Zweedse graaf als uniek decor) doorbreekt. Saffron Burrows is de knappe freule Julie, een verwend kind dat tijdens de midzomernacht het hoofd op hol brengt van de livreiknecht Jean (Peter Mullan). Maar zij wordt ook zelf het slachtoffer van het verwarrende spel van verleiding, vernedering, wrok en passie. Figgis componeerde zelf de muziek; er is een onthutsende scène waarin hij via allerlei modulaties in muziek, geluiden en stemmen, de erotische spanning ten top voert terwijl de minnaars zich verschuilen in de wijnkelder en dreigen betrapt te worden door het feestvierend personeel. Miss Julie is een van de dertien films in de competitie met als thema "De Impact van Muziek op Film". Het is weinig waarschijnlijk dat er zich een film aandient die op even briljante wijze muziek in de dramatische handeling integreert. Om nog beter van de film te genieten kan u hem ook vergelijken met een eerste versie uit 1951, Fröken Julie van Alf Sjoberg, te bewonderen in de retrospectieve van tachtig jaar Zweedse film. In zijn derde lange film, So Close to Paradise toont Wang Xiaoshuai de lotgevallen van drie jonge mensen die de ellende van het platteland zijn ontvlucht om in de stad Wu Han aan de Yangtsu rivier een nieuw leven te beginnen. Wat begint als een "polar" over wraak en ontvoering, evolueert algauw tot een amoureuze kroniek, een ouderwets Chinees melodrama, maar dan in nieuwe stijl en met verbazende observaties over de kwalen van de kapitalisische revolutie. De nieuwste film van Spike Lee, Summer of Sam is oververhit, onevenwichtig en gulzig (er zit genoeg stof in voor een half dozijn films) maar biedt bij vlagen grote cinema. Tijdens de bloedhete zomer van 1977 zaait een serial killer (die zichzelf Son of Sam noemt) paniek in de Bronx, de overheersend Italo-Amerikaanse wijk die net als de rest van New York in de ban is van de discokoorts en ten prooi is aan rassenhaat en hysterische paranoia. Tegen die explosieve achtergrond tekent Lee het spaaklopend huwelijk en de seksuele frustraties van de gekwelde katholieke macho John Leguizamo en de lijdzame madonna Mira Sorvino. Daar gaat hij weer! In Celebrity wist Woody Allen ons aangenaam te verrassen, maar met zijn nieuwste opus Sweet and Lowdown is het weer prijs: dezelfde afgezaagde grappen, one-liners en stuntelige slapstick van zijn laatste twintig films. Allen is zelf een van de vertellers in deze losjes en arbitrair opgebouwde verzonnen biografie van een legendarische Amerikaanse jazz gitarist (Sean Penn), die in zijn vak maar voor een rivaal moet onderdoen - Django Reinhardt - maar op menselijk vlak een mislukking is. Sweet and Lowdown leunt helaas minder aan bij Zelig dan bij Broadway Danny Rose; er is zelfs de obligate amateurwedstrijd van allerlei banaal excentrieke talenten. Allen werkt voor het eerst met de Chinese cameraman Zhao Fei, bekend van zijn werk voor Zhang Yimou. Zijn vorstelijke fotografie (gedomineerd door rood, goud en geel) geeft de film een onverdiende artistieke allure. EEN SIAMESE TWEELING EN HET HOERTJEEen pléiade overwegend Franse sterren (Catherine Deneuve, Chiara Mastroianni, Emmanuelle Béart, Vincent Perez, Marie-France Pisier, John Malkovich) loodst ons door de nieuwste labyrintfilm van Raoul Ruiz, Le Temps Retrouvé, de verrassend ge(s)laagde verfilming van een fragment uit de beroemdste romancyclus van de Franse literatuur, A la recherche du temps perdu van Marcel Proust. Ruiz kruidt zijn barokke intriges ook met elementen uit andere delen van de cyclus, zodat zijn film ook een visuele reisgids wordt door een veel geciteerd maar zelden uitgelezen literair monument. Twee echte broers, Michael en Mark Polish, schreven, regisseren en spelen de hoofdrollen in Twin Falls Idaho, een ingetogen pseudo avant-gardefilm over een Siamese tweeling en het argeloos hoertje dat - bij manier van spreken - een wig drijft tussen de broers en hun wankel evenwicht in gevaar brengt. Verwacht geen freakshow, wel een lichtjes verwaterde maar nog altijd fraai claustrofobische versie van de obsessies met symmetrie en fysieke aberraties in het oeuvre van David Lynch, David Cronenberg en Peter Greenaway. Een werkloze vijftiger die plotseling zijn baan - en zijn gezond verstand - verliest, ontpopt zich tot een nachtelijke burgerwachter die in de metro orde doet heersen en het kwaad met nog groter kwaad bestrijdt, daarbij geassisteerd door twee jonge sukkelaars. Wege in die Nacht is een loodzware, moraliserende fabel van Andreas Kleinert en wordt van de totale catastrofe gered door een beklemmend strenge zwartwitfotografie. Met The Winslow Boy tekent David Mamet, expert van het poëtisch transformeren van de taal van de (Newyorkse) straat, een feilloze en scherpzinnige Terence Rattigan-verfilming, met als bijkomende paradox dat Mamet de Engelse toneelauteur naar de letter trouw blijft maar in het materiaal toch zijn eigen stokpaardjes projecteert. De titelheld is een kadet bij de militaire academie, in het Engeland van 1912 beschuldigd van de diefstal van een postwissel van vijf shilling. Hij houdt zijn onschuld staande; zijn vader (Nigel Hawthorne) en oudere zus (Rebecca Pigeon, vrouw van Mamet) staan achter hem en roepen de hulp in van een flamboyante advocaat (Jeremy Northam). Een knap staaltje van uitgepuurde, klassieke cinema waarin geen woord of beeld overbodig is. Net voor hij Wonderland maakte (nog altijd bij ons in de bioscoop) draaide de Britse snelfilmer Michael Winterbottom With Or Without You, een kleine charmante relatiekomedie over een kinderloos echtpaar uit Belfast (Christopher Eccleston, Dervla Kirwan), de sleet in hun huwelijk en de derde partij (een penvriend van de vrouw) die de crisis op de spits drijft. Winterbottom hanteert een levendige stijl die het overbekend materiaal fris en vitaal maakt. 26 ste Internationaal Filmfestival Vlaanderen Gent. Van 5 tot 16 oktober in Decascoop, Sphinx, Studio Skoop. Info: 070/22.20.20.Patrick Duynslaegher