In goed zes maanden tijd was het afgelopen. Het vervaarlijke Oostblok bleek zo aangetast door roest en betonrot dat het bijna vanzelf uit elkaar viel. Gevreesde dictators bleken niet meer dan gewone, oude mannetjes. Mensen die kort daarvoor nog bang waren van hun schaduw, klommen op de muur in Berlijn en sloegen er met pikhouwelen grote gaten in.
...

In goed zes maanden tijd was het afgelopen. Het vervaarlijke Oostblok bleek zo aangetast door roest en betonrot dat het bijna vanzelf uit elkaar viel. Gevreesde dictators bleken niet meer dan gewone, oude mannetjes. Mensen die kort daarvoor nog bang waren van hun schaduw, klommen op de muur in Berlijn en sloegen er met pikhouwelen grote gaten in. Er kwam in de nacht van 8 op 9 november 1989 een einde aan een wereldorde die bijna vijftig jaar had standgehouden. Er liep een tijd af, waarin zekerheden bestonden en duidelijk was wie de vriend en wie de vijand was. Maar waarin de dreiging van een nucleaire oorlog soms bijna tastbaar aanwezig was. Francis Fukuyama noemde het populair het einde van de geschiedenis. Maar dat was toch een beetje te vroeg. Het mag een merkwaardig toeval worden genoemd dat bijna dag op dag vijftien jaar na de val van de Muur in Rome een nieuw verdrag van de Europese Unie werd ondertekend. Dat verdrag bezegelt de toetreding van tien nieuwe lidstaten, waarvan er acht uit de invloedssfeer van de voormalige Sovjet-Unie komen. Het kan dus niet anders of er is in die vijftien jaar een lange weg afgelegd. Die verliep niet altijd zonder pijn en smart. West-Europeanen beseffen te weinig dat er in Oost-Europa, terwijl het stof de tijd nam om te gaan liggen, een generatie mensen werd opgeofferd, die de stap naar het marktdenken niet meer konden zetten. Pensioentjes konden de hollende inflatie niet bijbenen. Voor sociale voorzieningen was geen geld en privatiseringen betekenden koudweg dat men zijn werk verloor. Maar nu is de cirkel rond. Er ontwikkelt zich geleidelijk een groter Europa, dat op de duur ook sterker zal worden. Een Amerikaanse politieke denker zoals Jeremy Rifkin pleit er onverbloemd voor dat Europa oplossingen voor zijn problemen zoekt, die aansluiten bij zijn eigen, humane waarden. De mens is zeker even belangrijk als het winstprincipe. De Amerikaanse droom is volgens Rifkin kapot, de Europese moet nog beginnen. In Brussel en in Boedapest, in Parijs en in Warschau wordt nu nog een beetje wantrouwig naar elkaar gekeken. Er zijn in de aanloop van de uitbreiding hier en daar weinig vriendelijke woorden gesproken. Maar landen in Centraal-Europa die nu nog sceptisch staan tegenover meer Europese eenmaking, vinden binnenkort bijna onvermijdelijk hun eigen plek in het warme Europese nest. Dan kan het een kwestie van tijd zijn voor ze begrijpen dat hun toekomst op het oude continent ligt en niet over de Atlantische Oceaan. Hubert van HumbeeckCentraal-Europa zoekt nog zijn plek in het warme Europese nest.