Arbeiders worden gediscrimineerd tegenover bedienden, en dat is in strijd met de Belgische grondwet. Dat weten we al sinds 1993, omdat het Arbitragehof, het latere Grondwettelijk Hof, dat toen al vond. Alleen schrok het hoogste hof wat terug voor de consequenties. Het beperkte zich tot een opdracht aan de overheid tot geleidelijke eenmaking. Zestien jaar later kun je bezwaarlijk spreken van een substantiële vooruitgang. Wiens schuld is dat? Van de vakbonden, uiteraard. Die zijn namelijk verantwoordelijk voor alles wat er misloopt in dit land. En deze keer omdat ze het vertikten op te komen voor de belangen van hun belangrijkste achter...

Arbeiders worden gediscrimineerd tegenover bedienden, en dat is in strijd met de Belgische grondwet. Dat weten we al sinds 1993, omdat het Arbitragehof, het latere Grondwettelijk Hof, dat toen al vond. Alleen schrok het hoogste hof wat terug voor de consequenties. Het beperkte zich tot een opdracht aan de overheid tot geleidelijke eenmaking. Zestien jaar later kun je bezwaarlijk spreken van een substantiële vooruitgang. Wiens schuld is dat? Van de vakbonden, uiteraard. Die zijn namelijk verantwoordelijk voor alles wat er misloopt in dit land. En deze keer omdat ze het vertikten op te komen voor de belangen van hun belangrijkste achterban. Omdat ze dan aan hun structuren, met aparte centrales voor arbeiders en bedienden, zouden moeten morrelen. Dat was althans de simpele uitleg van emeritus professor Roger Blanpain. Daarin gretig nagekwekt door steeds dezelfde journalisten. Die hebben het vandaag moeilijk om te kunnen volgen. Want is dat daar niet het ACV dat uitkomt met een gedurfd, integraal voorstel om te komen tot een gemeenschappelijk statuut voor arbeiders en bedienden? En dat enige toegeeflijkheid in het dossier van de crisiswerkloosheid voor bedienden daarvan radicaal afhankelijk maakt? En daarin dan nog redelijk wat bijval krijgt vanuit de wetenschappelijke wereld ook? Vanwege professor Vanachter. Vanwege professor Sels. Zelfs vanwege professor Blanpain. Er zijn geen zekerheden meer. Waarom nú, en niet eerder? Wel, lange tijd leefde het thema niet echt bij de arbeiders, ondanks de verwoede pogingen vanuit de politieke, wetenschappelijke of mediawereld om het op te rakelen. En als het al eens opflakkerde, dan vond het zijn uitweg via kleine verbeteringen, via cao's in de sectoren en bedrijven. Je voelde dat pas de laatste jaren kantelen. Maar dan ook vrij abrupt. Oorzaken? Dat is een vette kluif voor arbeidssociologen. Laten we het voorlopig houden bij volgende cocktail. Eén: een grotere maatschappelijke gevoeligheid voor ongerechtvaardigde discriminatie. Twee: de oprukkende globalisering, die arbeiders van herstructurering naar herstructurering loodst, om dan telkens te moeten vaststellen dat ze het moeten stellen met het kleingeld van de sociale enveloppen. De herstructurering van Volkswagen Vorst, met voor het eerst gouden handdrukken voor de arbeiders naar het model van de bedienden, was daarom ook een scharnierpunt. Drie: de arbeiders waren het beu zelf hun verbeteringen te moeten betalen. Want hoe gaat dat in de sectoren en bedrijven? Carenzdag weg? Opzegtermijn langer? Ja, maar dan afgeruild voor wat minder loonsverhoging. Met andere woorden: de arbeiders mogen zelf hun antidiscriminatiebeleid betalen. En, vier (van recente datum overigens): de arbeiders werden het beu om via de economische werkloosheid grotendeels de volatiliteit van een open economie te moeten dragen. We wisten al lang dat het onderscheid tussen arbeiders en bedienden juridisch, economisch en sociologisch onhoudbaar is. Pas de laatste jaren werd duidelijk dat het ook sociaal onhoudbaar is. Al is het nog even wachten vooraleer dat voor iedereen duidelijk is. CHRIS SERROYEN, HOOFD ACV-STUDIEDIENST, LID REDACTIECOMITé DE GIDS OP MAATSCHAPPELIJK GEBIED door Chris Serroyen