Al twee weken lang is Turkije in de ban van een petitie waarin het optreden van het leger tegen de Koerdische bevolking in het zuidoosten van het land aan de kaak wordt gesteld. Afgelopen zomer laaide de strijd tussen de militante Koerdische verzetsbeweging PKK en de Turkse staat op. Steden en wijken werden door het leger van de buitenwereld afgesloten, en er zouden 262 burgers omgekomen zijn. De petitie, die was ondertekend door 1128 academici uit binnen- en buitenland, spreekt van een 'vooropgezet bloedbad en deportatie van de Koerdisch...

Al twee weken lang is Turkije in de ban van een petitie waarin het optreden van het leger tegen de Koerdische bevolking in het zuidoosten van het land aan de kaak wordt gesteld. Afgelopen zomer laaide de strijd tussen de militante Koerdische verzetsbeweging PKK en de Turkse staat op. Steden en wijken werden door het leger van de buitenwereld afgesloten, en er zouden 262 burgers omgekomen zijn. De petitie, die was ondertekend door 1128 academici uit binnen- en buitenland, spreekt van een 'vooropgezet bloedbad en deportatie van de Koerdische bevolking'. President Erdogan reageerde als door een wesp gestoken. Hij noemde de academici 'verraders' en sprak van een 'vijfde colonne'. Daarbij bleef het niet. Alle ondertekenaars kunnen een aanklacht wegens 'terroristische propaganda' tegemoetzien en riskeren een gevangenisstraf. Sommige ondertekenaars werden door hun universiteitsbestuur geschorst. Het woord 'heksenjacht' viel, en in de provincie werden deuren van werkkamers met rode kruizen beschilderd. 'Zó opruiend was de tekst nu ook weer niet', zegt Biray Kolluoglu, als sociologe werkzaam aan de Bogaziçi-universiteit in Istanbul. Volgens haar is de petitie slechts een excuus. 'Erdogan duldt geen tegenspraak. Eerst pakte hij het leger aan, toen de rechtspraak en ten slotte de media. Nu zijn wij aan de beurt.' Volgens Erol Köroglu, docent Turkse literatuur aan Bogaziçi, wil de president de intellectuele elite die zich tegen het regeringsbeleid uitspreekt, marginaliseren. 'Dat doet hij via intimiderende retoriek, strafzaken, maar ook door zijn greep op het hoger onderwijs te verstevigen. Zo wil hij in de toekomst zelf de rectoren benoemen.' In een land met van staatswege afgedwongen taboes is academische vrijheid nooit vanzelfsprekend geweest. Denk aan thema's als de Armeense genocide of de Koerdische kwestie. Officieel zijn universiteiten vrij om te onderzoeken en te doceren wat ze willen. Maar een eerder toegekende subsidie kan gemakkelijk worden ingetrokken. En een aanklacht wegens staatsondermijnende activiteiten is snel uitgevaardigd. Dat was onder Erdogans voorgangers, de seculiere kemalisten, al zo. Köroglu spreekt over een 'klimaat van angst'. Net als Kolluoglu ondertekende hij de petitie. 'Op minder activistische universiteiten doen ze er liever het zwijgen toe', zegt hij. 'Ik begrijp dat wel. Mensen hebben kinderen, een hypotheek.' 'We kunnen kwaliteit leveren omdát we liberaal zijn', zegt Biray Kolluoglu. 'Academische vrijheid is de voorwaarde voor succes. Waarom dat riskeren? Het is alsof je de kip met de gouden eieren slacht. De dociliteit die Erdogan nu afdwingt, zal uiteindelijk duur betaald worden.' Marijn KrukWie de petitie tekende, is voor Erdogan een 'verrader'.