Erge en aanhoudende feiten in het tuintje van Lydia, onze werkster.
...

Erge en aanhoudende feiten in het tuintje van Lydia, onze werkster.Ssst, sist Leon, haar man die met het goede weer buiten aan het eten is. ?Wat is 't ?? vraagt Lydia, die uit de keuken met een emmer saus komt aangestapt, want het zijn eters met een gezonde appetijt. ?Sstt,? sist Leon weer. ?Luister !? ?Naar wat ?? vraagt Lydia. ?Sttt dan toch,? houdt Leon niet op met sissen. ?Hoe moet ik nu luisteren naar iets ik weet niet wat,? sist nu ook Lydia. Dit sissen blijkt epidemisch snel om zich heen te grijpen. De zoon komt op de geur van het middagmaal de hoek van het huis omgedraaid en wordt al stilgesist nog eer hij de kans heeft gehad zijn mond open te doen. ?Wat is er ?? sist hij, meteen gegrepen door de sisziekte. ?De kikvors,? fluistert Leon. Fluisteren is het tweede stadium van de siskoorts, men mag dan zonder overmoedig optimisme van een verbetering spreken. ?En wat is er met de kikker ?? fluistert de zoon. ?Hij kwaakt,? fluistert Leon. ?Wat zou je willen dat hij deed ?? sist de zoon. ?Een barcarole zingen ?? ?Ja vader,? fluistert Lydia, ?een kikker kwaakt, dat is een natuurfeit.? ?Maar deze kwaakt zo raar,? fluistert Leon, ?en altijd van op dezelfde plaats.? ?Waar ?? vraagt Lydia nu op luide toon. ?Daar,? zegt nu ook Leon. En met het hoofd in de schouders getrokken en de kin bijna op het tafelblad keert hij zich om en wijst met zijn vork naar hun kleine vijver. VELE TOESCHOUWERS die dit tafereeltje aanschouwen zonder de achtergronden te kennen, zouden in de overtuiging geraken dat Leon een verre neef van de klokkenluider van Notre-Dame was, vanwaar anders dat weggedoken hoofd en die gekromde houding ? Niets is echter minder waar. Leon is zo recht als een panlat en heeft niet één rode bloedcel van de beruchte romanfiguur. Hij moet deze ongemakkelijke houding aannemen omdat vlak achter hem een boom staat en aan die boom hangt een nestkastje. In dat nestkastje woont een hommelvolk van de Bombus-soort en het vlieggat van het nestkastje bevindt zich, wanneer Leon recht zit, precies in het midden van zijn voorhoofd. Het is algemeen geweten dat angeldragers zich zenuwachtig gaan gedragen en zich steekplichtig voelen tegenover elk voorwerp dat zich op hun vliegbaan tussen hen en het vlieggat bevindt. Dit is de reden waarom Leon zich over de tafel kromt, terwijl de Bombussen over zijn hoofd het vlieggat inrazen. Het is een ongemakkelijke houding voorwaar, want zijn kin raakt de rand van zijn bord, hij kan zijn aardappelen in zijn mond laten rollen als bij een ?bouffe-balles? op de kermis, het vlees schuift hij erin als in een brievenbus. ?'t Is moeilijk, bar moeilijk,? zegt hij dikwijls. ?Maar als iedereen over ecologische catastrofes staat te gonzen, dan moet er iemand ook wat aan doen.? Ondertussen gonzen de Bombussen aan en af, dik en zwart als gedroogde pruimen met vleugels. ?En nu die kikker weer ! Dat beest zit vast klem tussen de keien van de rotspartij rond het vijvertje en schreeuwt zich de balg uit het lijf om verlost te worden.? ?Maar vader, hoe zou hij in godsnaam tussen twee keien vastgeraakt zijn, de groentesoep is je naar het hoofd gestegen,? zegt Lydia. ?Ja,? zegt de zoon, ?kikkers kwaken niet in zo'n noodgeval, ik denk dat ze zich doodstil houden.? ?Om wat te bereiken ?? roept Leon nu. Zijn sissyndroom is nu helemaal genezen. ?Wat heeft hij eraan om geluidloos te zitten wegkwijnen, kom aan het werk.? VADER EN ZOON begeven zich naar het vijvertje en beginnen op hun knieën gezeten in de scheuren en spleten tussen de rotsblokken te spieden. De kikker zwijgt als vermoord. ?Hij zwijgt,? zegt Leon. ?Da's zeker, het beestje is doodsbenauwd,? fluistert de zoon. ?Of dood,? zucht Leon. ?Laten we voorzichtig de stenen één voor één wegnemen, dan vinden wij hem.? ?Of wij verpletteren hem juist met al onze manoeuvres,? sist de zoon. Bedachtzaam worden de keien stuk voor stuk weggenomen en op het gazon gelegd, het rotspartijtje lijkt nu meer op het fort van Luik na het bombardement met de beruchte belegeringskanonnen van Krupp. Geen kikker te ontwaren. ?Hela,? roept Lydia, die in de keuken een verse berg frieten is gaan halen. ?Die stenen moeten terug, de tuin ziet eruit als na een aardschok.? De mannen leggen de keien terug en gaan gebukt voor hun bord zitten. Het kwaken herbegint maar nu komt het van veel dieper. ?We hebben de kikker begraven,? zegt Leon vol zelfverwijt. Zwijgend kruipen de twee mannen onder het vlieggat door naar de vijver en beginnen de stenen alweer weg te pellen. De kikker zwijgt. Gust, de goudvis springt bij al dat gedoe uit zijn element en moet kunstmatige ademhaling krijgen. Het eten wordt koud. Lydia gaat de vaat doen, terwijl de mannen de rotspartij herstellen. Niet zodra is die in orde of de kikker kwaakt maar nu vanuit helle diepten. Ik neem afscheid van dit tafereel terwijl vader en zoon de rotsblokken in allerijl verwijderen, er is bewolking gekomen, in de verte rommelt donder... Tragische grond, denk ik, tragische grond. Gommaar Timmermans