De meer dan honderd jaar oude Socialistische Internationale (SI) verwees op haar 21ste congres in Parijs de laatste dogma's naar de ideologische composthoop. Een ronkende verklaring van meer dan tien pagina's waarin niet één keer het woord kapitalisme of arbeidersklasse voorkomt, tekent voor de socialistische leiders de marsrichting van de volgende jaren uit. Of de boegbeelden die ook gedwee zullen volgen, valt te betwijfelen. De Internationale functioneert uitermate liberaal en elke partij doet waar ze zin in heeft. Directieven zijn er niet - het bestuur holt meestal achter de feiten aan - en buiten het driejaarlijks congres zijn er nauwelijks activiteiten. En toch moet wie wil toetreden in de rij staan. Sinds het communisme als een pudding in elkaar is gezakt kent de Internationale - waar de Europese partijen de touwtjes in handen hebben - een nieuw elan. De afgelopen zes jaar kwamen er veertig nieuwe leden bij en momenteel zijn zowat 170 partijen uit alle continenten aangesloten.
...

De meer dan honderd jaar oude Socialistische Internationale (SI) verwees op haar 21ste congres in Parijs de laatste dogma's naar de ideologische composthoop. Een ronkende verklaring van meer dan tien pagina's waarin niet één keer het woord kapitalisme of arbeidersklasse voorkomt, tekent voor de socialistische leiders de marsrichting van de volgende jaren uit. Of de boegbeelden die ook gedwee zullen volgen, valt te betwijfelen. De Internationale functioneert uitermate liberaal en elke partij doet waar ze zin in heeft. Directieven zijn er niet - het bestuur holt meestal achter de feiten aan - en buiten het driejaarlijks congres zijn er nauwelijks activiteiten. En toch moet wie wil toetreden in de rij staan. Sinds het communisme als een pudding in elkaar is gezakt kent de Internationale - waar de Europese partijen de touwtjes in handen hebben - een nieuw elan. De afgelopen zes jaar kwamen er veertig nieuwe leden bij en momenteel zijn zowat 170 partijen uit alle continenten aangesloten.Die aantrekkingskracht doet vermoeden dat de Internationale een erg interessant forum van de internationale politiek is geworden. Dat vermoeden wordt nog versterkt door de intrigerende tango die de Britse premier Tony Blair en zijn Franse collega Lionel Jospin rond de Internationale opvoerden. Op 22 september vorig jaar zat Blair met Bill Clinton en Romano Prodi in New York over de Derde Weg te praten. Jospin was niet uitgenodigd. Een nieuwe Internationale leek in de maak. Maar in Parijs werden de plooien gladgestreken en relativeerde Blair de etiketten waarmee hij en Jospin werden bedacht. Dat zijn slechts spelletjes van de media en "ieder zoekt voor zijn land de beste weg om dezelfde waarden te realiseren." En ook de Franse eerste minister die de positieve bijdrage van het traditionele socialisme aan deze eeuw wèl belichtte, benadrukte het belang van moderniteit en waarden. "De wereld is veranderd en het socialisme is geen doctrinair systeem." Hoewel beiden de eigen klemtonen met brio verwoordden, zeiden ze niets dat voor de ander onverteerbaar was. De clash die sommigen voorspelden - Der Spiegel voorspelde een showdown tussen traditionalisten en vernieuwers - kwam er niet. Geen schisma dus en evenmin een dissidente Internationale. Als Blair op 20 november opnieuw met Clinton en Prodi over de problemen van de planeet praat, zullen Jospin en de Italiaanse eerste minister Massimo D'Alema mee aan tafel zitten. De nieuwe PS-voorzitter Elio Di Rupo keerde opgelucht naar België terug. "We hebben een nieuwe synthese en hoeven niet langer tussen Blair en Jospin te kiezen." LAFONTAINE MAAKTE DE WEG VRIJMen heeft er het raden naar waarom Blair inbond en zijn plannen om een concurrerende organisatie op te zetten, (voorlopig?) opborg. Ongetwijfeld hebben de socialistische kopstukken zwaar op hem ingepraat, want ze zijn als de dood voor een intern ideologisch gevecht. In haar geschiedenis heeft de Socialistische Internationale zoveel disputen gekend dat ze meer dan eens op sterven na dood leek. Blair ontdekte trouwens dat er geen georganizeerd verzet tegen zijn gedachtegoed was. Zeker niet na elf maart dit jaar, toen Duits minister van Financiën en socialistisch partijvoorzitter Oskar Lafontaine opstapte. De Duitse kanselier Gerhard Schröder deed er zijn voordeel mee, maar de Britse premier nog meer. Met Lafontaine verdween de belangrijkste opposant van de Derde Weg en kreeg Blair uitzicht op een dominante positie in de socialistische beweging. Jospin was immers zijn belangrijkste bondgenoot kwijt. Op acht juni werden de nieuwe machtsverhoudingen al duidelijk. Enkele dagen voor de Europese verkiezingen kwamen Blair en Schröder met een manifest waarin alle thema's van de third way en de Neue Mitte de revue passeerden. De tekst ontlokte bij de vakbondsvleugel van de SPD forse kritiek, omdat hij ongeneerd het einde van het tijdperk-Lafontaine en zijn socialisme inluidde. Ook Parijs was ontstemd. Met hun initiatief doorkruisten Blair en Schröder immers alle afspraken rond het gemeenschappelijk Europees verkiezingsprogramma die de socialisten van de vijftien EU-landen enkele weken voordien in Milaan hadden gemaakt en waarbij elk woord op een apothekersschaaltje was gewogen. Het manifest van het Brits-Duitse koppel was een meesterzet. Jospin zat in het defensief en redde zich met de kreet "Oui à l'économie de marché, non à la société de marché". In Parijs, op het congres van de Internationale, herhaalde hij die mooie zin nog eens en kreeg er een warm applaus voor. Onder meer van Blair die geen probleem met deze goedklinkende oneliner had. Waarom ook? Jospin had voordien behartenswaardige dingen over de superioriteit van de markt tegenover de planeconomie verteld en over de noodzaak dat het socialisme zich aan de nieuwe, moderne tijden moet aanpassen. Zelf merkte Blair in zijn toespraak op dat de regering-Jospin, ondanks haar traditioneel media-imago, volop privatiseerde. "Als ik zeg dat New Labour voor ondernemingstalent en billijkheid opkomt en Lionel verklaart dat hij wel in de markteconomie maar niet in een door de markt geleide samenleving gelooft, nemen we allebei de uitdaging van de verandering op en blijven we onze fundamentele waarden trouw. Hoewel we hetzelfde doel willen bereiken, moeten we voor onze landen een eigen weg vinden." Is de "derde weg" dan door ontelbare nationale wegen vervangen, zoals Blair suggereert? Niets lijkt minder waar. De basisprincipes van het Blairisme - financiële discipline, grootschalige investeringen in onderwijs, ondernemingsvriendelijk beleid, een nieuwe burgermaatschappij die zich zowel van haar rechten als plichten bewust is, kortom de actieve welvaartsstaat - gelden voor iedereen, maar elke partij mag die zelf wat bijkleuren. "Ik heb de indruk," aldus Blair, "dat er bij de centrum-linkse en linkse politici een consensus over het te voeren beleid groeit." DE WONDERBOY UIT LISSABONHet goede humeur van Blair in Parijs zei natuurlijk veel over zijn positie in de Internationale. Terwijl velen hem tot voor kort een ketters sociaal-democraat noemden, zet hij en niet Jospin of Schröder de lijnen van de Internationale uit. In Parijs degradeerde Schröder zichzelf tot figurant. In tegenstelling tot Blair die slechts zeer terloops naar de Britse situatie verwees, slaagde een aangeslagen Schröder er nauwelijks in om over de Duitse grenzen te kijken. Zijn betoog was een bij momenten pijnlijke smeekbede om begrip voor de moeilijke begrotingsproblematiek in zijn land. Een enthousiaste Blair schetste een (universeel) programma en een perspectief, waarvan niemand de krachtlijnen nog in twijfel durft te trekken. Als de Britse premier zich in de Internationale nu zoveel beter in zijn vel voelt, heeft dat veel te maken met de haast onbestaande weerstand tegen zijn doctrine. Daarnaast is er het persoonlijke aspect. Sinds 1993 werd de Internationale geleid door de voormalige Franse premier en huidige burgemeester van Rijsel Pierre Mauroy. Hij is de man die in het begin van de jaren tachtig drie devaluaties van de Franse frank moest slikken en ook om die reden een boegbeeld van het traditionele socialisme is. Net zomin als het iets tussen Louis Tobback (SP) en Guy Verhofstadt (VLD) kon worden, kon er ooit iets moois groeien tussen Mauroy en Blair. Het hoeft trouwens niet meer. Na Lafontaine stapt Mauroy op en in zijn plaats komt de Portugese wonderboy Antonio Guterres. Hij is bijna even oud als Blair, werd in 1995 eerste minister en behaalde enkele weken geleden bijna de absolute meerderheid. Ook bij de christen-democraten, onder meer bij voormalig premier Jean-Luc Dehaene, ligt de even intelligente als pragmatische Guterres goed in de markt. Veel wijst erop dat Guterres zich liet smeken om de job in de Internationale met het Portugese premierschap te combineren. Enkele maanden geleden weigerde hij om persoonlijke redenen nog het voorzitterschap van de Europese Commissie. Als hij nu wel toehapt, is het omdat hij in Lissabon kan blijven en Blair niet langer een dissidentie overweegt. Tijdens zijn maidenspeech herinnerde Guterres heel nadrukkelijk aan de deal: "Er kan geen sprake van zijn om een nieuwe Internationale op te richten." In tegenstelling tot zijn voorgangers Mauroy en Willy Brandt is Guterres, die Olof Palme heel expliciet tot zijn politieke vader uitriep, geen has been. In Portugal zit hij nog voor vele jaren in het centrum van de macht. Ook in Europa heeft hij veel krediet en dat zal de volgende maanden en jaren nog toenemen, want vanaf 1 januari neemt Portugal het voorzitterschap van de Unie waar. Guterres mag dan al een geestesgenoot en vertrouweling van Blair zijn, een buikspreker van de Britse premier wordt hij niet. Als eerste Zuid-Europeaan aan het hoofd van de Socialistische Internationale zal hij, zeker wat de Noord-Zuidrelatie betreft, eigen klemtonen leggen. Veel meer dan vroeger zal er in de Internationale over Afrika worden gepraat. In zijn toespraak haalde Guterres scherp uit naar de Verenigde Staten, "de enige hegemonische macht", en bepleitte hij een meer evenwichtige wereldorde. Onmiddellijk nadien drong hij aan op een hervorming van het Internationaal Muntfonds (IMF), dat meer middelen moet krijgen en oog voor sociale criteria moet hebben. Ook in de verklaring van Parijs, waar Guterres met Felipe Gonzalez de pen vasthield, staat de nieuwe financiële orde centraal. "Er zijn nieuwe spelregels nodig voor de internationale geldhandel en de werking van het IMF en de Wereldbank, die vijftig jaar terug in een heel andere tijd werden opgericht." Een dag na de verkiezing van Guterres maakte Michel Camdessus totaal onverwacht bekend dat hij al volgend jaar de leiding van het IMF uit handen geeft. Meteen worden de bedenkingen van Guterres en de Internationale over de financiële wereldorde bijzonder actueel. De "derde weg" mag dan alles behalve revolutionair zijn, voor Amerikaanse en andere bankiers is zelfs dit pragmatisch reformisme moeilijk verteerbaar.Paul Goossens