Als jongste van vier broers leidde Tom Steels een zorgeloze jeugd in Nieuwkerken, in het Waasland. Een jeugd gekenmerkt door open lucht en open ruimte, waarin sport nog niet sport heette maar wel sport was. De broers Steels waren vooral actief met de paarden, de jonge Tom richtte zich op het fietscrossen.
...

Als jongste van vier broers leidde Tom Steels een zorgeloze jeugd in Nieuwkerken, in het Waasland. Een jeugd gekenmerkt door open lucht en open ruimte, waarin sport nog niet sport heette maar wel sport was. De broers Steels waren vooral actief met de paarden, de jonge Tom richtte zich op het fietscrossen.Dat hij van sport zijn beroep zou maken, was een idee dat slechts veel later begon te rijpen, mede bij gebrek aan een interessant alternatief. Steels studeerde tot zijn twintigste, en opteerde in de sport aanvankelijk voor de piste. Hij werd op de Olympische Spelen van '92 in Barcelona zeventiende in de kilometer. Op de weg begon hij in 1993 bij de amateurploeg van Eddy Merckx, maar een sleutelbeenbreuk en een eerste aanval van klierkoorts dwarsboomden zijn prestaties. Toch kon hij een jaar later, op zijn 23ste, als prof aan de slag bij Vlaanderen 2002. Dat eerste seizoen was een catastrofe, maar gaandeweg verbeterde zijn conditie en kon hij in de spurt zijn ervaring van op de wielerbaan, bijvoorbeeld in het positie kiezen, laten renderen. Huidig bondscoach José De Cauwer voorspelde dat Steels tot de snelste van het hele peloton zou uitgroeien. Weinigen geloofden dat, Steels nog het minst van allen. De massasprint is een specialiteit voor kamikazes. Voor regelrechte zotten als Djamolidine Abdoezjaparov, of excentriekelingen als Mario Cipollini. Tussen dat vuige volkje valt Tom Steels op door zijn eenvoud. Ook in het sprinten zelf: niet te veel frivoliteiten of criminaliteiten. Precies daarom liet hij zich er ooit toe verleiden om in volle pelotonsprint een drinkbus naar het hoofd van Frédéric Moncassin te keilen. In 1997 was dat, en de nieuwkomer in het gild van spurters werd prompt uit de Tour gezwierd. Maar jaar na jaar werd hij sterker. In de eendagskoersen - hij won Gent-Wevelgem en twee keer op rij het Belgisch kampioenschap - en in de aartsmoeilijke massasprinten van de Ronde van Frankrijk. Met de steun van de sterke Mapei-ploeg won hij in 1998 vier ritten, in 1999 drie, en in 2000 twee. Volgens de logica van de rekenkunde zou hij dus dit jaar één rit moeten winnen. Maar dat is zonder rekening te houden met een betwiste deklassering in 1999, en een koortsaanval die hem in 2000 tot een vroegtijdige aftocht dwong. Anders hadden het drie keer op rij vier ritzeges kunnen zijn. Na zijn opgave liet hij zich vorige zomer grondig onderzoeken, en men ontdekte een virus dat klierkoorts veroorzaakte. De tweede keer dat deze doorgaans eenmalige kwaal hem trof. Steels moest een kruis maken over zijn najaar, inclusief de olympische wegrit in Sydney waarop hij zijn zinnen had gezet. Hij wil dit jaar zijn aantal ritzeges in de Tour op minstens tien brengen, en één grote klassieker winnen. Liefst Parijs-Roubaix, waarin hij twee jaar geleden al derde werd. 'In een klassieker mag je koersen op de kracht der zotheid', verwoordde Tom het ooit mooi in een interview, toevallig met Hugo Camps. De voorbije dertig jaar heeft Tom Steels de wereld harder zien worden. Presteren is overal het kernwoord geworden. Voor hemzelf moet dat op zeer precieze en vooraf bepaalde data gebeuren. Dan falen, is volledig falen. Dat zorgt voor een enorme stress, en bij mislukking voor een bijzonder slecht gevoel. Maar als het wél lukt, is het genoegen ook immens. Het wielrennen is de jongste jaren voortdurend professioneler geworden. Een betere omkadering, en almaar grotere budgetten. Ook die evolutie ziet hij in de hele maatschappij. De materiële welvaart is voor de meesten gestegen, maar de grotere koopkracht wordt ook van alle kanten belaagd door steeds nieuwe noden en producten, onder andere in de audiovisuele en de computersector. Tom Steels vindt ontspanning in zijn gezin. Hij trouwde met Leen, een lerares Nederlands in een migrantenschool, ruilde Nieuwkerken voor Vrasene - wat minder evident is dan het lijkt - en noemt de geboorte van zijn dochter Lobke het mooiste moment in zijn leven. Mooier dan winnen op de Champs Elysées. Zijn ritzege in Laval in de Tour '99 leverde hem zowaar een drafpaard op. Izea Barbès sukkelt wat met kwetsuren, maar slaagde wel in het ingangsexamen voor de drafrennen na een positieve test op de kilometer. De parallel met Tom is opvallend.Koen Meulenaere