LUC VAN DEN BOSSCHE
...

LUC VAN DEN BOSSCHE Er zijn dringend maatregelen nodig in de sector van de gezondheidszorg, zegt Vlaams minister van Onderwijs Luc Van den Bossche (SP). Hij besliste dat studenten geneeskunde vanaf 1997 een toelatingsproef moeten afleggen.?Ik ben principieel tegenstander van eender welke maatregel die de vrije toegang tot hogere studies beperkt. Maar ons open toegangsbeleid is uniek in Europa. Er bestaat nu een maatschappelijke consensus rond de stelling dat het functioneren van een hoog aantal artsen en tandartsen verreikende, negatieve gevolgen heeft. Het overaanbod werkt medische consumptie in de hand, met nefaste effecten voor de ziekteverzekering. De kwaliteit van de zorgverstrekking wordt bedreigd omdat, vooral bij jonge artsen, het gemiddeld aantal patiënten zo laag dreigt te zakken dat zij moeilijk de noodzakelijke professionele ervaring kunnen opdoen. Het overaanbod is niet gelijk in de verschillende gemeenschappen, zodat ook de mate van beperking dient te verschillen. Het is onaanvaardbaar jonge mensen gedurende negen jaar (arts) of vijf jaar (tandarts) te laten studeren voor een beroep en dan voor een groot deel van hen de toegang tot het beroep af te snijden. De opleiding tot arts en tandarts is ook in grote mate beroepsgericht en biedt weinig alternatieve uitwegen. Op advies van een technische commissie heb ik gekozen voor een beperking van de instroom. Via een interuniversitaire toelatingsproef krijgt de student onmiddellijk duidelijkheid over zijn opleidingsmogelijkheden. Het examen is interuniversitair zodat iedereen onder dezelfde voorwaarden aan de proef wordt onderworpen. De geslaagde student kan in volle vrijheid de universiteit kiezen waar hij zijn vorming volgt. De vrije keuze blijft gewaarborgd want er kan geen sprake zijn van een contingentering per universiteit. Zo'n maatregel komt pijnlijk aan. Maar het heeft geen zin om jonge mensen aan een lange en zware studie te laten beginnen als niet vaststaat dat ze hun beroep ook kunnen uitoefenen. De billijkheid vereist ook dat aan de uitstroom van artsen, onder meer inzake pensionering op 65 jaar, iets wordt gedaan. En dat andere maatregelen in de sector van de volksgezondheid, zoals echelonnering, worden genomen. Zoniet wentelt de huidige beroepsgroep het problem af op de jonge generatie.? Chris Vandenbroeke De beslissing om een toelatingsproef te organiseren voor studenten geneeskunde is prematuur genomen en onvoldoende onderbouwd. Dat zegt Vlaams volksvertegenwoordiger Chris Vandenbroeke (VU).?Dit decreet beperkt het bijna heilige principe van de vrije toegang tot onderwijs. Tegelijk wordt een beroepsgroep beschermd vanuit een conservatieve reflex. De beslissing steunt vooral op het argument dat er een overaanbod aan artsen bestaat. Als dat klopt, dan zijn er maar drie mogelijkheden. Je laat iedereen die dat wil geneeskunde studeren en je beperkt aan het einde van de studie het aantal artsen via een vestigingswet de meest asociale oplossing. Tweede mogelijkheid : je selecteert tijdens de studie. Ten derde : je beperkt de instroom. Dat is inderdaad de meest sociale oplossing, maar het uitgangspunt is verkeerd. Volgens de beschikbare statistische gegevens telt Vlaanderen één huisarts op 600 bewoners. In Wallonië en in het bijzonder in Brussel is er sprake van een absoluut overaanbod. Dat trekt de Belgische cijfers scheef en verklaart waarom de federale overheid wil ingrijpen. In Vlaanderen zijn er niet te veel artsen. Door de vergrijzing van de bevolking zal de vraag naar medische kwaliteitszorg de komende jaren sneller stijgen in Vlaanderen dan in Wallonië en Brussel. Waarom beperkt Vlaanderen dan het aantal artsen dat in 2008 aan het werk gaat, terwijl Wallonië dat niet doet ? Daar is de toestand urgenter en is er wel sprake van een overaanbod van artsen en een overconsumptie van geneeskunde. De toelatingsproef komt voor Vlaanderen neer op een verkapte vestigingswet. Ze is uitgelokt door het federale dictaat om het aantal artsen te beperken. Minister Van den Bossche voert dat dictaat uit door de instroom te beperken. Dat staat haaks op de visie van de hele Vlaamse regering. Die belooft eensgezind dat Vlaanderen tegen 1999 bij de herziening van de financieringswet de gezondheidszorg zal federaliseren en een eigen gezondheidsbeleid zal uitwerken. Binnen dat gezondheidsbeleid zit toch ook het aantal artsen en de manier waarop Vlaanderen vooral de eerstelijnszorg voort uitbouwt ? De toelatingsproef hypothekeert vanaf 1997 de maatregelen die Vlaanderen over drie jaar in zijn gezondheidsbeleid wil nemen.?