DOOR FRANS VERLEYEN
...

DOOR FRANS VERLEYEN EERST LEEK HET VERDACHT VEEL op een komkommer zoals er elke zomer wel een paar door de media gekweekt worden. Bij nader toezien ging het wel degelijk om berichten en beelden zoals de mensheid er zelden aangeboden krijgt. In een aan de zuidpool gevonden ?steen? van nog geen twee kilogram, 15 miljoen jaar geleden losgeraakt van de planeet Mars en millennia later op de aarde gevallen, vonden onderzoekers sporen van zeer vermoedelijk primitief ééncellig leven. Om stil van te worden. President Clinton werd reeds in juli discreet op de hoogte gebracht van wat hij vorige week ?ontzagwekkend? nieuws noemde. Als de door de Amerikaanse Nasa gedane ontdekking bevestigd raakt en de meteoriet Alan Hills 84001 inderdaad biologische micro-organismen bevat, wordt 1996 een van de grote jaartallen in de wereldgeschiedenis van wetenschap en filosofie. Het valt dan te vergelijken met en weegt wellicht nog zwaarder dan bijvoorbeeld het beginpunt van onze christelijke tijdrekening. Het dompelt ons dan onder in een adembenemend moment, zoals toen Isaac Newton in 1687 zijn wereldbeeld publiceerde. Daarin werd een gesloten middeleeuwse kosmos opengebroken tot het logische geheel van krachten en bewegingen dat wij nu in al zijn mathematische schoonheid kennen. Dan krijgen we er een groots perspectief bij : met haar levende organismen, en met zowel het ontstaan als de ontwikkeling ervan, is de nietige aarde dus niet langer alleen in het tot dusver ?zwijgende? heelal. Eenmaal definitief zal die vaststelling niet slechts de beoefenaars van de natuurkunde doen duizelen. Ook de theologie van de schepping naast andere religieuze bestaansbelevingen, zoals de verhouding tussen mens en God, gaan dan een fascinerende vuurproef tegemoet. Mocht later blijken dat het ontkiemen van leven een eenvoudiger proces is dan in de scheikundige traditie wordt aangenomen, zal onze beschaving moeten voortbestaan met een nieuw, aan zekerheid grenzend vermoeden : vele duizenden zonnestelsels komen in aanmerking voor bezit en bloei van biologische rijkdom. In de praktijk zal alvast een zenuwachtige wetenschappelijke bedrijvigheid op gang komen, of beter gezegd intenser worden, om op die ?celestijnse belofte? te reageren. Nu al zijn enkele nieuwe, aanstaande ruimtevluchten (met graafkarretjes en zo) naar Mars in voorbereiding. Ook het uitsturen van astronauten kan. De met een dergelijke stunt gemoeide technologie verschilt weinig van wat een kwarteeuw geleden nodig was voor het maken van de Apollo-maanreizen. Alleen zal een tocht naar Mars behoorlijk lang duren : drie jaar voor een ticket heen en weer. Maar het is te doen. En de mens kan op die betrekkelijk kleine planeet, waar bevroren water, seizoenen, wind en wolken voorhanden zijn, zelf eenvoudige levensvormen zoals korstmossen uitstrooien. Afgezien daarvan zal, vanop de blauwe knikker die wij bewonen, de melkweg met nog grotere vlijt dan nu afgetast worden op mogelijke signalen van intelligente wezens die zich ergens op een afstand van liefst niet te veel lichtjaren zouden kunnen ophouden. Vele geleerden zijn daar, postvattend achter hun radiotelescopen of andere instrumenten die golffrequenties meten, al van eind vorige eeuw mee bezig. Soms dachten ze beet te hebben, zoals toen rond 1968 met de geheimzinnige pulsars die achteraf echter oude, in hun doodsstrijd rondtollende brokken van sterren bleken te zijn. De bekendmaking van de in ALH84001 gevonden organische vingerafdrukken zorgt, behalve voor de klassieke wetenschappelijke agitatie en voor de Nasa het uitzicht op een pak verse onderzoekskredieten, ook voor teleurstelling. De geestelijke consequenties van het bericht zouden zoveel emoties moeten losmaken, want ze kunnen leiden tot een omwenteling in het kosmologische denken en voelen van de mensheid, dat geen krant of beeldscherm groot genoeg kan zijn om het waarlijk te bevatten. Maar wat hebben we gezien en gelezen ? Ja, mooie toelichtingen bij een paar kleurige foto's van onder de microscoop. Zelfs wat humor over buitenaardse groene mannetjes. Toch gaat het hier over denkstof van een formaat waarvoor geen tien generaties geleden nog mensen, zoals Giordano Bruno, op de brandstapel stierven. Ze heeft te maken met een ?erop of eronder? van fundamentele opvattingen waarmee onze westerse cultuur altijd geprobeerd heeft zich te legitimeren : het unieke want door de Schepper zelf gewilde karakter van de aarde en al haar uit Adam geboren kinderen. Het misschien belangrijkste nieuws van de afgelopen twee, drie eeuwen houdt in onze mediamaatschappij kennelijk niet meer dan twee, drie dagen stand. Daarna wordt het haastig weggespoeld door andere feiten, zoals een in Spanje verwoest kampeerterrein, het talmen van Jean-Luc Dehaene of het bestaan van dubieuze rekeningen in het Luxemburgse bankwezen. Tegenwerpingen, zoals het wantrouwige standpunt van professor en Nobelprijswinnaar Christian de Duve, krijgen een klein hoekje in de krant. Daar waar zich een indrukwekkend dispuut zou moeten ontwikkelen, verbijsterd gadegeslagen door miljoenen Europeanen, krijgen we wat commentaren in de sfeer van wait and see, of erger : er zijn in de VS verkiezingen op komst. DIE WONDERLIJKE STEEN VAN MARS legt dus iets bloot waarvoor hij liever nooit bestemd had mogen zijn. In zijn onschuld verraadt hij een paradox in onze zogenaamde kennismaatschappij. Die drijft en dobbert op een hedendaagse, nooit tevoren zo rijke oersoep van informatie, dataverwerking en communicatie. Het lijkt er nu op dat een zo grote beschikbaarheid van ontelbare gegevens, voor zoveel mensen tegelijk, niet leidt tot een toename van wijsgerige of existentiële nieuwsgierigheid maar tot een vermindering ervan. Het kwade geld verjaagt eens te meer het goede, het mediatieke getoeter overstemt het mooiste gedicht dat de wetenschap misschien ooit aantrof. De mijmerende mens, eenzaam in al die drukte, blijft echter naar dat ongelooflijke beeld op pagina één staren : een paar baksteenkleurige korreltjes die hem hopelijk vertellen dat hij geen in de kosmos rondzwiepend toeval hoeft te zijn of te blijven. Want dat hij opgenomen is in iets groters dan wat de oude geschriften en wijsheden hem konden vertellen.