In de Afrikaanse samenleving zijn er twee manieren om kunstenaar te worden: van vader op zoon, of met de navelstreng rond je nek geboren worden. Ik was een blauwe, ik moest dus wel de visuele kunsten in.' Als Tim Oeyen straks dertig wordt, zal hij zelf de laatste zijn om daar stil bij te staan.
...

In de Afrikaanse samenleving zijn er twee manieren om kunstenaar te worden: van vader op zoon, of met de navelstreng rond je nek geboren worden. Ik was een blauwe, ik moest dus wel de visuele kunsten in.' Als Tim Oeyen straks dertig wordt, zal hij zelf de laatste zijn om daar stil bij te staan. 'Wie ik ben? Ik ben vrij gesloten, rustig en volgens vrienden een moeilijk mens. Ik vraag vaak waarom, ik aanvaard niets zomaar. En ik ben perfectionistisch. Vormgeven is nadenken, de inhoud telt net zozeer als de vorm.' Na zijn studies Toegepaste Grafiek aan de Hogeschool Sint-Lucas in Antwerpen, verzorgde Tim Oeyen bij architectenbureau Atelier De Bondt de signalisatie in de Ancienne Belgique en tekende hij illustraties voor De Morgen. Daarnaast ontwierp hij een cd-hoes voor X-Legged Sally en gaf hij les aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen. Nu is hij art director van Weekend Knack. 'Ik ga niet over lijken om mijn doel te bereiken. Wel vraag ik me vaak af of ik gelukkig ben. Als ik merk dat ik me ergens niet goed bij voel, hou ik ermee op. Mijn enige ambitie is gelukkig zijn.' Vorig jaar trouwde hij met Sanny, die hij in 1995 ontmoette. 'Getrouwd, ik hou niet van dat woord. Het klinkt negatief, alsof er geen dynamiek is. We hebben voor elkaar gekozen, als man en vrouw, maar eigenlijk denk ik het liefst aan Sanny als mijn vriendin.' Het stel richtte samen een ontwerpbureau op dat opdrachten voor de culturele sector verzorgt. 'We studeerden samen af, maar hadden elk een eigen visie en persoonlijkheid. Ik kon dus bij haar terecht en omgekeerd. Uiteindelijk versmelt je, zodat het een logische stap is om samen te werken. We zijn een tandem: gaat het bij de een wat minder, dan steekt de ander een tandje bij.' Tim Oeyen groeide op met Avro's TopPop, Kool & The Gang en Prince. 'Mijn eerste plaat was er een van Prince. Die mocht thuis niet binnen, want er stond een halfnaakte man op de hoes. Als kind was die seksuele geladenheid heel raar: je zat naar een sexy videoclip te kijken, terwijl op de achtergrond je grootmoeder stond te koken.' Naar eigen zeggen is hij maar één keer dronken geweest. 'Ik ben vrij principieel, ik koester bepaalde waarden en regels. Ik investeer graag in mensen, maar als je mijn grenzen overschrijdt, kan ik dat niet snel vergeten. Rond m'n zestiende was ik nog heel erg op zoek, dan doe je dingen die je achteraf betreurt. De eerste keer dat ik met een meisje sliep... Dat was gewoon om hét te doen. Zo onbezonnen dat ik er weken van wakker heb gelegen. Dat was ook wel mijn generatie: we wisten wat aids was, maar doordringen deed het niet.' Het grote woord is eruit: generatie. 'Ik heb niet het gevoel tot een generatie te behoren. Zoals veel leeftijdsgenoten, heb ik een afkeer van groepen en kliekjes. Ik ben selectief, ik hou niet van oppervlakkigheid. Ben ik daarom een individualist? Nee, ik hou gewoon meer van een goed gesprek.' Als student was Tim trouwens voorzitter van de lokale studentenraad. 'Ik kom uit een vakbondsmilieu en heb de periode van de grote betogingen meegemaakt: tegen de crisis, de sluitingen, de kernkoppen. Dat maakt indruk. Het rebelse verzet tegen Big Brother zit ingebakken.' Straks wordt hij dertig, al blijft hij er zelf rustig onder. 'Het zijn vooral vrienden die er zo'n kaap van maken. Voor mij betekent het weinig. Als je zwaar kritiek op me geeft, voel ik me stokoud. Ben ik in een verliefde bui, dan lijk ik wel zeventien. Alles is relatief. Ik kijk trouwens liever vooruit dan achterom. Ik denk graag dat ik ergens naartoe ga, dat ik op een rechte lijn zit, in plaats van in cirkels te draaien.' Tim zwijgt even voor hij verder gaat. 'Het enige wat me soms van dat pad brengt, is de dood van mijn vader. Ik was pas twaalf. Het was een keerpunt in mijn leven, want tot dan wist ik niet wat een kerkhof was. Als ik daaraan denk, trek ik alles in twijfel. Dan word ik onzeker en humeurig. Zulke gevoelens probeer ik bewust te vermijden. Maar toch is het ook die gebeurtenis die me weer op koers brengt. Mijn vader was zelf trouwens een heel rechtlijnige man. Zijn dood was zo abrupt, dat kun je niet verklaren. Je kunt het hooguit een plaats geven. Uiteindelijk kan het leven van de ene dag op de andere ophouden. Het is nú dat je moet leven, ervoor gaan. Ik denk dat mijn drang naar geluk daar vandaan komt.'Wim Denolf