Deus ex Machina over DDR-literatuur.
...

Deus ex Machina over DDR-literatuur.Neem nu Christa Wolf na de DDR- Wende. ?Ik vond het verschrikkelijk te moeten zien hoe iemand die de status van monument had, van die sokkel werd gesleurd en zich dan ook opeens kleintjes begon te gedragen. En schreef Hermann Kant dan geen goede literatuur omdat hij voorzitter van de schrijversbond en een spion was ?? Uwe Saeger, wiens woorden dit zijn, is opgegroeid in de DDR. Hij maakt een onderscheid tussen een maatschappij waarin het vooral individuen zijn die misdaden begaan en regeringsleiders die een misdadig systeem in stand houden. In ?Die Nacht danach und der Morgen? plaatste Saeger het zinnetje : ?Waaruit zou de kunst haar waarheden halen in een maatschappij zonder leugens ?? Zo'n uitspraak is al minder zeker. Zodra er mensen aan te pas komen, wordt de waarheid in het beste geval zoiets als het getal pi. Maar maatschappij en de literatuur kunnen inderdaad niet zonder een stevige portie conflicten en criminaliteit. Het Vlaamse tijdschrift Deus ex Machina presenteerde tien auteurs die in de DDR zijn geboren en als volwassenen de Muur in elkaar zagen donderen. Volgens de samenstellers van dit nummer gaat het om literatuur uit een land dat niet meer bestaat, DDR-literatuur van na de Wende dus. Van de twee interessantste auteurs zijn er fragmenten die zich afspelen in de cocon van het burgerlijk huisgezin. Wellicht zal de DDR, een staat die alleen maar spruitjeslucht uitwasemde, daar inderdaad het langst blijven voortbestaan. Een fragment komt uit Thomas Brussigs roman ?Helden wie wir? : op een kostelijke manier beschrijft hij hoe de Pruisische bureaucratenneurose (papieren, attesten, pasjes etcetera) zich in een DDR-gezin genesteld heeft. Het romanfragment uit ?Dans aan het kanaal? van Kerstin Hensel : over het meisje Binka dat bepaalde woorden niet mag gebruiken omdat ze geacht worden toe te behoren aan verkeerde personen. Het zijn dus verkeerde, want onconventionele woorden. De productiegoederen waren wel genationaliseerd in de DDR, het woord blijft wel degelijk geprivatiseerd. Deze twee fragmenten bevatten ook dialogen en niet te lange zinnen. In zijn inleiding ?Schrijvers uit een spookland? heeft Hans Vandevoorde daar een verklaring voor : ?Ook het Duitse proza kan niet weerstaan aan het imperialisme van de korte zin, het dictaat van de Angelsaksische laconieke verhaaltoon en aan het idee dat leesplezier alleen te vinden is in lichtvoetig gedebiteerde literatuur.? Dat is gedeeltelijk waar, maar wel een beetje ongelukkig uitgedrukt. In de DDR was lezen ook een vorm van naar het Westen reizen, wat misschien de grote Angelsaksische invloed op de DDR-literatuur verklaart. Het is daarbij toch wel merkwaardig dat een gortdroge schrijver als Uwe Johnson aan een revival toe is. Dat schrijft althans Hilde Keteleer in haar boeiend essay over Johnson, wiens levensloop eerlijk gezegd altijd interessanter lijkt dan zijn geschriften, die vermoedelijk alleen nog door doctorandi worden gelezen. Keteleer toont aan waarom : ?Het ontsporen van alle ideologische dienstregelingen hadden hem tot een passioneel-koele minnaar van het spoorboekje gemaakt.? Daar komt bij dat Johnson wou dat de mensen zijn boeken even langzaam zouden lezen als hij ze had geschreven. En dat is niet meer serieus, want daardoor verhindert hij dat de lezer nog een aantal andere levens zou leiden. Maar het Johnson-essay staat hier wel op zijn plaats, al was het maar omdat Johnsons cyclus ?Jahrestage? inderdaad kan worden gelezen als het epos van de Duitse nationale geschiedenis. Van de schrijvers die geen dialogen in hun stukken verwerken is Marion Titze de enige die blijft boeien. Over de socialistische hervormers zegt een personage : ?Ze willen geld verdienen en tegelijk hun goed socialistisch geloof bewaren. Ik ben benieuwd. Volgens mij was senator Buddenbrook [uit Thomas Manns roman ?Buddenbrooks?] de laatste die geld en geweten nog kon verzoenen : doe overdag zaken waarmee je 's nachts kan slapen ! Zoals je weet is hij gestorven, uitgestorven.? Dit typeert aardig de DDR-hervormer ten tijde van de Wende. Misschien heeft hij anno 1997 al een goed geweten ook. Piet de Moor