"In de snel veranderende textielsector was een situatie met vijf niet-actieve aandeelhouders niet meer werkbaar om vooruit te geraken", zei Benoît-Valère Devos, de topman van de West-Vlaamse textielgroep Sofinal-Cotesa in juni. Dus kocht hij zijn vier zussen en zijn schoonzus uit. Tot dan hielden die een meerderheid aan en blokkeerden het nieuwe spoor van de reus aan de carpet-road - de E17 - in Waregem. Zoiets kan een management buy-out heten. Hoeveel ze Dev...

"In de snel veranderende textielsector was een situatie met vijf niet-actieve aandeelhouders niet meer werkbaar om vooruit te geraken", zei Benoît-Valère Devos, de topman van de West-Vlaamse textielgroep Sofinal-Cotesa in juni. Dus kocht hij zijn vier zussen en zijn schoonzus uit. Tot dan hielden die een meerderheid aan en blokkeerden het nieuwe spoor van de reus aan de carpet-road - de E17 - in Waregem. Zoiets kan een management buy-out heten. Hoeveel ze Devos heeft gekost, is niet bekend. Maar ze kostte de groep alleszins haar onafhankelijkheid. Want om uit zijn schuldenlast uit het verleden te geraken moest het fiere Sofinal-Cotesa fusioneren met de textielgroep Vanmarcke uit Deerlijk en de Gewestelijke Investeringsmaatschappij voor Vlaanderen, de GIMV, als derde partner te hulp roepen. Voortaan deelt Devos het beleid met Koen Buysse van Vanmarcke. In de West-Vlaamse textiel doen zich Dallas-achtige toestanden voor en de familie Devos ontsnapt er niet aan. Daar had vader Valère al mee te maken. Die richtte in 1926 Cotesa op en begin in 1946, na een breuk in de familie, met Sofinal. De twee smolten in 1987 weer samen. In 1991 rezen er opnieuw familiale problemen toen de flamboyante Bernard Devos het textielbedrijf wilde verkopen aan een Japanse groep. Benoît-Valère deed toen wat hij ook nu heeft gedaan: hij kocht zijn broer uit om de autonomie te redden. Sofinal-Cotesa speelde ooit met de gedachte om naar de beurs te trekken om het probleem van de versnippering van de aandelen over de derde generatie te voorkomen. Het is er echter nooit van gekomen. De uitkoop van 1991 verzwaarde de schuldenlast van Sofinal-Cortesa gevoelig, terwijl net een ambitieus investeringsprogramma in gang was gezet. Devos mikte op volume, maar verloor stelselmatig omzet en marktaandelen. De familiale aandeelhoudersproblemen en de zware schuldenlast die de groep afremden, verklaren de scherpe kritiek van de toenmalige voorzitter van de werkgeversvereniging Febeltex op zowel het Europees als het Belgisch beleid en vooral op de vakbonden. Sofinal-Cotesa, dat ooit de onbetwiste nummer één was, behoort nog altijd tot de Vlaamse topdrie van de textielweefsels (met Concordia Textiles en Uco) en bekleedt een belangrijke Europese plaats. De werkgelegenheid in het super geautomatiseerde bedrijf kromp de jongste jaren met vierhonderd arbeidsplaatsen tot een duizendtal jobs. De fusie moet leiden tot een ommekeer in de groep. Meer dan op volumes mikt Sofinal-Cotesa voortaan op nichemarkten met hoge toegevoegde waarde. Dat het daartoe in staat is, bewijst zijn positie in de sector van de ziekenhuisweefsels en de unieke prestaties op het gebied van de moeilijke airbagweefsels.Guido Despiegelaere