In de eerste meidagen van 2005 kreeg toenmalig premier Guy Verhofstadt (Open VLD) het dossier Brussel-Halle-Vilvoorde (B-H-V) als een boemerang in zijn gezicht. Drie jaar eerder immers, in december 2002, liet de paars-groene coalitie de kiesdrempel van 5 procent en de invoering van provinciale kieskringen goedkeuren in het federale parlement. Dat gebeurde op uitdrukkelijk verzoek van de Vlaamse socialisten en liberalen. In ruil daarvoor had Verhofstadt een paar cadeaus voor de Franstalige meerderheidspartijen veil. Een paritaire Senaat, bijvoorbeeld, en een fikse som uit de federale kas voor het noodlijdende Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Bovendien behield de paars-groene regering het kiesarrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde. Dat laat de zowat 80.000 Franstalige inwoners uit Halle-Vilvoorde toe om hun stem uit te brengen op kandidaten die in Brussel wonen. Die Franstalige inwoners uit de Vlaamse Rand zitten meestal goed bij kas en stemmen vrij getrouw op het liberale kartel MR-FDF. De Franstalige stemmen uit de Rand zijn voor dat kartel een troef in hun bijtende concurrentie met de PS in het Brussel van de negentien gemeenten.
...

In de eerste meidagen van 2005 kreeg toenmalig premier Guy Verhofstadt (Open VLD) het dossier Brussel-Halle-Vilvoorde (B-H-V) als een boemerang in zijn gezicht. Drie jaar eerder immers, in december 2002, liet de paars-groene coalitie de kiesdrempel van 5 procent en de invoering van provinciale kieskringen goedkeuren in het federale parlement. Dat gebeurde op uitdrukkelijk verzoek van de Vlaamse socialisten en liberalen. In ruil daarvoor had Verhofstadt een paar cadeaus voor de Franstalige meerderheidspartijen veil. Een paritaire Senaat, bijvoorbeeld, en een fikse som uit de federale kas voor het noodlijdende Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Bovendien behield de paars-groene regering het kiesarrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde. Dat laat de zowat 80.000 Franstalige inwoners uit Halle-Vilvoorde toe om hun stem uit te brengen op kandidaten die in Brussel wonen. Die Franstalige inwoners uit de Vlaamse Rand zitten meestal goed bij kas en stemmen vrij getrouw op het liberale kartel MR-FDF. De Franstalige stemmen uit de Rand zijn voor dat kartel een troef in hun bijtende concurrentie met de PS in het Brussel van de negentien gemeenten. Door het behoud van het kiesarrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde kunnen ook de honderdduizenden Franstalige Brusselaars voor Franstalige kandidaten uit Halle-Vilvoorde kiezen. Op die manier azen de Franstalige partijen op de verfransing van Vlaams-Brabant. Hoe beter ze daarin slagen, hoe groter de kans dat Vlaams-Brabant, of op zijn minst de helft daarvan, van eentalig Nederlands naar tweetalig evolueert. Op dat moment zou er een immens tweetalig gebied ontstaan, van Brussel tot Leuven, dat bovendien tegen de taalgrens en de provincie Waals-Brabant aanschurkt. Die lebensraum is, zonder twijfel, de geopolitieke droom van de Franstalige partijen. Dat werd onlangs impliciet in de Note Pédagogique van de Parti Socialiste (PS) bevestigd. In februari en mei 2003 stelde het Arbitragehof, vandaag omgevormd tot Grondwettelijk Hof, dat het behoud van het kiesarrondissement B-H-V niet strookt met de organisatie van provinciale kieskringen. Het Hof somde verscheidene bezwaren op en raadde de regering middels arresten aan om nog voor de federale verkiezing van juni 2007 een oplossing voor dat probleem te vinden. De Vlaamse partijen zagen daarin een opstap naar de splitsing van het kiesarrondissement B-H-V in een arrondissement Brussel en een arrondissement Halle-Vilvoorde-Leuven. Dat laatste komt neer op een kiesomschrijving Vlaams-Brabant. Het ene na het andere Vlaamse Kamerlid diende daartoe wetsvoorstellen in. Ook dat bracht de kwestie op de tafel van de regering-Verhofstadt II. De toenmalige eerste minister wilde het dossier het liefst voor zich uit schuiven, wel beseffend hoe explosief het is. Overigens is de splitsing van B-H-V geen wettelijke vereiste. De Franstalige partijen hebben strikt juridisch een punt wanneer ze de redenering van de Vlamingen omkeren. 'Wij hebben die provinciale kieskringen niet gevraagd,' zo luidt ze, 'en bovendien geeft het Arbitragehof nergens aan welke richting de regering precies uit moet.' Ook Franstalige volksvertegenwoordigers zochten daarom via wetsvoorstellen een uitweg. De eenvoudigste was die van Joëlle Milquet (CDH) en Thierry Giet (PS) in oktober 2004. Zij stelden voor terug te keren naar de kiesarrondissementen van destijds. Daardoor zou de anomalie tussen de provinciale kieskringen en het kiesarrondissement B-H-V verdwijnen. Het meest ambitieuze, opzienbarend en tegelijk verhelderende wetsvoorstel kwam een dag eerder van het duo Olivier Maingain (FDF) en Daniel Bacquelaine (MR). Zij lieten de kiesarrondissementen Leuven, B-H-V en Nijvel tot één grote kieskring versmelten. De inwoners daarvan moesten zowel op kandidaten op Nederlandstalige als op Franstalige lijsten kunnen stemmen, en dat voor zowel de verkiezing van de Kamer, de Senaat en het Europees Parlement. 'Het was Didier Reynders (MR) die Verhofstadt eind april 2005 overtuigde om het probleem alsnog aan te pakken', vertellen verscheidene getuigen. 'Toen dat lukte, zette Verhofstadt zijn tanden in het dossier. Maar zodra de onderhandelaars aan tafel zaten, schoof Reynders zijn stoel een paar meter achteruit en liet hij FDF-voorzitter Maingain scherpe eisen stellen. De Vlaamse onderhandelaars hadden verwacht dat Reynders zijn waakhond naar zijn mand zou sturen, maar dat deed hij niet.' Premier Verhofstadt wou zo snel mogelijk de vis verdrinken. De locaties voor de onderhandelingen werden zorgvuldig gekozen. De sfeer werd gemoedelijker, het eten was lekker en de wijn subliem. Sommige Vlaamse kopstukken hebben vandaag een opmerkelijke verklaring voor wat toen op de onderhandelingstafel terechtkwam: 'Het stockholmsyndroom verdwaasde de gees-ten', heet het. Er circuleerden dag na dag verscheidene teksten, Nederlandstalige en Franstalige, klaargestoomd op het kabinet van de premier, waarop haalbare en minder haalbare voorstellen stonden. Over geen enkel punt werd ooit een definitief akkoord bereikt. De Nederlandstalige teksten en bijkomende gesprekken leren wel dat alle Vlaamse onderhandelaars in mei 2005 bereid waren de Franstalige inwoners van de Vlaamse faciliteitengemeenten Wemmel, Drogenbos, Linkebeek, Sint-Genesius-Rode, Kraainem en Wezembeek-Oppem levenslang inschrijvingsrecht te verlenen. Op die manier konden ze blijvend op kandidaten uit Brussel stemmen. De Vlaamse onderhandelaars bleken ook in te stemmen met de Franstalige interpretatie van de faciliteiten in de zes randgemeenten. Zoals bekend willen de Franstalige partijen dat de faciliteiten er levenslang gelden en dat de lokale overheid er altijd Franstalige documenten naar de inwoners kan versturen. De Vlaamse partijen vervulden die wens, op voorwaarde dat de Franstalige inwoners uit 'de zes' eenmalig of jaarlijks om die gunstmaatregelen zouden verzoeken. Ook het onderwijsdispuut in de faciliteitengemeenten werd ei zo na geneutraliseerd. Vooralsnog mag daar enkel Franstalig onderwijs voor kleuters en lagereschoolkinderen worden aangeboden. Omdat die scholen op Vlaams grondgebied staan, ligt de financiering daarvan, de inspectie daarop en de leerlingenbegeleiding in handen van de Vlaamse Gemeenschap. Dat zogenaamde territorialiteitsbeginsel werd tijdens de onderhandelingen van mei 2005 uitgehold. De financiering, de inspectie en voogdij op het taalgebruik van die onderwijsinstellingen werden uit handen van de Vlaamse Gemeenschap genomen. De Franstalige onderhandelaars vroegen ook een uitbreiding van de reeds bestaande faciliteiten. Zo verklaarden ze de Franse Gemeenschap bevoegd om in de zes Vlaamse randgemeenten kinderopvang en bejaardenhulp te organiseren. Daartoe wilden ze er instellingen kunnen oprichten. En ook daarop zou de taalvoogdij niet door de Vlaamse Gemeenschap worden waargenomen. Voor SP.A en Open VLD kon daarover onderhandeld worden, zeggen insiders. Na ruggespraak met zijn partijtenoren en met wijlen Hugo Schiltz vond Geert Lambert (Spirit, nu Vl.Pro) die uitbreiding van de faciliteiten onaanvaardbaar. 'Telkens als Maingain bijkomende eisen stelde, zag je de premier gewillig noteren', aldus Lambert. 'Wanneer wij vroegen om bepaalde onderdelen van de teksten te schrappen, was hij minder enthousiast. Dat werkte behoorlijk op mijn zenuwen.' Op den duur lieten Maingain en Reynders de Franse Gemeenschap in de zes randgemeenten voor alle gemeenschapsmateries - van cultuur, sport en jeugd tot welzijn, toerisme en media - instaan. Merkwaardig is dat de Franse Gemeenschap daar eigenlijk niet de middelen voor heeft. Dat werd opgelost met een mercantiele wandeling door het Brusselse labyrint. In de Brusselse agglomeratie huizen immers drie soorten instellingen: die van het gewest Brussel, die van de negentien Brusselse gemeenten, én die van de gemeenschapscommissies. In navolging van de regeling van typische hoofdstedelijke taken zoals het verzorgen van pendelarbeid, stopten alle onderhandelaars de Brusselse gemeenten en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest royaal middelen toe. Ook de gemeenschapscommissies kregen financiële injecties. Waartoe dienen die eigenlijk? De Vlaamse en de Franse Gemeenschap hebben het recht om in Brussel instellingen voor respectievelijk de Nederlandstalige en de Franstalige Brusselaars boven de doopvont te houden. Denk bijvoorbeeld aan de concertzaal Ancienne Belgique, die wordt gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap, en de Botanique door de Franse. Precies om de werking daarvan op het terrein te stroomlijnen, heeft men in Brussel een Vlaamse en Franse Gemeenschapscommissie in het leven geroepen. Het 'bijna-akkoord' van mei 2005 schonk die commissies jaarlijks minstens 5 miljoen euro extra. De Franstalige partijen waren van plan om het Brusselse institutionele doolhof te misbruiken om dat geld naar Franstalige instellingen in de Vlaamse Rand door te sluizen. Tegelijk stuurden ze aan op een uitholling van de taalwetgeving in het volgens de grondwet tweetalige Brussel. Tot nu zijn alle ambtenaren van de Brusselse gemeenten, OCMW's en instellingen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest verplicht de beide talen te kennen. De Franstalige partijen eisten dat die tweetaligheidseis zou worden beperkt tot pakweg 30 procent van de ambtenaren. Die moesten daarvoor van de federale overheid premies kunnen ontvangen, van 12,5 miljoen euro in 2006 tot 25 miljoen euro in 2010. Voor de Franstalige partijen heeft ook tweetaligheid een prijs. DOOR ERIC VAN DE CASTEELE