Toni Coppers is een fijne reisgezel. Hij weet veel van kunst, communicatie en commerce. Dat geeft een veelgekleurd palet. Tegen de achtergrond van het patserige Brussel, dat Coppers innig liefheeft, ontplooit zich een goed doordachte plot met schijnbaar losstaande moorden en zelfmoorden. Coppers brengt die kundig samen, hij verweeft ze met draden van kunstvervalsing en historische schuld. De centrale rol is voor een 17e-eeuws schilderij van Fabritius - dat gelukkig niet spreekt want andere personages...

Toni Coppers is een fijne reisgezel. Hij weet veel van kunst, communicatie en commerce. Dat geeft een veelgekleurd palet. Tegen de achtergrond van het patserige Brussel, dat Coppers innig liefheeft, ontplooit zich een goed doordachte plot met schijnbaar losstaande moorden en zelfmoorden. Coppers brengt die kundig samen, hij verweeft ze met draden van kunstvervalsing en historische schuld. De centrale rol is voor een 17e-eeuws schilderij van Fabritius - dat gelukkig niet spreekt want andere personages durven al eens houterig uit de hoek te komen. Maar waarom blijf ik dan met een gevoel van onvoldaanheid zitten? Omdat zijn hoofdfiguur, Simon de Vere, zoon van een malafide antiquair, moeilijk overtuigt. Hij is sullig, onevenwichtig, roekeloos op het domme af, maar ook ongeloofwaardig. Hij laveert tussen wodka en okselzweet, en Coppers laat hem eindeloos koketteren met 's schrijvers eigen voorliefdes, tot het gênant wordt. Coppers is enthousiast, overdreven enthousiast om zijn eigen muzikale en literaire voorkeuren te verknopen in het verhaal. Dat moet wel eindigen in niet te stelpen clichés. Van de enerverende stratenplannen en de belerende beschrijving van de Matonge en de Nok-sculpturen tot gekanker op de 'schieven architek' en de 'stompzinnige politici'. Van de larmoyante liefdesverhouding tussen de geïnspireerde oen Simon met inspectrice Meerhout tot de halfwassen droom van elke would-be globetrotter: wat te doen met veel geld? 'Een van die oude koloniale villa's kopen aan de Mekong in Pnom Penh, een bibliotheek samenstellen, en een schotel installeren zodat ik BBC kan kijken. En iedere middag om vier uur langs de boulevard flaneren en aan een stalletje een Tiger-bier gaan drinken.' Kleinburgerlijker is nauwelijks denkbaar. Terwijl dat nu precies is wat Coppers wil ontstijgen, met zijn parate kennis en veelgelaagde verwijzingen. Helaas slaat de vonk zelden over. Hij wil te veel kennis stoppen in een complot dat vaart en snelle wendingen nodig heeft. Hij vertraagt daardoor onnodig het ritme en hij verduistert de symbolische morele waarde van de verwijzingen. In dat opzicht is de titel een miskleun: richtingloos en onbegrijpelijk. Als dit boek de aanzet vormt tot een hele reeks, zoals de uitgever voorspiegelt, dan heeft het hoofdpersonage Simon verdieping en samenhang nodig. En dan moeten de fletse kritiek en humor eruit. De schrijver is eigenlijk een sympathiekere druiloor dan zijn schepping. TONI COPPERS, NIETS IS OOIT. ANTWERPEN, MANTEAU 2008, 251 BLZ., 19,95 EURO. Lukas De Vos