Het klinkt natuurlijk onsympathiek om ruzie te maken over de graven heen van tienduizenden gesneuvelde soldaten van de Eerste Wereldoorlog. Het noopt de Vlaamse minister-president Luc Van den Brande (CVP) tot enige schroom. Maar hij was niet minder vergramd toen hij merkte dat hij niet was uitgenodigd voor de herdenking van de Britse gesneuvelden op Wapenstilstandsdag 11 november in Ieper. De plechtigheid zou dit jaar een extra plechtig karakter krijgen. Niet alleen koning Albert en koningin Paola zouden er zijn, maar ook de Britse koningin Elisabeth, dit alles live op televisie.
...

Het klinkt natuurlijk onsympathiek om ruzie te maken over de graven heen van tienduizenden gesneuvelde soldaten van de Eerste Wereldoorlog. Het noopt de Vlaamse minister-president Luc Van den Brande (CVP) tot enige schroom. Maar hij was niet minder vergramd toen hij merkte dat hij niet was uitgenodigd voor de herdenking van de Britse gesneuvelden op Wapenstilstandsdag 11 november in Ieper. De plechtigheid zou dit jaar een extra plechtig karakter krijgen. Niet alleen koning Albert en koningin Paola zouden er zijn, maar ook de Britse koningin Elisabeth, dit alles live op televisie. De Ieperse kaakslag lekte daags vóór de plechtigheden uit via de kranten van de Standaard-groep. Meteen kreeg Van den Brande luide bijval in het Vlaams parlement. Door de minister-president - én parlementsvoorzitter Norbert De Batselier (SP) - niet uit te nodigen, zo heette het, werden de Vlaamse instellingen genegeerd. De schuldige was ook gauw gevonden: "sommigen" wilden Vlaanderen er niet bij, en die moesten, ook volgens Van den Brande, in "de entourage" van de koning worden gezocht. Het incident volstond om van de Vlaams-nationalistische 11-novemberherdenking in de IJzertoren een nieuw antiroyalistisch nummer te maken. Maar ook de minister-presidenten van de andere gewesten en gemeenschappen in België waren niet naar Ieper uitgenodigd en premier Jean-Luc Dehaene (CVP) al evenmin. Land en volk, zo moet de redenering zijn geweest, waren al vertegenwoordigd door de vorst. De ministers die er wel hun beste pak voor aantrokken, kwamen er hun functie incarneren: André Flahaut (PS) omdat hij bevoegd is voor de oorlogsslachtoffers, Erik Derycke (SP) als minister van Buitenlandse Zaken én als streekgenoot, en Jean-Pol Poncelet (PSC) als minister van Defensie. DE PREMIER ARRANGEERT HET WELToen hij vrijdag in het federale parlement over de kwestie werd ondervraagd, liet premier Dehaene, subtiel als altijd, blijken dat hij het maar niks vond dat de minister-president "naar de gazet" was gelopen. Begrijp: Van den Brande had de rel zelf gecreëerd door een lek te organiseren. En, aldus Dehaene, als Van de Brande zo graag naar Ieper was gegaan, had hij dat rustig kunnen regelen. Begrijp: de minister-president moet niet zulke lange tenen hebben en als de kneuzingen in diens ego moeten worden weggemasseerd, arrangeert de premier dat wel. Zo geschiedde ook; in overleg met de Britse ambassade in Brussel en het kabinet van de premier, bezorgde de Ieperse burgemeester Luc Dehaene (CVP) - what's in a name - Van den Brande dinsdagnamiddag nog snel een uitnodiging. Maar op dat moment bevond die zich al in het Vlaams parlement, waar de kwestie net aan de orde was. Woensdagochtend had Van de Brande nog een telefoongesprek met burgemeester Dehaene, waarna hij naar Mesen trok, een taalgrensgemeente met faciliteiten voor Franstaligen. Daar werden de Ierse oorlogsslachtoffers herdacht en daarvoor had Van den Brande wél een carton ontvangen. Overigens waren Albert en Paola ook daar present. Van Ieper wou hij niets meer weten. De uitval van de premier naar de minister-president miste zijn effect niet. Vooral niet omdat daarmee de aandacht werd afgeleid van wat hij net tevoren had gezegd: dat de verantwoordelijkheid voor het versturen van de invitaties uitsluitend bij de stad Ieper en de Britse ambassade lag. Zo kon hij meer bepaald de officiële protocoldiensten uit de wind zetten, waar hij dus met glans in slaagde. Toch valt Dehaenes verklaring niet te rijmen met wat de andere betrokken instanties hadden gesteld. De Ieperse stadsdiensten verweerden zich door mee te delen dat zij alleen lokale verantwoordelijken uit te nodigen hadden. De Britse ambassade bevestigt dat zij alleen een lijst van invités opstelde met bijzondere banden met Groot-Brittannië of met de oorlogsslachtoffers en dat ze verder de lijsten die ze van "de Belgische autoriteiten" had ontvangen, ongewijzigd heeft doorgestuurd. Die "autoriteiten" kunnen alleen het Hof en het ministerie van Buitenlandse Zaken zijn. Maar het protocol van dit laatste departement had op 11 november maar één opdracht: de ontvangst van de Britse koningin en de Ierse presidente op de luchthaven van Wevelgem. Eens zodoende de mogelijke schuldigen voor het verzuim zijn afgevinkt, blijft inderdaad maar één instantie meer over. Kennelijk heeft ze de Vlaamse gevoeligheden onderschat. Het gebeurt welvaker.M.R.