Het gemarchandeer met jonge, vooral Afrikaanse en Zuid-Amerikaanse voetballers is jaren oud en is via diverse kanalen bijna tot vervelens toe aan de kaak gesteld.
...

Het gemarchandeer met jonge, vooral Afrikaanse en Zuid-Amerikaanse voetballers is jaren oud en is via diverse kanalen bijna tot vervelens toe aan de kaak gesteld. In Knack deed Chris De Stoop al in 1997 uit de doeken hoe het systeem werkt en ontspoort. Met alle namen die ook nu weer opduiken erbij. En anderhalve maand geleden vertelde Willy Verhoost, sportief directeur bij eersteklasser Sporting Lokeren, in dit blad hoe hij in Afrika jong talent gaat weghalen. 'Wij doen aan ontwikkelingssamenwerking', beweert de Lokerse voorzitter Roger Lambrecht. Tot op zekere hoogte klopt dat. Als alles goed verloopt worden alle betrokkenen beter van zo'n transfercarrousel. De jonge Afrikaanse voetballer ziet zijn droom in vervulling gaan en verdient een pak meer dan hij in eigen land ooit bijeen kan scharrelen. De club die hem naar hier haalt kan via een volgende transfer veel geld verdienen. En de man die hem naar hier haalt strijkt meestal een doorvoed percentage van de meerwaarde op. Dat is zuivere mensenhandel, maar zolang alle betrokken partijen er beter van worden, zal geen van hen protesteren. Het probleem doet zich niet zozeer voor bij de grote, maar veeleer bij de kleine clubs en bij de figuren die daaromheen hangen. Om de Amokachi's, de Addo's of de Oliveira's hoeven we ons niet meteen zorgen te maken. Maar wat met de knapen die belanden in de klauwen van lui die enkel hun eigen profijt op het oog hebben, en een heel bataljon Afrikanen of Brazilianen hierheen halen in de hoop er enkelen voor grof geld te kunnen slijten? En die hen contracten laten tekenen waardoor ze bij voorbaat een percentage, soms de helft of meer, van hun toekomstige loon aan hun 'manager' afstaan. De subcommissie mensenhandel in de Senaat heeft de problematiek nieuw leven ingeblazen, naar aanleiding van een parlementair onderzoek in Brazilië. En ook al waren de voorbeelden niet altijd juist gekozen, dan is de hernieuwde aandacht voor deze kwaal toe te juichen. Wettelijke bepalingen om ze te bestrijden zijn er namelijk voldoende. Er is een minimumleeftijd van 18 jaar bijvoorbeeld, en een wet die in zware straffen voorziet voor wie met valse beloften vreemdelingen naar hier lokt. De algemene immigratiestop bepaalt in theorie dat enkel buitenlanders die een toegevoegde waarde brengen een verblijfs- of arbeidsvergunning krijgen. Bovendien is de werkgever of de bemiddelaar voor een bepaalde periode verantwoordelijk voor de vreemdeling. Nederland bewijst dat je dat principe daadwerkelijk kunt toepassen. Alleen wie voor een nationaal (jeugd)elftal of voor een topclub heeft gespeeld, komt in Nederland in aanmerking voor een vergunning. De clubs worden er ook verplicht buitenlanders een minimumcontract van 13 miljoen frank (322.000 euro) aan te bieden. In België ligt dat minimum tien keer lager op 1,35 miljoen frank (33.500 euro). Zo heeft het Nederlandse Feyenoord een akkoord met het Belgische RWDM, waar het enkele van zijn Afrikanen 'uittest'. Zijn ze goed genoeg, worden ze naar Rotterdam gehaald. Zijn ze niet goed genoeg, dan is de club maar 1,35 miljoen kwijt in plaats van 13 miljoen. Via de verblijfs- en de arbeidsvergunningen, ook als die in een ander EU-land zijn uitgereikt, desnoods ook via het toeristenvisum, kan de overheid perfect de misbruiken opsporen en beteugelen. De voetbalbond kan via de aansluitingskaarten heel wat meer controle uitoefenen dan hij nu doet. En zowel de Vlaamse overheid als de voetbalbond erkennen slechts een beperkt aantal personen als makelaar of arbeidsbemiddelaar. Clubs die met andere lui werken, zijn strafbaar. Maar dat vraagt een actieve opstelling van bond en overheid. En onverbiddelijke straffen voor clubs die zich, rechtstreeks of onrechtstreeks, met laakbare praktijken of figuren inlaten.Koen Meulenaere