Als de SP op 13 juni in het zand bijt, zal dat misschien niet zoveel te maken hebben met Agusta. Veeleer met het mislukken van het nieuwe socialisme. Of juister, met het niet tijdig doorsijpelen en aanvaard worden van de ideeën van het Toekomstcongres van 1998. Roodgroen, het is snel gezegd in de Wetstraat. Maar het heeft een zeer concrete en vaak tragische inhoud als op een hoorzitting te velde gewestplannen op tafel worden gelegd. Ook nieuw flinks klinkt als een klok, maar leg als volksvertegenwoordiger aan de toog maar eens uit waarom je zoonlief niet aan een overheidsjob kunt helpen, of waarom je geen parkeerboete kunt wegtoveren. Kameraderie is iets zeer broos als het erom gaat spannen. En de smaakmakers van elke ideeënrevolutie zijn zelden populair. Zonder de steun van "oude" boegbeelden, lukt het niet. Je hebt overtuigde nieuwe socialisten nodig met een oudmodisch imago.
...

Als de SP op 13 juni in het zand bijt, zal dat misschien niet zoveel te maken hebben met Agusta. Veeleer met het mislukken van het nieuwe socialisme. Of juister, met het niet tijdig doorsijpelen en aanvaard worden van de ideeën van het Toekomstcongres van 1998. Roodgroen, het is snel gezegd in de Wetstraat. Maar het heeft een zeer concrete en vaak tragische inhoud als op een hoorzitting te velde gewestplannen op tafel worden gelegd. Ook nieuw flinks klinkt als een klok, maar leg als volksvertegenwoordiger aan de toog maar eens uit waarom je zoonlief niet aan een overheidsjob kunt helpen, of waarom je geen parkeerboete kunt wegtoveren. Kameraderie is iets zeer broos als het erom gaat spannen. En de smaakmakers van elke ideeënrevolutie zijn zelden populair. Zonder de steun van "oude" boegbeelden, lukt het niet. Je hebt overtuigde nieuwe socialisten nodig met een oudmodisch imago. Louis Tobback is er zo één. Hij kwam als voorzitter misschien niet veel op de Keizerslaan, maar als het moest reed hij wel helemaal van Leuven naar de kust om een mopperende SP-afdeling de roodgroene les te gaan spellen. Tot drie keer toe zelfs, want ze zijn daar hardleers. Hij is er ten langen leste boos weggelopen. De overgang van het oude naar het nieuwe socialisme verloopt op het terrein schoksgewijs. In die mate zelfs dat in sommige gemeenten twee soorten SP'ers naast elkaar beginnen te leven en te militeren. Zij die voor werk zijn, en zij die voor 't groen zijn, zeggen ze in de volkshuizen. Daar zien ze op televisie de kleine man - zijzelf - tranen storten over de teloorgang van een bij elkaar gespaard kasteeltje. Maar ook over de sluiting van Lee en Levi's. En dat steekt. Mogelijks worden er dezer dagen meer partijlidkaarten teruggestuurd omwille van bulldozers dan van helikopters. Er worden in de partij nu al enkele jaren harde noten gekraakt, in de volkshuizen, maar ook nog geregeld op de Brusselse Keizerslaan. Daar ligt de ideologische onderbouw van het nieuwe socialisme hoog opgestapeld in kleine lokaaltjes, in dikke fardes die de titel dragen: "Toekomstcongres '98. Solidariteit als cement van onze samenleving. (De emotie van een nieuwe generatie)". Dit is een verhaal over de botsing van emoties en sentimenten, van zakelijke flinksheid en volkssocialisme. Als het vandaag stormt in de partij, is het op die breuklijnen. DESIMPEL IS EEN SYMBOOL ZOALS CLAES"We kunnen kiezen. Ofwel beslissen we hier en nu dat we het ruimtelijk beleid bevriezen en we geven morgen een persconferentie om dat uit te leggen. Dan zullen we de komende maanden een beperkt applausje oogsten, maar mogen we een correct ruimtelijk beleid vergeten voor een lengte van dagen. Ofwel zetten we het beleid consequent door. Bon, wat zal het zijn?" Zo ongeveer klonk het op een recent partijbureau van de SP. Aan het woord waren Louis Tobback en Johan Vande Lanotte. Als één blok gingen ze achter Steve Stevaert staan. Van Jef Sleeckx had de minister van Ruimtelijke Ordening de vraag gekregen of het niet wat minder hardvochtig kon, met die bulldozers. Sleeckx is op het partijbureau wel vaker de buikspreker van de gewone man in de partij. Het zijn niet zelden traditionele socialistische kiezers die van Vorselaar tot De Panne, van Meise tot Schoten de al dan niet legale weekendhuisjes of campings bevolken. Was er ooit iets socialer dan dat: ieder zijn eigen kasteeltje, zoals honderd jaar geleden ieder zijn biefstuk? En zijn het alleen de rijken die in het bos mogen wonen? Clichés die er makkelijk ingaan. "Drie jaar geleden stapte ik het bureau van Vande Lanotte binnen met het eerste persknipsel over het riante tuinhuis van Aimé Desimpel", vertelt Peter Bossu, SP-militant in de Westhoek en kabinetsmedewerker op Binnenlandse Zaken. "Dat zal wel overwaaien, zei Johan. Ik zei: nee, daar komt heibel van. Desimpel is een bedrijfsleider die honderden mensen tewerkstelt en die zonder een bouwvergunning een tuinhuis bouwt waarin een hele familie kan wonen. Desimpel is een symbool, zozeer als Claes vandaag op een ander vlak. Uiteindelijk heeft het gerecht beslist dat Desimpel al genoeg negatieve publiciteit had gekregen en kwam hij ervan af met een boete. Had de rechtbank toen gezegd: breek af die boel, dan zaten we nu in een heel andere discussie over het bouwbeleid van de Vlaamse regering. Mensen willen voorbeelden zien. In de volkshuizen moet je een antwoord kunnen geven op de zeer begrijpelijke reactie: pak eerst de groten aan." "Hoe hard de uitspraak in de Agusta-zaak ook was, het is een zegen voor de partij. Als de beklaagden vrijuit waren gegaan, zou de SP de komende jaren geen enkel moreel gezag meer hebben om nog wetten te doen toepassen. We zijn nu ook af van die energieverslindende discussie of er in de jaren tachtig een donkergrijze, lichtgrijze of zwarte zone was. Die discussie doet nu niet meer terzake. Veel oudere militanten zullen ook vandaag nog blijven zeggen dat het gerecht de partij heeft gezocht. Ik deel die mening niet. Maar het is wel tekenend voor een keerpunt in de geschiedenis van de SP. Mijn oom is een oude militant. Hij ligt vandaag (23 december, dag van het Agusta-vonnis, nvdr) ziek in bed. Ik kan uren met hem discussiëren over Agusta, maar hij blijft erbij: het is onmogelijk dat Claes die zoveel heeft gedaan voor de partij, iets op zijn kerfstok kan hebben. Claes, de arbeidersjongen die zich opwerkte tot het symbool van het socialisme. Claes, die als jongen meemaakte hoe zijn ouders door de deurwaarder uit hun huis werden gezet." SOCIALISME IS GEEN STATISCH GEGEVENGezien op VTM, denken ze in de volkshuizen: hoe het nu de socialisten zijn die "gewone mensen" op straat zetten. Willy Claes sloot zich die ochtend op het partijbureau aan bij Sleeckx' protest. Pijnlijk voor zijn stadsgenoot Stevaert die het begin van zijn politieke carrière aan hem te danken heeft. Het is niet het eerste koningsdrama dat de Keizerslaan de afgelopen jaren heeft meegemaakt. Maar de persconferentie die de bulldozers moest stoppen, kwam er niet. Tussen de laatste dag van het Agusta-proces en de dag van het vonnis kwam Claes knorren op de Keizerslaan, op het partijbureau waar sinds de verkiezingen van 1995 met geen woord meer is gerept over Agusta. Andere besognes heersten daar. Het papier van het Toekomstcongres is geduldig, maar de ideeën waren al enige jaren aan het rijpen. Ze waren al goed groen toen in 1995 Agusta losbarstte. En toen Louis Tobback zei en herhaalde dat dit het einde van zijn politieke generatie zou inluiden. "Ik heb acht jaar in de milieubeweging gewerkt", vertelt Peter Bossu. "Ik besliste om de stap naar de SP te zetten uitgerekend op de dag dat Tobback in Diksmuide kwam vertellen dat Frank Vandenbroucke ontslag had genomen. Er was geen verband. Ik vertel het alleen maar omdat het bewijst dat ik niet bang was van Agusta. Dat ik toch de stap zette toen iedereen zei dat het gedaan was met de SP. Er was toen al zoveel aan het veranderen dat door de buitenwereld amper werd opgemerkt. Jaren geleden al had ik Frank Vandenbroucke in Gistel een uur lang horen uitleggen wat solidariteit vandaag en in de toekomst moest betekenen. Een moeilijke boodschap. En ik had gezien hoe vele oudere militanten in de zaal het daar niet mee eens waren. Ik had ondertussen ook Johan Vande Lanotte leren kennen. Vijf jaar geleden was ik in de streek zowel voor de boeren als de oudere socialisten nog een groene communist. Het heeft mij drie jaar gekost om een beetje het vertrouwen te winnen van de lokale SP'ers." Vande Lanotte is ondertussen minister af, en blij aan toe. Hij werkt weer twintig uur op vierentwintig. In een klein lokaaltje aan de ingang van het SP- en PS-gebouw aan de Keizerslaan. Het kabinetswerk was afstompend. Vande Lanotte voelde zelf hoe het zijn energie aanvrat om verder lokaal te militeren. Nog voor de goegemeente van Steve Stevaert had gehoord was hij al het prototype van de roodgroene socialist. Het wordt wel eens vergeten, vereenzelvigd als hij de laatste jaren is geweest met de rijkswacht en het asielbeleid. Dezer dagen haalt hij zijn schade in. Medewerkers worden van's morgens vroeg tot 's avonds laat bestookt met telefoontjes en faxen. Met dezelfde energie waarmee hij vorig jaar nog in de Senaat zijn asielbeleid kwam verdedigen, loopt hij nu het vuur uit zijn sloffen voor een kinderspeelbos in Poperinge. Zoals hij dat jaren geleden al deed voor de duinen of de IJzervallei. Blij als een kind is hij dat de SP met Stevaert nu eindelijk iemand in huis heeft die dat roodgroene gedachtegoed een gezicht kan geven. Zonder naijver sleurt hij de populaire Limburger mee naar de Westhoek om aan een kritisch gehoor te gaan uitleggen waarom afbreken soms ook opbouwen is. "We moeten de solidariteit opnieuw gaan uitleggen. Dat is niet gemakkelijk", zegt een jonge SP-militante. "Socialisme is geen statisch gegeven. Lange tijd was de slogan van de socialistische beweging: er moet rook uit de schouwen komen. Want dat wees op werk. Nu zouden we juist zeggen: er mag géén rook uit de schouwen komen. Nu willen we andere en gezondere jobs, het rode en het groene in één. Het concept van de solidariteit verandert, het socialisme moet zich daaraan aanpassen. We hebben ooit ook met handen en voeten moeten uitleggen waarom de socialisten voor de afschaffing van de kinderarbeid waren. Want die kinderarbeid, dat bracht per slot van rekening geld in het laatje voor mensen die elke cent broodnodig hadden. We moesten ook toen al gaan uitleggen waarom je soms schijnbaar asociale ingrepen moet doen om de solidariteit op langere termijn te vrijwaren."HET SOCIALE: STRUISVOGELPOLITIEKDat was hetgeen wat Frank Vandenbroucke jaren geleden al las in de analyses van Mark Elchardus die hij, vaak tot groot onbegrip, op het partijbureau liet uitdelen. Er werd toen nog meer dan vandaag afgetast en geïmproviseerd. En gezocht naar het wezen van extreem-rechts en waar het fout was gegaan in de wijken. Een van de vaststellingen was dat de politiek te laks was geworden, dat ze de solidariteit in de samenleving zelf op termijn aan het ondergraven was door misbruiken te tolereren. Het sociale werd verward met struisvogelpolitiek. Je kunt de sociale zekerheid alleen maar redden door het profitariaat aan te pakken. Opdat de veer niet breekt. Dat was een van de eerste nieuw flinkse inzichten. Trek het door naar veiligheid of asiel, en het gladde ijs wenkt. Die inzichten, en het beleid dat erop werd afgestemd, werd door progressief Vlaanderen vertaald als: ze lopen het Blok achterna. Binnen de SP zelf leek het ook alsof de Elchardus-lijn, met de boegbeelden Tobback en Vande Lanotte, haaks stond op die van het Toekomstcongres van Norbert De Batselier. Maar dat was het niet. Het was dezelfde bedding, dezelfde filosofie: geen omelette zonder gebroken eieren. Het waren ook dezelfde mensen. Die rode draad verwart de militanten. Oudere kameraden applaudisseren wel voor de ene vorm van flinksheid (het asielbeleid), ook al hebben ze daar vaak bruinere motieven voor dan Vande Lanotte en Tobback zelf met hun beleid - en daar had Elchardus natuurlijk wel een scherp oog in. Maar ze gruwelen van die andere vormen van flinksheid (de afbraak van weekendhuisjes of villa's, het afbouwen van dienstbetoon). Bij de jongere militanten is het vaak andersom. Zo gevoelig als de oude militant is voor de kleine man op de VTM, zo gevoelig zijn zij voor de kritiek dat de CVP en de Kerk de SP links voorbijsteken. De jongere militanten antwoorden aarzelend als hen wordt gewezen op de rode draad. Caroline Gennez, sinds maart 1998 voorzitter van de Jongsocialisten en al langer lokaal militant: "De SP probeert duidelijke regels uit te zetten en zich daar ook aan te houden. Maar ik kan niet verhelen... Tja, over het asielbeleid denk ik vaak: hoeft het allemaal zo streng? Terwijl ik inzake Ruimtelijke Ordening denk dat het niet streng genoeg kan. Daar gaat het over wetsovertredingen, bij asiel over een algemeen menselijke problematiek. Daar geraakt de SP veel meer in de knoop met zijn ideologie dan met de villa's. Ik zou nooit zeggen: zet de grenzen open, want dan wek je verwachtingen die je toch nooit kunt inlossen. Maar aan de andere kant zouden we toch meer moeten kunnen regulariseren. Enfin, ik ben niet met mijn hart bij het asielbeleid, maar ik begrijp het wel. Het ruimtelijk beleid daarentegen, daar ben ik én verstandelijk én met mijn hart bij." "Het asielbeleid, dat is nu eens een dossier waarvan ik me had voorgenomen om aan de kant te blijven staan, om er tégen te zijn", vertelt Kathleen Van Brempt. Sinds drie jaar is Van Brempt een kroongetuige in de SP, als verslaggeefster van de partijbureaus en de wekelijkse vergaderingen van socialistische ministers. Als militante werkte ze mee achter de schermen van het Toekomstcongres en de spin off, het Jongerencongres dat in maart wordt georganiseerd. "Nu en dan probeerde ik over dat asielbeleid te discussiëren met Louis Tobback, maar hij praatte mij onder tafel. Toen Sémira Adamu stierf, dacht ik: maar wat is dit toch met dit land? Dan ben ik het asieldossier gaan bestuderen. En ik kon er niet omheen: we hadden verdorie gelijk. Maar we hebben te lang nagelaten om dat sociale gelijk, want dat is het, uit te leggen. Elchardus had gezegd: get the job done, maar zwijg erover. Fout. Door die non-communicatie hebben we het sommigen zoveel makkelijker gemaakt om te zeggen dat de SP het Vlaams Blok achternaholde. Gelukkig wordt nu niet dezelfde fout gemaakt in het ruimtelijk beleid. Daar slaagt Steve er heel goed in om uit te leggen waarom die villa's tegen de vlakte gaan, en waarom dat onderdeel is van een sociaal beleid." Bossu: "We hebben de onduidelijkheid te veel vrij spel gegeven. We hadden ook in de volkshuizen ondubbelzinnig moeten gaan uitleggen waarom we absoluut voorstander zijn van solidariteit, ook internationaal. En dat het asielbeleid daar niet mee vloekt. Iedereen die in de SP van ver of van dichtbij bij dat beleid is betrokken geweest, heeft zich die vragen gesteld. Ik zat op Binnenlandse Zaken met een minister die symbool stond voor een streng asielbeleid, en ik zag hem daar zelf zitten worstelen met zijn vragen, want het gaat over mensen. Het probleem is dat in zulke debatten Filip Dewinter in enkele seconden oneliners debiteert waarvan ook onze mensen vaak zeggen: 't est zjuust nondedju, er zijn zoveel werklozen, de wijken verkrotten, het gaat slecht met bepaalde bevolkingsgroepen, en dan gaan ze hier ook nog anderen binnenlaten die nog geld bovenop krijgen. En zo moeten we constant vechten tegen beelden en sentimenten die worden misbruikt en die onze eigen mensen in verwarring brengen. Ik kreeg een telefoon van een socialistisch gemeenteraadslid die mij vroeg of ik bij Eddy Baldewijns niet kon tussenkomen voor alweer een schrijnend geval: een werkloze die weg is bij zijn vrouw woont met zijn kind in een caravan bij een onbewoonbaar verklaarde boerderij en moet daar weg. In eerste instantie laten de mensen zich inderdaad leiden door medelijden. Het lijkt asociaal hé, een sukkelaar uit zijn caravan jagen. Maar socialisme betekent juist dat we niet mogen tolereren dat mensen in zulke erbarmelijke toestanden leven. Daarvoor moet je zicht hebben op de hele puzzel, op het langetermijnperspectief en op de alternatieven die we zulke mensen bieden, en dat laat zich niet in een oneliner vatten. Hetzelfde met werkgelegenheid. De RMT in Oostende ging dicht, maar wat je zelden hoort is dat het OCMW, de VDAB en de administratie maanden in de weer zijn geweest om het merendeel van de arbeiders een ernstig alternatief aan te bieden." EEN DUBBELTJE OP ZIJN KANTHet is een wedren tegen de tijd. De nieuwe SP praat over evoluties voor de komende decennia, Vandenbroucke en na hem De Batselier, Stevaert, Tobback en Vande Lanotte proberen al jaren uitleg te verschaffen. Maar straks is het 13 juni. En het Toekomstcongres is nog niet echt buiten de directe cirkel van de Keizerslaan geraakt. "Niet waar", zegt Van Brempt. "Deze partij is sterk lokaal verankerd, en dat is tegelijk haar sterkte en zwakte. De eerste reacties van de mensen aan de basis schrikken sommige volksvertegenwoordigers inderdaad af, maar je hebt er anderen die - juist omdat ze met hun twee voeten in het hinterland staan - er wel in slagen om zoiets als de afbraak van de villa's uit te leggen. Maar ja, het is een dubbeltje op zijn kant. En de vraag is of de estafette in de SP ook in de lijstvorming zichtbaar zal zijn. Het is alleen te hopen dat de partij ook op dat gebied wat flinksheid aan de dag legt." Bossu, die zelf doelbewust geen plaats op de lijst wil - "Er wordt in mijn streek al genoeg geroddeld over het feit dat ik een postje beloofd ben" - voorspelt: "Ook nu weer zullen er ongetwijfeld heel wat mensen op de lijsten staan van wie je je de vraag kunt stellen: zijn dat symbolen van de vernieuwing, van dat socialisme waar de SP absoluut naartoe wil? Maar het is een realiteit. En je kunt er niet omheen." Van Brempt: "De jonge generatie is geen vragende partij voor een mandaat. Dat is de paradox. Ze willen wel eerlijke kansen krijgen, maar dat heeft meer met de ideeën en het engagement te maken. Uiteindelijk zal er veel afhangen van de gemeenteraadsverkiezingen van 2000. Nationaal zullen we dat hele nieuwe verhaal van het moderne socialisme wel kunnen waarmaken, maar het zal lokaal moeten gebeuren. Dat is de wissel op de toekomst."Filip Rogiers