Op zich is er niets vreemds aan. Door het raam van de keuken zie ik tegen valavond twee mensen voorbijwandelen met hun hond. En twee stoelen. Die dragen ze gevouwen onder de arm. De warmte van de dag is blijven hangen en ze dragen de kleren die ze hebben gedragen op de camping om met de vrienden op het terras van het cafetaria een kaartje te leggen. Luchtig, maar net gestreken. Op veilige afstand volgt nog een gezelschap. Twee jongeheren met een oudere dame die naar vermoeden hun moeder is. Ook zij dragen vouwstoelen. Als iets later een hele familie voorbijkomt aan de overkant van de straat, allemaal met stoelen onder de arm, wordt mijn nieuwsgierigheid gewekt. In de grote beukendreef waar onze straat op uitgeeft stappen groepen mensen naar het park net om de hoek. Allemaal met vouwstoelen onder de arm. Veel rolstoelen ook en hier en daar een peuter in een kinderwagen. Het lijkt op een volksverhuizing. Elke plaats om een auto te parkeren is bezet en mensen komen te...

Op zich is er niets vreemds aan. Door het raam van de keuken zie ik tegen valavond twee mensen voorbijwandelen met hun hond. En twee stoelen. Die dragen ze gevouwen onder de arm. De warmte van de dag is blijven hangen en ze dragen de kleren die ze hebben gedragen op de camping om met de vrienden op het terras van het cafetaria een kaartje te leggen. Luchtig, maar net gestreken. Op veilige afstand volgt nog een gezelschap. Twee jongeheren met een oudere dame die naar vermoeden hun moeder is. Ook zij dragen vouwstoelen. Als iets later een hele familie voorbijkomt aan de overkant van de straat, allemaal met stoelen onder de arm, wordt mijn nieuwsgierigheid gewekt. In de grote beukendreef waar onze straat op uitgeeft stappen groepen mensen naar het park net om de hoek. Allemaal met vouwstoelen onder de arm. Veel rolstoelen ook en hier en daar een peuter in een kinderwagen. Het lijkt op een volksverhuizing. Elke plaats om een auto te parkeren is bezet en mensen komen te voet vanuit de aanpalende straten. Achter een grote smeedijzeren poort ligt een kasteel dat wat weg heeft van kapitein Haddocks Molensloot. Ooit was dit het optrekje van een adellijke familie met een suikerfabriekje in Tienen, maar nu is het eigendom van de gemeente. De omliggende landerijen werden na de Tweede Wereldoorlog verkaveld en door de groeiende middenklasse bebouwd met witte huisjes die bij voorkeur getooid werden met een dak van riet. Op het voorplein van dit kasteel werd door de televisiezender van de streek een podium bekleed. Er staat één microfoon. In grote regelmatige cirkels vouwen mensen hun stoel open en zetten zich neer. Sommigen zitten er al meer dan een uur op voorhand, zo hoor ik fluisteren. Het plein loopt vol. Vanuit de nabije volkse buurten. Vanuit de afgelegen villawijken. Vanuit andere gemeenten. Iedereen is welkom. Het kost niets, alleen de moeite om een stoel mee te brengen. Als iemand merkt dat ik sta te kijken zonder stoel, word ik verwezen naar iemand verderop die per ongeluk een stoel te veel bij zich heeft. Mensen helpen elkaar een plaatsje te vinden. Ik probeer te tellen. De mensen op een rij middenin, vermenigvuldigd met het aantal rijen. Het blijft schatten. Telde ik voor de organisatoren, dan kwam ik bij enkele duizenden. Telde ik voor de politie, dan hield ik het bij een kleine vijftienhonderd. En ze blijven maar toestromen. Het geroezemoes zwelt aan. Tot een blonde jongedame iedereen goedenavond wenst in de microfoon die heel even fluit zodat iedereen stil wordt. Voor deze dame zijn ze gekomen. Ze kennen haar van een reeks op televisie. Iets met artsen. Ze gaat iets heel bijzonders doen. Ze gaat een verhaal vertellen. De gasten die op het terras van de aangrenzende parkhoeve mosselen zitten te eten zijn mee stil. Mannen die thuis moeite hebben om een hele zin van hun levensgezel uit te luisteren zitten nu met open mond en gestrekte hals het verhaal te volgen van een vrouw die vertelt wat vrouwen graag vertellen. Tussendoor zingt ze een liedje. Af en toe wordt de stilte doorbroken door de schreeuw van een pauw. Of door een lachsalvo. In drie fasen, zoals Shakespeare beschreef. Eerst degenen die het onmiddellijk begrijpen, dan degenen die lachen omdat de anderen lachen. En dan degenen die het uiteindelijk zelf ook begrijpen. Als de dame haar verhaal afmaakt, wordt ze onthaald op een luid en gemeend applaus. Niet te lang, want een bekende brouwer trakteert voor de gelegenheid alle toeschouwers. De glazen staan te blinken. Het is, hier voor mijn deur op deze warme zomeravond, heel even een ideale samenleving. Waar media, cultuur, handel, overheid en burgers samenkomen en meebrengen wat ze hebben. Om de avond te vullen. Een plaatselijk televisiestation zorgt voor een podium. Een krant zorgt ervoor dat iedereen het weet. Een beroepsverteller zorgt voor het verhaal, de gemeente voor een mooie plek. Een brouwer zorgt voor drank en iedereen brengt zijn eigen stoel mee. En zijn eigen verhaal. Want de mensen blijven nog wat hangen. Om op hun beurt te vertellen over wat ze hebben meegemaakt op de camping of de cruise. Als de maan hoog boven het park staat, keren ze in vrede huiswaarts om in hun bed te kruipen nadat ze de buren nog een goede nachtrust hebben toegewenst. Op de televisie die avond huilden intussen moeders om zonen en dochters die ze verloren hebben in een strijd waar ze niets van begrijpen, in landen die bestuurd worden door haat, hebzucht en afgunst onder het mom van eeuwenoude vetes. Geef mij maar vouwstoelen. Guillaume Van der Stighelen, ex-reclamemaker en medeoprichter van Duval Guillaume, schrijft columns en cursiefjes, maakte met Canvas de tweedelige documentaire President Te Koop over de verkiezingscampagnes in de VS en werkt momenteel aan een hernieuwde uitgave van zijn boek Echt.Guillaume Van der StighelenHet is, hier voor mijn deur op deze warme zomeravond, heel even een ideale samenleving.