De vier belangrijke kandidaten hebben al meer dan de helft van hun campagnegeld uitgegeven, meldde de Washington Post vorige week. George W. Bush, de kandidaat van het Republikeinse establishment, heeft vorig jaar alleen al zo'n 36 miljoen dollar gespendeerd.
...

De vier belangrijke kandidaten hebben al meer dan de helft van hun campagnegeld uitgegeven, meldde de Washington Post vorige week. George W. Bush, de kandidaat van het Republikeinse establishment, heeft vorig jaar alleen al zo'n 36 miljoen dollar gespendeerd. Twee Republikeinen en twee Democraten maken een min of meer reële kans op het presidentschap. Boegbeeld van de Republikeinse campagne is George Bush junior, zoon van de ex-president en momenteel gouverneur van Texas. Hij wordt uitgedaagd door John McCain, senator uit Arizona en Vietnamveteraan. Aan Democratische zijde is Al Gore, de huidige vice-president, de favoriet. Zijn tegenstrever is Bill Bradley, voormalig senator uit New Jersey en ex-sterspeler van de New York Knicks. De volgende weken zal duidelijk worden hoe groot de kansen van de twee uitdagers zijn om in de zomer van 2000 de nominatie van hun respectieve partijen in de wacht te slepen. Willen ze in koers blijven, dan moeten Bradley en McCain het goed doen in de caucus - een besloten partijvergadering waarin beslist wordt welke kandidaat de steun van de partijafdeling krijgt - van Iowa (24/1) en in de eerste reeks primaries - voorverkiezingen waarbij partijleden hun presidentskandidaat aanwijzen - in New Hampshire, South Carolina en Michigan (1/2, 19/2 en 22/2). Met name bij de Democraten lijkt de strijd om de nominatie iets spannender te worden dan aanvankelijk werd verwacht. Gore voelt steeds meer de hete adem van Bradley in zijn nek: in de opiniepeilingen wordt het verschil tussen beide kandidaten steeds minder groot. Bradley is ook geliefd in de partij en bij de media. De voormalige sportman heeft, net als Gore, het zeer degelijke imago van een family man. Maar terwijl Gore vaak als erg saai wordt afgeschilderd, boogt Bradley nog altijd op zijn ster-verleden. Dat neemt niet weg dat de vice-president de belangrijkste kanshebber blijft voor de Democratische nominatie. Hij heeft tenslotte de steun van het machtige partijapparaat, van de vakbonden en van belangrijke sectoren als het onderwijs. Voorlopig ziet het ernaar uit dat de strijd om het Witte Huis uiteindelijk tussen Bush en Gore zal worden gevoerd. Daarbij lijkt Bush voorlopig de beste kansen te hebben. In de peilingen doet Double U, zoals Bush jr. in de Amerikaanse media wordt genoemd, het momenteel ruim tien procent beter dan Gore. Die heeft als vice-president nochtans een uitstekend parcours gereden. Politieke analisten zijn het erover eens dat hij meer op het beleid heeft kunnen wegen dan wie ook van zijn voorgangers. De Verenigde Staten beleven een van de langste periodes van economische groei uit hun geschiedenis, de werkloosheid is sterk teruggedrongen en de misdaad is afgenomen. Waarom Gore dan toch niet beter scoort? De Amerikaanse pers heeft er een term voor: Clinton fatigue. Het beleid van de huidige president mag dan redelijk positief worden beoordeeld, de Amerikanen zijn de Clintons na zeven jaar beu, beu, beu. De Lewinsky-affaire, die de president werkelijk iedere dag in het nieuws bracht, heeft tot een gevoel van indigestie geleid. De Amerikanen snakken naar iets anders. Dat Hillary Rodham Clinton nu weer kandidaat is voor een senaatszetel van de staat New York, doet Gore's zaak zeker geen goed. Bush jr. spint natuurlijk garen bij deze Clinton-moeheid. Maar hij heeft zijn eigen problemen: hij wordt als een lichtgewicht beschouwd. Handjes schudden kan hij erg goed, maar veel dossierkennis of politieke visie heeft hij nog niet tentoongespreid. Toen hem tijdens een tv-optreden gevraagd werd wie de leiders waren van Pakistan, Tsjetsjenië, Taiwan en India - landen die allemaal in het nieuws waren geweest - kon hij er maar één noemen. Tijdens debatten dreunt hij braaf de leuzen op die zijn spin doctors hem hebben ingefluisterd en weet vervolgens niet meer wat gezegd. Ook voor Bush' probleem bestaat in Washington al een uitdrukking: hij lijdt aan het lege-pak-syndroom: mooi aan de buitenkant, maar er zit niks in. C.A.