Vijftien jaar nadat de laatste steenkoolmijn in ons land werd dichtgegooid, ziet de toekomst voor het zwarte goud er beter uit dan ooit. Ondanks de hoge CO2-uitstoot bij verbranding is steenkool op de wereldmarkt helemaal terug. Het is een goedkope brandstof, de enorme steenkoolvoorraden zijn wereldwijd verspreid, en ze bevinden zich - in tegenstelling tot olie - niet alleen in politiek onrustige zones.
...

Vijftien jaar nadat de laatste steenkoolmijn in ons land werd dichtgegooid, ziet de toekomst voor het zwarte goud er beter uit dan ooit. Ondanks de hoge CO2-uitstoot bij verbranding is steenkool op de wereldmarkt helemaal terug. Het is een goedkope brandstof, de enorme steenkoolvoorraden zijn wereldwijd verspreid, en ze bevinden zich - in tegenstelling tot olie - niet alleen in politiek onrustige zones. De groeilanden China en India, waar de vraag naar energie exponentieel stijgt, gebruiken nu al grote hoeveelheden steenkool. Per week bouwt China gemiddeld twee steenkoolcentrales. Het zorgt daarmee voor een jaarlijkse extra capaciteit die overeenstemt met die van het hele Britse stroomnet. China beschikt dan ook over gigantische eigen steenkoolvoorraden. En dat geldt ook voor de Verenigde Staten. De energietoevoer in beide landen is daarmee voor een deel verzekerd. Het is natuurlijk maar de vraag of de prijs voor steenkool door de stijgende belangstelling niet meteen de pan zal uitrijzen. De jongste twaalf à achttien maanden ging hij immers al fors omhoog. 'In vergelijking met aardgas, het belangrijkste alternatief voor steenkool, ligt de prijs nog altijd laag', zegt Michael Schlesinger van Prognos, een prognose- en studiebureau rond energie in Zwitserland. 'Hoe sterk de steenkoolprijzen ook stijgen, de steenkoolcentrales zullen nog geruime tijd goedkoper blijven dan de gascentrales.' Hoewel, in de Europese Unie zou dat in de toekomst wel eens anders kunnen uitpakken. Als bedrijven vanaf 2013 op basis van het door de Europese Commissie opgelegde Emission Trading System (ETS) verplicht worden te betalen voor hun CO2-uitstoot, zal de energie uit steenkoolcentrales in Europa mogelijk duurder zijn dan die uit de gasgestookte Steg-centrales, die minder CO2 uitstoten. De CO2-uitstoot van steenkool is overigens niet alleen een probleem voor de prijs. Als we de Kyoto-norm willen halen, moet er ook hard worden gewerkt aan technieken die steenkool minder vervuilend maken. Wetenschappers ontwikkelden het Carbon Capture and Storage (CCS)-systeem, en her en der werden al kleinschalige proefprojecten opgezet. 'Maar experts verwachten dat CCS ten vroegste in 2020 of zelfs pas in 2030 commercieel beschikbaar zal zijn', zegt Peter Viebahn van het Duitse Wuppertalinstituut. CCS is een procedure waarbij de CO2-emissie wordt opvangen, gecomprimeerd en vloeibaar gemaakt, en vervolgens via pijpleidingen naar een ondergrondse opslagplaats wordt afgevoerd. De CO2 is daarmee uit de lucht, maar over de veiligheid van de massa CO2 die ondergronds moet worden opgeslagen, bestaan nog grote vraagtekens. Ondertussen blijven de bestaande steenkoolcentrales hoge CO2-waarden uitstoten. Nu de oude steenkoolcentrales in Europa, die intussen 40 à 45 jaar oud zijn, binnen de tien jaar vervangen moeten worden, zal de toestand misschien enigszins verbeteren. De nieuwe centrales zijn immers effi-ciënter en stoten ook minder uit. Electrabel wil er drie van dat type bouwen tegen 2012. Maar in vergelijking met de veel milieuvriendelijker Steg-centrales op gas zijn het nog altijd grote vervuilers. Het Europese park aan steenkoolcentrales in Europa zal er over een jaar of vijf helemaal anders uitzien. De vraag is alleen welke energieproducent er amper tien jaar later - in de veronderstelling dat CCS tegen dan beschikbaar is - bereid zal zijn om nóg eens te investeren in een nieuw systeem. Ingrid Van Daele