Omdat de werkloosheid moet dalen, poetst de regering dus de statistieken maar wat op.
...

Omdat de werkloosheid moet dalen, poetst de regering dus de statistieken maar wat op. EERSTE-MINISTERJean-Luc Dehaene (CVP) maakt zich, naar het voorbeeld van de Duitse kanselier Helmut Kohl, sterk de werkloosheid tegen het begin van de volgende eeuw te kunnen halveren. Dat betekent : van om en bij een half miljoen uitkeringsgerechtigde volledig werklozen (UVW's) naar een kwartmiljoen. Een simpele berekening leert dat er daartoe in de komende vijf, zes jaar pakweg 150 werkzoekenden per dag een nieuwe baan moeten vinden. Geen wonder dat Dehaene die belofte niet te dikwijls meer herhaalt. Er bieden zich twee mogelijkheden aan om het leger UVW's in te krimpen : meer jobs of minder volk op de statistiek. Het eerste blijkt met de dag een moeilijker opgave. Onmogelijk zelfs, volgens het federaal Planbureau, dat in zijn jongste vooruitzichten voor 1996-2000 bekent dat de werkloosheid tegen de eeuwwisseling nog altijd even groot zal zijn. Dat impliceert niet dat de werkgelegenheid niet groeit, maar wel dat er, ten gevolge van de demografische evolutie, nog tot 2003 steeds meer mensen op de arbeidsmarkt komen. Een strengere reglementering kan vanzelfsprekend wel de werkloosheidsstatistiek wat opvrolijken. De Belgische reglementering neemt in Europa een uitzonderlijke positie in. In tegenstelling tot de meeste andere landen krijgen werkloze schoolverlaters hier, zonder ooit te hebben gewerkt, recht op uitkeringen. En vooral, de werkloosheid is in België onbeperkt in duur. Wat, naar verluidt, ruime mogelijkheden biedt voor ?onechte werklozen?. Alleen vallen, bij gebrek aan jobs, de echte niet van de onechte werklozen te scheiden. Merkwaardig : vooral in financiële kringen groeit de kritiek op onbeperkte werkloosheidsduur van vooral vrouwen aan. Een fundamentele wijziging van de werkloosheidsreglementering staat echter niet in het ontwerp van kaderwet tot modernisering van de sociale zekerheid aangekondigd. Zelfs de idee van een nieuwe zesde pijler in de sociale zekerheid (bovenop pensioenen, ziekteverzekering, kinderbijslag, arbeidsongevallen en werkloosheid) voor de werklozen die niet beschikbaar zijn voor de arbeidsmarkt, passeerde de ministerraad niet. Voorzitter Luc Van den Brande (CVP) van de Vlaamse regering zag daarmee een van zijn favoriete ideeën sneuvelen. Maar erg is dat niet, want in de werkloosheid valt quasi alles te reglementeren met gewone koninklijke en ministeriële besluiten. Het oppoetsen van de statistieken is een klus die minister van Tewerkstelling en Arbeid Miet Smet (CVP) in de schoot krijgt geworpen. NEDERLAND.Zeker als het om werkloosheid gaat, is het statistisch werk meer politiek dan wetenschappelijk geladen. Zo hemelen serieuse economen Nederland op, waar de werkloosheidsgraad zogezegd maar half zo zwaar weegt als in België. Waarbij ze wel vergeten om de arbeidsongeschikt verklaarde werklozen mee te rekenen en voorts de vele deeltijdwerkende vrouwen als volle arbeidskrachten tellen. Slechts in informele babbels geven zij toe dat het met de werkgelegenheid in Nederland nauwelijks beter gesteld is dan in België. Vergelijkende werkloosheidsstatistieken zijn amper bruikbaar. Belgische en internationale instellingen tellen met uiteenlopende criteria en de verschillende nationale wetgevingen beïnvloeden de cijfers direct. Een lage pensioenleeftijd of het behoud van de militaire dienstplicht heeft meteen minder werkzoekenden voor gevolg. Met het toiletteren van de statistieken heeft de Belgische overheid ervaring. In februari 1985 zuiverde zij alle ?oudere werklozen? uit de cijfers weg. Minister Smet vergemakkelijkte onlangs nog die overgang van de gewone naar de oudere werkloosheid. Nu staan zo'n tachtigduizend 50-plussers ergens in een statistisch hoekje, ingeschreven als kansloos op de arbeidsmarkt. Een aantal blauwdrukken voor een verdere uitzuivering van de statistieken ligt zo goed als klaar. Langdurige werklozen, die via een Plaatselijk Werkgelegenheidsagentschap (PWA) twintig uur per maand klussen, hoeven eigenlijk niet als werklozen te worden geteld, vindt Smet opeens. Gemiddeld zijn twintigduizend PWA'ers per maand aan de slag, de minister hoopt spoedig dit aantal te verdubbelen. De afbouw van het stelsel van werklozen-in-loopbaanonderbreking staat te boek als een slecht gemikte besparingsmaatregel. Hun aantal kromp van veertigduizend naar zestienduizend. De minister van Tewerkstelling en Arbeid wil voor werklozen opnieuw de mogelijkheid activeren om enkele jaren en met behoud van sociale rechten en een kleine vergoeding, onbeschikbaar te blijven voor de arbeidsmarkt. Ook dat helpt voor de statistiek. Jonge werklozen werden vroeger ontmoedigd om met een RVA-uitkering hogere studies aan te vatten. Straks stimuleert de overheid ze echter opnieuw, want : weg uit de statistiek. En wellicht kan de wachttijd voor werkloze schoolverlaters, die van zes naar negen maanden sprong, tot een jaartje verlengd worden. Vorig jaar sanctioneerde de RVA 55.963 uitkeringtrekkers, meestal tijdelijk, maar 22.274 abnormaal langdurig werklozen gingen er definitief uit. Met ruim tien procent schorsingen lijkt de RVA daar het plafond te hebben bereikt. Alleen het aantal schorsingen wegens langdurige werkloosheid kan nog stijgen, nu de langdurigheid is ingekrompen van twee tot anderhalve keer de gemiddelde werkloosheidsduur van de streek. Kortom, de meter van de uitkeringsgerechtigde volledige werkloosheid, is een soepel instrument. Bovendien meet hij maar de helft van de werkelijkheid : oudere werklozen, bruggepensioneerden, tijdelijk werklozen, deeltijds werklozen, loopbaanonderbrekers, werklozen in beroepsopleiding en nog anderen zitten in aparte vakjes. In de jaren zeventig al luidde het dat de werkloosheidsstatistiek de arbeidsmarkt niet meet. Waarom dan niet gewoon de werkgelegenheid meten ? Omdat niet de gezonden maar de zieken de volksgezondheid bepalen, en het aantal ongevallen de verkeersveiligheid. Guido DespiegelaereMinister Miet Smet : poetsvrouw van dienst.