Het resultaat van zeven jaar Paars staat nu op papier. Eerder al meldde de Wereldbank dat België op de lijst van de landen met het meest ondernemingsvriendelijke klimaat van de 16e naar de 18e plaats is gezakt. Volgens The Conference Board, een Amerikaanse denktank, roeit ons land ook achteruit als het aankomt op de productiviteit van de werknemers. Een bewering die bevestigd wordt door de bevindingen van het onderzoeksbureau Business Risk Environment Intelligence. Het Internationaal Muntfonds berekende dan weer dat België in de Europese Unie naar de 11e plaats wegzakt op de lijst met groeivoorspellingen.
...

Het resultaat van zeven jaar Paars staat nu op papier. Eerder al meldde de Wereldbank dat België op de lijst van de landen met het meest ondernemingsvriendelijke klimaat van de 16e naar de 18e plaats is gezakt. Volgens The Conference Board, een Amerikaanse denktank, roeit ons land ook achteruit als het aankomt op de productiviteit van de werknemers. Een bewering die bevestigd wordt door de bevindingen van het onderzoeksbureau Business Risk Environment Intelligence. Het Internationaal Muntfonds berekende dan weer dat België in de Europese Unie naar de 11e plaats wegzakt op de lijst met groeivoorspellingen. Het Amerikaanse zakenblad Forbes, de stijlbijbel van de waarachtige liberaal, schrijft dat slechts twee landen een 'miserie-index' - zeg maar belastingsgraad -hebben die hoger ligt dan in België. Wat ook naar voren komt in de studie van Johan Van Overtveldt en Geert Janssens van het VKW, waarvan de resultaten verderop in het blad staan. En nu duwt ook het Global Competitiveness Report van het World Economic Forum België van de 25e naar de 31e plaats op de wereldranglijst. We moeten tegenwoordig zelfs Estland, Chili en Qatar laten voorgaan. Daarmee staat België op de laatste plaats in de rij van West-Europese landen. De bevindingen van het WEF steunen op een brede rondvraag bij 11.000 bedrijven over de overheidsbemoeienissen met de economie, maar ook over de graad van corruptie. Nog een geluk dat het WEF de kwaliteit van het Belgische politieke personeel niet onder de loep nam. Voor een evaluatie daarvan beschikken we sinds vorige week over het verbijsterende gesprek dat Michel Jadot, topambtenaar en sterke man van de PS in de ambtenarij, met de krant De Standaard had. Wie het interview las, kon alleen besluiten dat de federale ambtenarij na de grote en dure Copernicus-hervorming een rokende puinhoop is. Jadot vertelde in de krant ook dat hij, de grote baas van de federale overheidsdienst Werkgelegenheid en Sociaal Overleg, zijn eigen voogdijminister Freya Van den Bossche het afgelopen jaar één keer - jawel, één keer - mocht ontmoeten. Maar veel maakt dat niet uit, aldus Jadot, want de eigenlijke minister van Werk is Johan Vande Lanotte. Die behoort tot de junta van vice-premiers die de regering controleren. Premier Guy Verhofstadt controleert volgens de PS-ambtenaar eigenlijk helemaal niets meer. Verhofstadt bleek 'niet goed genoeg voor Europa', verloor daardoor veel van zijn prestige en is nu ' à la fin de son mandat'. De overige federale ministers lijken, volgens Jadot, weggelopen uit Star Academy. Hij vergelijkt ze met Urban Trad, de Belgische inzending voor het Eurovisiesongfestival: 'Hun liedje klonk leuk, de zangeressen waren mooi en ze zongen mooi, maar niemand heeft ooit verstaan wat ze aan het zingen waren.' Het interview met Jadot mag dan al ontluisterend zijn voor Paars, zijn diagnose is wel pijnlijk juist. Hoe onbeduidend het merendeel van de federale ministers is, bleek vorige week uit de replieken van Renaat Landuyt, nu federaal minister van nachtvluchten of zoiets, op het artikel in Knack over de zware vergoedingen die Yvan Bostyn, gepensioneerde administrateur-generaal van de VDAB, blijft ontvangen. In een vorig leven was Landuyt Vlaams minister van Werk en in die functie was hij verantwoordelijk voor de manier waarop Yvan Bostyn zijn eigen bedje spreidde als voorzitter van de T-Groep. Dat is een privaatrechtelijke koepel boven de commerciële diensten van de VDAB, die Yvan Bostyn onder Landuyt mocht privatiseren en waar hij, eenmaal met pensioen, via een eenmansvennootschap, prompt 145.000 euro per jaar uitgekeerd krijgt. Volgens Landuyt was dat een wijze beslissing want, zo beweerde de minister in De Tijd, iemand uit de privé-sector aantrekken zou veel duurder zijn geweest. Een rondvraag leert echter dat de evenknieën van Bostyn bij een aantal multinationale interim-bedrijven niet eens de helft opstrijken van wat de gewezen VDAB-topman jaarlijks in zijn mandje krijgt. Bovendien vult de T-Groep geenszins haar sociale rol in, die nochtans duidelijk was afgesproken. Want behalve wat prijzige studies en imagocampagnes ten belope van ruim 600.000 euro kan de T-Groep niet één sociaal project voorleggen. Uit politiek fatsoen kan Renaat Landuyt maar beter ontslag nemen. De reden daarvoor mag hij zelf kiezen: onbekwaamheid of medeplichtigheid aan het verkwanselen van het overheidspatrimonium. Waarna niemand in de Wetstraat hem zal beletten het beheertalent dat hij zichzelf toedicht te gaan verzilveren op de privé-markt. Rik Van Cauwelaert'Verhofstadt bleek niet goed genoeg voor Europa.'