Waarvan de overzijde in zee verzonk:
...

Waarvan de overzijde in zee verzonk: De trotsche vloot die schatten heeft gebracht, nu overvaren door een schaamle jonk."De oude huizen met hun gesloten luiken stonden nog aan de waterkant toen Slauerhoff daar was, de dichter (wat kwam hij er doen?): een stoffige rijweg, een boord van oude bomen die schaduw gaven, en dan de lage stenen borstwering voor het water, de ondiepe, gele, Zuid-Chinese Zee. Men kan er vergif op innemen dat dat water stonk. De stad trouwens ook, maar dat doet niet ter zake. Voorbij het centrum, aan de pousada en het oude hotel Bela Vista dat nu de residentie van de Portugese consul wordt, is het nog steeds een beetje als vroeger. Zoals er ook in de oude stad, langs straten en steegjes als de Rua da Barra, nog huizen met tuinen tussen bomen staan. Wel mooi, maar niet echt idyllisch: Macau heeft een rotklimaat, de helse van vocht verzadigde hitte is slechts een paar maanden per jaar draaglijk. Eeuwenlang was Macau dus een stad aan het water. En nu niet meer. Macau is gekidnapt sinds een tiental jaar geleden besloten werd het terug te geven aan het grote China, de Chinese Volksrepubliek. In feite was het al lang teruggegeven - daarover gaat dit verhaal ook een beetje - maar dat was nooit officieel. Die teruggave werd uitgetekend in het kader van de overdracht van Hongkong aan de Volksrepubliek, in 1997: het bekende concept van Deng Xiaoping, "Eén land, twee systemen". De twee oude uitkijkposten op China kregen voor vijftig jaar een nieuw contract, waarbij ze hun eigen economie, instellingen en bestuur zouden kunnen behouden "in een hoge graad van autonomie". Waarnemers rekenen erop dat Peking zich in de oude Britse kroonkolonie en de Portugese enclave aan zijn afspraken zal houden, want er is nog een grotere vis in het verschiet: Taiwan, dat op termijn ook op deze manier binnengehaald moet worden. GOKPARADIJSDus wordt Macau, sinds de zestiende eeuw een Portugese stad in China (geen kolonie hoor je iedereen roepen, het schiereiland was veel te klein, veel te onbetekenend om een echte kolonie te zijn), op 19 december 1999, om middernacht, een SAR: een Speciale Administratieve Regio. Macau wordt Chinees grondgebied maar "met een hoge graad van autonomie". Er is een "Basiswet" zoals in Hongkong, een mini-grondwet waarin de SAR nader wordt gedefinieerd, en in principe zou alles in de stad min of meer bij het oude moeten blijven - alleen, zonder Portugezen. De Portugese gouverneur zal in de nacht van 19 op 20 december de Portugese vlag strijken, en zijn functie overdragen aan de man die daarvoor al tien jaar lang door de Chinese overheden aangewezen is: de geziene bankier Edmund Ho, een man waarin de meeste Macauers - gelukkig - nogal wat vertrouwen lijken te hebben. Wat daarna te gebeuren staat? Er is wel wat discussie geweest over Chinese plannen om PLA-eenheden (troepen van het "volksbevrijdingsleger") in Macau te legeren na de teruggave. Dat was volgens de Portugezen tegen de afspraak, en tegelijk bleek het ook onafwendbaar, omdat het voor Peking een symbolische soevereiniteitskwestie was. Intussen zou dat garnizoen, mede door de sussende verklaringen van Edmund Ho, verkleind zijn tot minder dan duizend man. Eigenlijk hopen de Macauers dat het hulp zal brengen in de strijd tegen de triaden. En voor de rest zal er niets veranderen. Want laten we niet flauw doen: al eeuwen heeft Macau een reputatie van hier tot ginder. Ingeslapen en lethargisch, ja, maar wel een roversnest, een piratenhaven, een gokkersparadijs waar hoerenmeesters en triaden - de organisaties van de Chinese maffia - de dienst uitmaken. Nu nog, na vier jaar economische en financiële crisis, komen Chinezen uit heel Azië er gokken in één of meer van de tien casino's van Stanley Ho, of wedden op de paardenrennen van Stanley Ho, of op de hondenraces. Vanuit Hongkong, waar gokken net als in China verboden is, worden ze aangevoerd door de ferry's, de jetfoils en hovercrafts of zelfs de helikopters van Stanley Ho. Volgens de boutade van een grote Hongkongse krant zou Stanley Ho de enige zijn die echt nerveus wordt van de nakende teruggave van Macau. Want Macau is eigenlijk van hém. De nu 78-jarige Hongkongse miljardair kocht in 1961 voor 410.000 Hongkong dollars van de Portugese overheid het monopolie op georganiseerd gokken. Vorig jaar droegen zijn negen casino's (intussen is er een tiende bijgekomen) 630 miljoen HK-dollar af aan heffingen (ze betalen meer dan 35 procent belasting op hun inkomsten), wat meer dan de helft was van de overheidsinkomsten van Macau. De casino's en aanverwante (zoals hotels) zouden eenderde van de hele Macause economie vertegenwoordigen. Via zijn "firma" STDM of Sociedade de Turismo e Diversoes de Macau, alomtegenwoordig in de stad, en zijn Hongkongse Shun Tak Holdings, is Stanley Ho zo goed als eigenaar van Macau: hij controleert de verbindingen met Hongkong, heeft belangen in de tv en telecommunicatie, en zelfs in de baggerwerken voor de vaargeulen van de haven. Als er al iemand iets aan de Volksrepubliek overdraagt op 20 december, dan zal het dr. Stanley Ho zijn (geen familie van Edmond Ho trouwens), eerder dan de Portugezen. Gezien de gigantische sommen die de stad uit de casino's haalt, is iedereen er redelijk gerust op dat Peking het gokken zal blijven gedogen. Het zou wel gek zijn de gloednieuwe SAR van de ene dag op de andere in het bankroet te jagen. Maar het zou kunnen dat de nieuwe autoriteiten een beetje scheef aankijken tegen die benijdenswaardige, patriarchale, monopoliepositie die Stanley Ho in de stad inneemt, en het zou best kunnen (Edmund Ho heeft zoiets laten horen) dat het gokmonopolie een dezer jaren herzien wordt. Dat het bijvoorbeeld verdeeld wordt onder twee kandidaten, waarbij Stanley Ho dan het leeuwendeel zou krijgen, maar een ander ook iets. Daar is Stanley Ho in het geheel niet voor te vinden, en dag in dag uit waarschuwt hij in kranten voor de gevaren van zo'n regeling, voor de economie, voor de openbare orde, voor de werkgelegenheid...TRIADENOORLOGVroeger stond Hotel Lisboa ook aan de rand van het water. Het casino en Hotel Lisboa vormen het hoofdkwartier van Stanley Ho's STDM-operaties in Macau. Het is een groot complex met twee ronde barokke kitsch-torens in goud en gele steentjes - die elke Chinees als gigantische vogelkooien herkent. Het zou gewoon lelijk zijn als het daar niet te groot voor was. Het hotel is lang het grootste van de stad geweest, spelers nemen er een kamer om tussen de bedrijven in te komen uitrusten. Drommen hoertjes lopen er door de gangen op zoek naar bofkonten - vorig jaar waren het nog Russische meisjes, die op straat voor de ingang stonden, nu zijn het Chinese, uit de Volksrepubliek, en ze opereren in het hotel zelf, beschermd door hun triaden. (Ze zouden 3.000 dollar per maand aan de politie betalen.) Onder een grote ronde kroon zit het belangrijkste casino, met zijn grote zalen propvol baccarat-spelende Chinezen, met zijn VIP-kamers voor grote gokkers - de "high rollers" die met gemak een miljoen of meer per keer durven inzetten - en met zijn onvermijdelijke onderwereld van prostitutie, rackets en loan-sharks. Een VIP-room is een kamer apart die een grote gokker ter beschikking krijgt als hij bijvoorbeeld garandeert met zijn vrienden per maand wel een paar miljoen te vergokken - op de winst die het casino daarbij maakt heeft hij dan meteen een percentage. De triadenoorlog die een paar jaar geleden uitbarstte - hij lijkt nu wat geluwd te zijn - zou de controle over die VIP-kamers als inzet gehad hebben. De zaak werd uitgevochten met kidnappings en schietpartijen op straat, er vielen meer dan dertig doden in twee jaar. De reputatie van Macau kreeg er nog een knauw bij. Een loan-shark is een soort instant-woekeraar die speelzalen en VIP-rooms als werkterrein heeft: hij probeert verliezers geld te lenen om ze aan het spelen te houden. Achteraf blijkt dat geld dan met onwaarschijnlijke intresten terugbetaald te moeten worden. Wie niet kan betalen wordt gechanteerd of erger. De loan-sharks zitten in het netwerk van de triaden (een soort geheime genootschappen die in principe niet crimineel van aard hoeven te zijn maar dat in de praktijk wel allemaal zijn) en doen in principe niets illegaals: zij lenen alleen maar geld. Aangezien zij in feite ook voor het casino werken - ze doen de verliezer nog méér verliezen - worden ze ook van die kant niet gedwarsboomd. Het slachtoffer is de verliezer, én de reputatie van de stad. Maar die negatieve reputatie is opgeschroefd, om de klanten naar Hongkong te trekken, en met die rovers en piraten van de triaden valt het intussen weer best mee, als je de politie mag geloven. Coronel Manuel Geraldes van de militaire veiligheidsdiensten is er trots op dat het aantal moorden in Macau - in 1997 waren het er 29, in 1998 nog 27 - stukken onder het wereldgemiddelde ligt. "Een bendenoorlog? Welke bendenoorlog? Georganiseerde misdaad bestaat natuurlijk, maar niet alleen hier: president Jiang Zemin had het daar vorig jaar in Hongkong al over: triaden, rackets, smokkel... Maar in april 1997 is hier in Macau al een grote operatie tegen de georganiseerde misdaad van start gegaan, en mét resultaten..." Macau dat, volgens coronel Geraldes, onder "het tweede systeem" functioneert (van het ene land), dus "met mensenrechten en onafhankelijke rechtspraak en zo," heeft niets te duchten van de overgang: het politieaparaat is er volledig klaar voor, bemand en geleid door lokale mensen, die allemaal in Macau zullen blijven na de overgang. "Alleen de grote baas, een politieke functie, zal vervangen worden." Eindelijk iets stabiels in Macau, maar op de trap naar buiten vraag je hem of hij zélf blijft en verbaasd zegt hij, nee, hij gaat terug naar Lissabon. LANDWINNINGSPROJECTVroeger lag Macau aan de rand van het water, en nu niet meer. Tien jaar geleden hebben de Portugezen de stad laten kidnappen en ze hebben er niet meer naar omgezien. Terwijl ze zelf hun precieuze standbeelden en monumenten van Vasco da Gama en consorten in kratten aan het verpakken waren voor verscheping naar het moederland (gingen ze Vasco da Gama en Magellaan misschien aan de Chinezen overlaten?), waren andere krachten bezig de waterpartijen voor de kust vol te plempen en te dempen in grote landwinningsprojecten waar de STDM in zat en waar hopen geld mee gemoeid waren. En op dat gewonnen land werd zonder aarzeling een wal van goedkope flatgebouwen neergepoot, ongeveer zoals in Torremolinos of aan de slechte kanten van de Algarve, voor de Chinese immigranten die ongetwijfeld gingen komen. Aan Taipa-eiland werd op dezelfde wijze een internationale luchthaven uit het water getoverd, ten gerieve van Macause zakenlui die in de cruciale jaren die nu voorbij zijn, tussen de Hongkongse teruggave van 1997, en de Macause van nu, een poort wilden langswaar ze indien nodig konden ontkomen. Tussen Taipa en het volgende, nog grotendeels landelijke eiland, Coloane, zal de zee wellicht gedempt worden. Op Taipa wonen ondertussen de Macauers die het zich kunnen veroorloven, op Coloane staat, aan het "Zwarte Strand", een uit de kluiten gewassen rij flats volledig leeg, al jaren, en dient als opslagplaats voor de smokkelwaar van de triaden. "De toekomst van Macau had de beste kunnen zijn van alle Portugese kolonies", zegt Antonio Ng Kuok Cheong, die parlementslid is voor de oppositiegroep New Macau Association en de Unie voor ontwikkeling van democratie in Macau. "Maar nu begint men te vrezen dat het het ergste wordt, met de economie in de vernieling en het kapitaal dat massaal naar Portugal versast wordt. Eén land twee systemen wordt in de praktijk de totale onderwerping aan de centrale regering in Peking." Voor de Volksrepubliek is hij niet helemaal negatief: de SAR heeft nu eenmaal een eigen administratie, het komt erop aan die te doen werken. En misschien dat Peking de georganiseerde misdaad weet aan te pakken. Ze hebben er alleszins genoeg geheime agenten voor laten infiltreren om het leger niet nodig te hebben. Maar om iets van Peking te eisen, daar heeft Macau nu eenmaal de politieke kracht niet voor. En Ng Kuok Cheong begint de eigenheid van deze vreemde stad uit te leggen, waar zo verschillende gemeenschappen tegelijk wel en niet samen leven, waar alle straten en pleinen twee namen hebben die niet eens op elkaar lijken: een Chinese en een Portugese, en er is geen Chinees die een Portugees adres kan lezen (of die het zou weten te vinden), en omgekeerd. De Portugezen hebben de Chinezen al nooit aangemoedigd om Portugees te leren, om de eenvoudige reden dat Portugees kennen een voorwaarde was om in de administratie te kunnen werken, en de Portugezen geen Chinezen in hun administratie wilden. Ook leerden de Portugezen zelf geen Chinees. Maar omdat er een tendens tot gemengde huwelijken was, ontstond er een tussenlaag van Chinees-Portugese halfbloeden. Die vaak Chinees en een soort creools Portugees sprekende groep zou je de echte Macauers kunnen noemen. Dat zijn de mensen die na de teruggave verweesd zullen achterblijven, zonder vader of moeder, die niet naar Portugal kunnen - al zou Lissabon wel de elegantie mogen opbrengen om de Macauers die dat wensen op z'n minst een Portugees paspoort te geven - en die ook niet in China thuishoren. Zij dreigen de dupe van de historie te worden, want voor hen hebben de Portugezen in het geheel niets geregeld. Zo was er een getrapte standenmaatschappij ontstaan die tamelijk onbeweeglijk kon voortbestaan tot ze door een catastrofe werd getroffen. Die catastrofe was de Chinese Culturele Revolutie, die in '67-'68 ook in Macau de vlam in de pan deed slaan.MONUMENT VAN HET MISVERSTANDEr zijn boeken over geschreven, al zul je de Portugezen zelf er niet veel over horen uitweiden. De Portugese troepen in Macau gingen tijdens het conflict namelijk zozeer buiten hun boekje dat de Chinezen op het punt stonden hun leger Macau te laten binnentrekken. Toen is de vader van de huidige Edmund Ho, Ho Yin, als bemiddelaar opgetreden. Hij heeft de troepen van Peking buiten kunnen houden, in ruil voor de publieke verontschuldigingen van de Portugese gouverneur, aan China en aan de Chinese bevolking van Macau. Daarna moesten de pro-Taiwanese groepen en de Kuomintang uit Macau vertrekken, de kerken werden gedepolitiseerd, de vakbonden en basisgroepen werden unaniem op Peking georiënteerd. De Portugezen zouden zich na dit affront met de Chinezen van Macau niet meer bezighouden, en trokken zich terug. Ze lieten de Chinese gemeenschap de facto haar eigen boontjes doppen, en vroegen niet méér dan dat de Chinezen ten minste uit de regering weg zouden blijven. Van 1967 tot 1987 kon het Portugal niet meer schelen wat er in Macau gebeurde, en werd er ook geen Portugees aangeleerd in de scholen. De antipathie was wederzijds. Catarina Mok, lector aan de faculteit van sociale wetenschappen in Macau, beschouwt zichzelf als een Chinese sinds het Tiananmen-bloedbad van april 1989: "Wij zijn met elkaar verbonden zoals Oost- en West-Duitsland dat waren. Het kan een tijd duren vooraleer onze muur neergehaald wordt - maar Macau is hoedanook het moederland niet. Misschien dat we onze teruggave kunnen gebruiken om iets los te maken in China. We zouden het moeten proberen." Mok vertelt het verhaal anders. Sinds 1968, toen de Portugese regering zich terugtrok, geloofden de Macauers Portugal niet meer, en keken ze alleen nog naar China. Alle organisaties werden pro-Peking en er was geen Chinees die zich aan de Portugezen nog iets gelegen liet. Na de staatsgreep van 25 april 1974 - de Anjerrevolutie - heeft Lissabon de Volksrepubliek Macau nog aangeboden, maar Peking heeft dat toen geweigerd - voorlopig. In 1987 is er dan voor het eerst een nieuw systeem ingesteld, waarbij privé-scholen in Macau subsidies konden krijgen op voorwaarde dat ze Portugese lessen organiseerden - wat die scholen dan van harte weigerden. Te weinig, te laat. Lissabon, dat ondertussen de einddatum wel voor ogen zal hebben gehad, is dan na vier eeuwen toch overgegaan tot het opleiden van een Portugeessprekende Chinese middenlaag die de administratie kon bevolken. De Portugezen in Macao die daarover iets kwijt willen (bijvoorbeeld omdat ze Portugese les geven, zoals Paula Cleto) zwaaien graag met cijfers: zevenduizend studenten heeft ze ooit gehad, maar ze moet toegeven dat tegenwoordig cursussen opgedoekt worden bij gebrek aan leerlingen. De Portugezen, zegt bijna iedereen, hebben nooit iets voor Macao gedaan of voor de mensen van Macao. Ze hadden zoveel goeds kunnen doen voor de Macauers, maar ze hebben er niets voor gedaan. Het resultaat is dat de Macauers en de Chinezen op straat het verdommen om Portugees te spreken. Als ze een vreemde taal hanteren, dan Engels. En wat ze bijna allemaal irritant vinden, is die plotselinge ijver waarmee de stad nu met Portugese aspecten opgesierd wordt. De klassieke Portugese gebouwen als de Leal Senado (het parlementsgebouw) en de Club Militar die gerestaureerd en geschilderd worden. De monumenten die her en der neergepoot worden als herinnering aan de Luso-Chinese vriendschap, de dure fonteinen overal, het reusachtige, onbegrijpelijke monument voor Portugees-Chinese verstandhouding, in de volksmond het monument van het misverstand genaamd, waar nu al marmeren platen uit naar beneden vallen. Of het grote, hypermoderne Cultureel Centrum dat pas af is, en waarvoor men helaas nog geen cultuur gevonden heeft. Boze Macauers doen het allemaal af als zakkenvullerij en vriendjespolitiek (alles is ontworpen door Portugese architecten, gebouwd door Portugese firma's, zonder dat er openbare aanbestedingen aan te pas kwamen, zonder dat trouwens iemand om zo'n dure fontein gevraagd had). Terwijl de Portugezen politiek, economisch en op alle vlakken waar verantwoordelijkheid te dragen viel, al lang vertrokken waren. En volgend jaar, na drie seizoenen van het verwoestende Macause klimaat, zullen de fonteinen stilgevallen zijn, zal het verrottings- en verpulveringsproces van de monumenten begonnen zijn, zullen de typisch Portugese gebouwen niet meer herschilderd worden, zullen de Portugezen naar Portugal vertrokken zijn, zullen de Macauers en de Chinezen hun al te laat aangeleerde Portugees beginnen te vergeten. Er zit een soort poëtische rechtvaardigheid in: meer dan vier eeuwen lang heeft Portugal een uniek, strategisch venster op het enorme Chinese rijk bezet, en het heeft daar in het geheel niets mee gedaan. Twintig jaar geleden was er met moeite een middelbare school in Macau, en zeker geen universiteit. Nu, na vier eeuwen Portugese aanwezigheid in China, is er nog steeds geen faculteit sinologie aan enige Portugese universiteit, en kan men in Lissabon alleen Chinees leren in het restaurant, of met een Teach Yourself-boek. En in de Club Militar geven Portugese dames interviews weg, en zeggen dat de Portugese kolonisatie zo goed was, dat Macau niet meer stinkt, dat het tenslotte normaal is dat de Chinezen geen Portugees paspoort kregen, aangezien ze "de taal niet spreken". Ze menen het, de dames. Macau is dood. De Portugezen zijn er nooit geweest. Al de tijd van vier eeuwen is verloren, verspeeld als zoveel fortuinen in de casino's van Stanley Ho. Foto's Maria FialhoSus van Elzen