Wiens idee het was weten wij nog altijd niet, en de kans dat het initiatief in de toekomst herhaald zal worden is miniem, maar onlangs had de beruchte Knack-redactievergadering niet plaats in ons fraaie kantoorpand op de Tervurenlaan, maar in het moederhuis van de Roularta Media Group in Roeselare.
...

Wiens idee het was weten wij nog altijd niet, en de kans dat het initiatief in de toekomst herhaald zal worden is miniem, maar onlangs had de beruchte Knack-redactievergadering niet plaats in ons fraaie kantoorpand op de Tervurenlaan, maar in het moederhuis van de Roularta Media Group in Roeselare. Een beetje onwennig stapten wij het imposante gebouw aldaar binnen, achter de brede rug van onze chef-economie, die als woordvoerder was aangewezen omdat hij het meest van ons allen in contact komt met het gewone volk. Onze chef-economie verhuurt ceremonieduiven bij trouwfeesten en gouden jubileums.Despiegelaere gooide de glazen inkomdeur open, grabbelde in de hall de eerste de beste autochtoon bij de kraag, en sprak, enigszins uit de hoogte: "Dag vriend. Wij zijn vanuit het binnenland naar deze negorij gereisd, wij hebben net in uw sympathieke dorp een kop koffie gedronken, en thans wensen we een vergadering te houden met uw hoogste patron. Wil zo goed zijn ons bij hem te brengen."Dat was niet nodig, de man was zelf de hoogste patron. Hij keek ons een poosje misprijzend aan, vestigde met een barse hoofdknik de aandacht op het rookverbod, rukte de sigaar van tussen de tanden van onze chef-economie en mikte ze feilloos in een zandemmer, en kortte vervolgens de rubriek Economie met drie bladzijden in. Aangezien onze chef-Wetstraat kort voordien hetzelfde had gedaan, moet Guido Despiegelaere voortaan elke week min twee pagina's vullen. Deze binnenkomst was de laatste uiting van arrogantie, die vanwege de redacteurs van Knack werd waargenomen. Al zorgde onze chef-wetenschappen, die zijn verleden als antropoloog moeilijk kan verbergen, voor opschudding door links en rechts eens op een schedel te gaan kloppen, of een borstomtrek op te meten. Wat bij de dames van de dienst "Planning" tot een bizar misverstand leidde.Het bedrijfsbezoek, waarmee de dag werd ingezet, heeft een verpletterende indruk gemaakt op de cheffen en redacteurs van uw blad. De rondgang werd geleid door Noël Van de Walle, drijvende kracht van onze drukkerij, de man zonder wiens onverdroten inzet u dit blad niet in handen zou hebben. Bovenaan op ons verlanglijstje prijkte een bezoek aan de afdeling "Eindejaarspremies". Onze chef-economie had speciaal zijn tafels van logaritmen meegebracht, om ze daar eens aan het verstand te brengen hoe je, mits toepassing van een paar minder gangbare formules, vertrekkend van dezelfde cijfers toch een heel andere uitkomst kan bereiken. Helaas bleek de dienst "Eindejaarspremies" jaren geleden te zijn afgeschaft. In het spoor van Van de Walle, draafden wij dan maar van lieverlee de hele productieketen langs. Noël, van wie wij gaandeweg de indruk kregen dat hij al die computers en machines zelf ontworpen en ineengetimmerd had, keek hier op een metertje, trok daar aan een hendeltje, drukte net op tijd op een rode knop en daarna op een groene, draaide links een bout wat vaster en rechts een schroef wat losser, en terwijl hij ons ondertussen probeerde diets te maken waarvoor al die schermen en persen dienden, spoten de katernen ons van alle kanten om de oren. Op dat moment waren de meesten van ons al bleek uitgeslagen. Want niet zodra waren wij de eerste gang van het Roulartacomplex binnengestapt, of wij dienden ons verschrikt tegen de muur te drukken. Zelfs onze chef-buitenland, die nochtans vaak in lagelonenlanden reist, riep vertwijfeld uit: "Wat gebeurt hier!?" Mensen renden het ene bureau in en het andere uit, bevelen werden van hot naar her geschreeuwd, vaten inkt kwamen met een onheilspellende vaart vanuit de opslagplaats naar de drukpersen rollen, riemen papier werden af en aan gesjouwd, houten paletten zoefden van achteren naar voren en weer terug, en heftrucks raasden elkaar met duizelingwekkende snelheden voorbij.En dat gebeurt daar dus in het hele bedrijf. De mensen in Roeselare - het was tot onze verrassing dat wij het vernamen - werken meer dan acht uur per dag, en hun middagpauze duurt minder dan een uur. Op Knack is het omgekeerd. Onze hoofdredacteurs omzeilden handig deze schrijnende ongelijkheid door, desgevraagd, op luchtige toon te antwoorden: "Ach, wij journalisten hebben geen uren." Als men dat met het juiste debiet van gezucht ondersteunt, zal iedereen begrijpen: "Geen maximum aantal uren." Daar waar het in werkelijkheid betekent: geen minimum. Een glimlachje om Roeselaarse lippen, dat men licht als spottend had kunnen interpreteren, zorgde voor enige onzekerheid in ons gezelschap. En dus schuifelden wij maar snel weer verder, door steeds andere lokalen die gonsden van de activiteit. En tucht dat daar heerst, tucht! De meesten keken niet eens op van hun werk, toen het kakelbonte gezelschap van vijfentwintig Knackredacteurs hen een beetje gegeneerd passeerde. Niemand van ons durfde het aan het voorbeeld te volgen van onze chef-cultuur, die bij het betreden van de sectie "Opmaak", met uitgestoken hand op de zwoegende en zwetende arbeidsters toestapte met de woorden: "Dag juffrouwkes, ik ben de chef-cultuur." Dat viel slecht. Braet deed er nadien het zwijgen toe. En dat deden de anderen ook. Tenzij bij de desk waar Trends wordt ingevormd, en waar onze chef-boeken er stiekem in slaagde enkele wijzigingen aan te brengen in het hoofdartikel van Frans Crols. De lezers van Trends keken vreemd op toen Frans er in het volgende nummer voor pleitte om 's lands bestuur in handen te geven van de Waalse socialistische vakbond. De gebruikelijke ruzie laaide pas op aan de cola-automaat, waar de frisdranken vijf frank goedkoper bleken te zijn dan bij Jos Grobben, uitbater van de cola-automaat in ons kantoor. Voor zover wij konden opmaken, staat er in Roeselare ook geen biljart. Evenmin zijn er chambrettes om na een zware lunch een uiltje te knappen tot het weer tijd is om naar huis te gaan. Doodop en totaal ontmoedigd zijn wij die middag terug naar Brussel gekeerd. Hoe is het toch mogelijk dat mensen zo hard kunnen werken? Koen Meulenaere