De staatssecretaris beloofde Zaïre steun, maar legde toch geen liefdesverklaringen af : Reginald Moreels in de slangenkuil.
...

De staatssecretaris beloofde Zaïre steun, maar legde toch geen liefdesverklaringen af : Reginald Moreels in de slangenkuil.EEN BERICHT UIT ZAIREHET BEWIJS DAT staatssecretaris voor Ontwikkelingssamenwerking Reginald Moreels (CVP) een taaie was, moest niet meer geleverd worden. Zijn optreden in het Abos-dossier en voordien bij Artsen zonder Grenzen waren op dat punt verhelderend. Twijfel bestond er nog wel over zijn politiek talent. Zou hij er als neofiet in slagen om de vele valkuilen van zoveel gehaaider en beter getrainde collega's uit de binnenlandse of de internationale politiek te ontwijken zonder dat hij zichzelf verloochende ? ?Ik ben toch niet in de politiek gestapt om aan liefdadigheid te doen,? zei hij onlangs en het leek alsof hij zichzelf wou overtuigen. Moreels trok dus naar de evenaar en uitgerekend naar Zaïre, misschien wel de ergste slangenkuil, waarin een Belgisch politicus zich tegenwoordig kan wagen. Welnu, de staatssecretaris ging er niet op zijn bek. Ondanks de tropenzon en de broeierige sfeer vergaloppeerde hij zich niet met liefdesverklaringen aan het land en zijn leiders. Op geen enkel moment week hij af van de vooraf uitgestippelde marsrichting : steun aan het democratiseringsproces en humanitaire hulp die militair begeleid wordt. Daarom bezocht hij tegen het advies van de diplomaten in toch Kisangani. De stad ligt nog niet in de vuurlinie, maar ze is al in de greep van de chaos en op haar beurt dreigt ze het slachtoffer van plunderende benden te worden. In het vliegtuig, op de terugtocht naar Kinshasa, maakt Moreels een voorlopige balans op. ?Meer dan ooit ben ik nu overtuigd dat er beveiligde humanitaire bases moeten komen. Ik neem het niet dat sommige vluchtelingen wel geholpen worden, terwijl anderen systematisch aan hun lot worden overgelaten. Dat is geen objectieve politiek.? Het klinkt zakelijk, haast als een medische diagnose waartegen geen tegenspraak mogelijk is. Moreels wil het trouwens niet bij woorden laten. ?Als de VS niet meewillen, moeten Europa en de Afrikaanse landen zelf het initiatief nemen. Dat kan, op basis van de VN-resoluties 10/8 en 1080. Morgen vraag ik premier Jean-Luc Dehaene (CVP) en minister van Buitenlandse Zaken Erik Derycke (SP) dat ze hun Europese collega's mobiliseren.? De zesdaagse van Moreels was het eerste bezoek van een Belgisch regeringslid aan Zaïre sinds 1990. In dat jaar vond het ?bloedbad? van Lubumbashi plaats en onder invloed van de Vlaamse socialisten op Buitenlandse Zaken maakte België van dit gebeuren een incident. Dat was heel ongewoon en het verstoorde president Mobutu Sese Seko dermate dat hij de bruggen met België zo goed als opblies. De linkervleugel in de regering was daar niet rouwig om en vier jaar lang keek Brussel ongeïnteresseerd en niet zonder leedvermaak toe hoe Zaïre steeds dieper in het moeras wegzonk. Twee jaar geleden kwam er een kentering. Vooral onder impuls van voormalig CVP-voorzitter Johan Van Hecke werd het Zaïredossier van onder het stof gehaald. Die lijn wordt onder Moreels verdergezet en omdat voogdijminister Dehaene laat begaan, kon de staatssecretaris op officieel bezoek naar Kinshasa vertrekken. Hij kreeg echter wel een waakhond mee. Behalve kabinetschef Dominique Struye, tot voor kort de Europese sjerpa van de premier, reisde ook Jan De Bock af. De kabinetschef van Derycke betrad voor het eerst de Zaïrese bodem. TERMINALE STAAT.Het Zaïre van 1996 verschilt grondig van dat van 1990. Niet zozeer omdat er nu een ontwerp van democratische grondwet bestaat en er misschien minder dictatuur en corruptie is, maar wel omdat de bevolking na het verlies van zowat alle illusies uit de vorige decennia, de veerkracht vond om zichzelf te redden. Van de opgeklopte miljardendromen uit het verleden blijven niet veel meer over dan betonnen karkassen en gigantische schulden. De president-fondateur zelf die tot voor kort alle touwtjes in handen had , blijkt nog slechts een schim van een maarschalk. Even ziek als zijn leger en alles wat welvoeglijk ?het staatsapparaat? wordt genoemd. Het spoor, de post, de gezondheidszorg en alle andere diensten die een overheid die zichzelf enigszins respecteert aanbiedt, liggen er uitgeteld bij. Evenzo de Zaïrese munt : voor één Belgische frank moet je nu al 3.000 zaïre neertellen. Ondanks al die tegenspoed, ondanks al de rooftochten van een terminale staat en het bijna totaal ontbreken van alle buitenlandse hulp, overleefde de Zaïrese bevolking. Dat heeft ze alleen aan zichzelf te danken : aan haar creativiteit, vitaliteit en ondernemingszin. ?Waarom blijven de Belgen zo passief ? Er zijn hier nog zaken te doen waar zowel België als Zaïre beter kunnen van worden. Ook vandaag blijven de diamant en de mijnbouw belangrijk voor de Belgische economie. We begrijpen jullie desinteresse niet. Canadese, Australische en Japanse groepen maken zich klaar om investeringen uit te voeren die de Belgische ondernemingen uit alle strategische bedrijfstakken zullen wegmanoeuvreren.? Soortgelijke pleidooien kan je in Zaïrese regeringskringen, bij Belgische coöperanten en zakenlui, maar even goed bij de oppositiepartij UDPS van Etienne Tshisekedi horen. Eén van zijn naaste medewerkers, Marcel-Laurent Mbayo, schudt onbegrijpend het hoofd als hij het over de Belgische Zaïrepolitiek heeft. Tshisekedi en zijn partij zijn nog steeds meer dan ooit ? incontournable. Ze hebben een machtspositie in het overgangsparlement, kunnen veel volk op de been brengen en beschikken over een populair, nationaal boegbeeld. Hoewel het Westen en de Belgische diplomatie er hun twijfels over hebben, lijkt de UDPS bekwaam om een harde confrontatie met de regering- Kengo wa Dondo uit te lokken. Tot dusver gebeurde dat niet en dat zou wel eens een bewijs van politieke wijsheid kunnen zijn. ?We willen geen revolutie,? zegt Sylvain Kamani, fractieleider van de UDPS in het parlement. ?We willen met legale middelen regeringsverantwoordelijkheid krijgen om vervolgens een rechtsstaat gestalte te geven. Elke andere aanpak zou een bloedbad tot gevolg hebben. Daarom wil Tshesekedi een verzoening met de president.? De Zaïrezen hebben het verrassende ziekenbezoek van Tshisekedi aan Mobutu alleszins niet kwalijk genomen. Zijn terugkeer uit Frankrijk was een reden tot feest en vele tienduizenden de kranten van de UDPS hadden het over een miljoen mensen stonden hem bij zijn terugkeer in de hoofdstad op te wachten. Op hetzelfde ogenblik ontving premier Kengo zijn Belgische gast en na afloop van de ontmoeting stond hij de verzamelde Belgische en Zaïrese pers te woord. ?Het interesseert me niet wat er op straat gebeurt. Ik heb er trouwens geen tijd voor, want ik hou me met de echte problemen bezig.? Meer woorden wou Kengo op de trappen van de Primature aan de volkstoeloop niet vuil maken. Dit was voor hem geen gespreksthema en met een ?in moeilijke omstandigheden kent men zijn ware vrienden? zette de premier een punt achter de persbabbel. Hij nam met een hartelijke handdruk afscheid van Moreels en stoof vervolgens in zijn zwarte Mercedes (nummerplaat KN 3393W) weg. Op de eerste dag van zijn officieel bezoek al bevond Moreels zich met beide voeten in het Zaïrese wespennest. Omdat Kinshasa op zijn kop stond en er op vele plaatsen geen doorkomen aan was, maar ook omwille van het veiligheidsrisico, moest het programma van Moreels die dag node worden ingekort. Ondanks de enorme opkomst waren er nauwelijks incidenten. De sfeer was uitgelaten en als er hatelijkheden werden geroepen, waren ze niet voor Mobutu bestemd, wel voor Kengo, de man van het Westen en de blanken. Belgische journalisten die in de massa strandden, moesten bij momenten kunstgrepen uithalen om niet in een kluwen verzeild te raken waar ze averij riskeerden. Tussen de vele tienduizenden waren er nogal wat jonge heethoofden die de ?handlangers van Kengo? graag een lesje hadden geleerd. Dat het niet zover kwam, mag op rekening van de kaders van het UDPS worden geschreven. Telkens als de zaken uit de hand dreigden te lopen, doken wijze mannen op die de gemoederen tot bedaren brachten. MIRAKEL.Twintig jaar werkte Jan Van Mullem als dokter in Zaïre, waar hij in de Equateur mee het succesrijke ontwikkelingsproject CDI-Bwamanda hielp opstarten. Ook voor hem blijft het een mysterie dat Zaïre er nog niet erger aan toe is. ?De overheid laat het compleet afweten, de staat is bankroet, de ambtenaren worden niet betaald en de economie zit compleet aan de grond. Toch slaagt de bevolking erin om te overleven. Het is een onverklaarbaar mysterie.? Het Zaïrees verval oogt inderdaad totaal. Bedrijven liggen er als schroothopen bij, de wegen zijn kapot gereden en in zowat alle gebouwen, zeker die van de overheid, treft de bezoeker een complete verloedering aan. Alleen in de luxehotels van Kinshasa wordt de ellende gecamoufleerd. Zo gauw je echter een voet buiten zet, zit je in de grauwe derde wereld met kinderen die sigaretten, drank of bananen proberen te slijten. De luchthaven N'Djili lijdt onder een chronische overrompeling, als je niet oplet, worden om de vijf stappen je schoenen gepoetst. Zo proberen mensen een maaltijd bij elkaar te sjacheren. Simpel is dat niet. Veel toeristen komen er in N'Djili niet meer toe en opmerkelijk genoeg luisteren de militairen rond de luchthaven er nog naar de instructies van hogerhand. Als het jonge volk zich te opdringerig gedraagt, grijpen ze naar de zweep. Alle normen die voor een ordentelijke economie en een ietwat decent sociaal systeem gelden, blijken in Zaïre totaal irrelevant. De werkloosheid, bijvoorbeeld. Volgens Mazikwisha Meni, een dokter die in opdracht van de sociale partners en op vraag van de regering aan een rapport over de armoede werkt, is ruim 90 procent van de bevolking van Kinshasa werkloos. ?Ik zeg dat met het nodige voorbehoud, want het zou best kunnen dat 95 procent zonder baan zit. Vooral sinds de gebeurtenissen van 1991 is de situatie dramatisch verslechterd.? In oktober van dat jaar werden Kinshasa en vele andere steden van het land grondig geplunderd. Zowat alle warenhuizen en benzinestations van de hoofdstad werden leeggehaald en de concessiehouders van de grote automerken waren al hun wagens, inclusief de onderdelen, kwijt. Zowat dertig tot veertig procent van alle ondernemingen kwam aldus op inactief te staan. Voor de muiterij bevonden zich naar schatting 12.500 Belgen in Zaïre. Vandaag zijn het er niet eens 3.000, de meesten onder hen zijn bejaarde geestelijken. Toch gonst het ook vandaag in heel Kinshasa en voorsteden van de drukke commerciële activiteiten. Op bijna iedere straathoek en elk plein drijft de lokale bevolking de meest onwaarschijnlijke handeltjes. Hout, tomaten, bonen, maniokbladeren en voorts alles wat niet te heet of te zwaar is , wordt te koop aangeboden. Meestal tot laat in de avond, zoals in de Matongewijk waar je tot diep in de nacht over de koppen kunt lopen. Gilbert Kasula behoort tot de happy few met een echte job. Hij is chauffeur wordt bovendien regelmatig betaald. Maar ook hij kan slechts overleven omdat zijn vrouw elke dag naar de markt trekt. ?Ik huur een huisje met twee kamers, waar ik maandelijks dertig dollar voor betaal. Zelf word ik echter in zaïres vergoed en die verliezen elke dag aan waarde. De handeltjes van mijn vrouw laten me toe om mijn vijf kinderen toch eenmaal per dag eten te geven.? Naar Zaïrese normen is dat een mooi gemiddelde. Vele gezinnen halen slechts één maaltijd om de twee dagen. Zowat iedereen in Zaïre die een lapje grond bezit en niet tot de upperclass behoort, is met een groententuin begonnen. Een pure overlevingseconomie, maar voorlopig helpt het zeker in een land dat geen winters kent en waar er dus permanent geoogst kan worden. Zaïre bezit nog slechts de uiterlijke kenmerken van een staat een vlag, een president en geüniformeerden die de bevolking veeleer terroriseren dan beschermen. Dat speelt zelfs de bankiers parten. Bij herhaling vallen ze uit hun rol. In aanwezigheid van Moreels hield, bijvoorbeeld, Lengena Dauli, afgevaardigd bestuurder van de grootste Zaïrese bank (BOZ) en niet toevallig een dicht familielid van premier Kengo, een fors pleidooi voor meer fiscale inkomsten. ?Op dit ogenblik bedragen die slechts vijf procent van het BBP en dat is absoluut onvoldoende.? Minder ongewoon is dat Lengena hoopt dat er eindelijk iets aan de waanzinnige inflatie kan gebeuren. Vorig jaar bedroeg ze ?slechts? 450 procent, maar alles wijst erop dat ze de volgende maanden zal verdubbelen, onder meer omwille van de oorlog in de Kivustreek. FANTOOM.In Kinshasa zelf is de oorlog in het Oosten van het land nauwelijks meer dan een fantoom. Hij duikt op in de krantenkoppen, in de verklaringen van regeringsleden en de replieken van de oppositie. Voorlopig is het nog een abstract verhaal dat iedereen naar believen kan invullen en bijkleuren. De oorlog voedt zelfs een nieuwsoortig Zaïrees nationalisme en haatcampagnes tegen Rwandese zakenlui. Gedroomde brandstof dus voor politieke, zakelijke en ethnische afrekeningen. Het bracht de studenten al op straat en betekende, voor zover dat nog kon, een nieuwe ontluistering van alles wat met de staat en het regime heeft te maken. Voor de mensen van Kinshasa is dit bijna een buitenlands conflict, want op meer dan 1.500 kilometer afstand. Zelfs in het troosteloze Kisangani is het, ondanks het stijgend aantal groene en rode baretten van de elitetroepen, nog altijd een schimmenoorlog met vechtende partijen die de directe confrontatie zoveel mogelijk proberen te vermijden. ?Wat het hier zo gevaarlijk maakt, is dat je nooit weet met wie je te maken hebt. Er wordt geschoten en geplunderd maar je weet nooit door wie.? Dat zegt Pierre Lommel, een pater die al in 1957 uit Vlaanderen vertrok en er nog altijd niet aan denkt om Zaïre te verlaten. Bijna alle paters en religieuzen nemen hetzelfde standpunt in. ?We kunnen het werk en de collega's niet in de steek laten,? luidt het onveranderlijk. Tot dusver werd Kisangani met zijn bij de 350.000 inwoners nog niet overspoeld door de vluchtelingen. Hun aantal neemt echter toe, gemiddeld zijn het er nu zestig per dag. Sommigen hebben honderden kilometer te voet afgelegd en overleefden met water uit de rivieren, en met bananen en ander voedsel uit het woud. Eén onder hen was de Belgische leraar Georges Ostoya-Balicki die met zijn Zaïrese vrouw op 1 november Goma ontvluchtte en Moreels en de Belgische ambassadeur Han Van Dessel uitgemergeld in Kisangani stond op te wachten. ?Dertig jaar ben ik in Zaïre en nu ben ik alles kwijt. Ze hebben mijn paspoort en mijn laatste geld afgepakt. Ik had echter geluk, ik heb het overleefd.? Echt evident was dat inderdaad niet. Meer dan twintig keer werd Ostaya-Balicki op zijn mars van meer dan vijfhonderd kilometer tegengehouden, uitgeschud en afgedreigd. ?Eén keer schoten de rebellen een kogel langs mijn slaap. Ze waren boos omdat ik hen geen tien dollar meer kon geven.? Rond de luchthaven van Kisangani posteerden zondag een tweehonderd Zaïrese soldaten, klaar om naar het ?front? te trekken. Dat bevindt zich volgens sommige vluchtelingen al op minder dan driehonderd kilometer. Het beeld alleen al van de lamlendige troep spreekt voor zich. Als deze soldateska de rebellen kan verdrijven en overwinnen, wordt er in de brousse van Oost-Zaïre een nieuw militair epos geschreven. Als het niet gebeurt, dreigt ook Kisangani in de handen van Laurent Kabila te vallen. De lichtzinnige politieke elite van Kinshasa begint stilaan nattigheid te voelen. Zeker sinds de Amerikaanse ambassadeur Daniel Howard Simpson het kruim van de Zaïrese journalisten verklaarde dat de VS hun lepel meer dan vol hebben van Zaïre. ?Het interesseert ons niet meer. U doet maar. Zaïre is voor ons niet langer van strategisch belang. Wij zijn alleen nog geïnteresseerd in landen waar orde, stabiliteit en discipline heerst.? De kranten smeerden het nieuws breed op hun voorpagina's uit. Er was niet naast te kijken. Toch heeft 99,99 procent van de bevolking er geen weet van. Een krant kost tenslotte 70.000 zaïre, dat is even veel als het maandloon van een dokter en meer dan het dubbele van een leraarswedde. Paul Goossens Staatssecretaris Reginald Moreels : Dit is geen objectieve politiek. Kengo wa Dondo : Het interesseert me niet wat er op straat gebeurt. Het bezoek van Tshisekedi aan Mobutu : kiezen tussen verzoening of een bloedbad.