In opdracht van Knack en VTM peilde het studiebureau MAS van eind februari tot begin maart bij een representatief staal van 750 Vlamingen naar de politieke actualiteit. Zij gaven de regering-Verhofstadt een prima rapport. Het paars-groene verbond heeft in zijn eerste jaar veel krediet kunnen opbouwen. Niet dat iedereen de regering even goed vindt, maar de uitgesproken tegenstanders vormen een kleine minderheid.
...

In opdracht van Knack en VTM peilde het studiebureau MAS van eind februari tot begin maart bij een representatief staal van 750 Vlamingen naar de politieke actualiteit. Zij gaven de regering-Verhofstadt een prima rapport. Het paars-groene verbond heeft in zijn eerste jaar veel krediet kunnen opbouwen. Niet dat iedereen de regering even goed vindt, maar de uitgesproken tegenstanders vormen een kleine minderheid.Veel talrijker zijn dus de voorstanders. Er zijn fervente fans (6% vindt het beleid 'zeer goed') en grote groepen min of meer latente supporters. Een op de drie (36%) zegt dat de regering het goed doet, nog eens eenderde (34%) houdt het op 'min of meer goed'. In vergelijking daarmee stellen de critici weinig voor (9 % oordeelt 'slecht', amper 2% 'zeer slecht'). Dat de achterban van de meerderheidspartijen applaudisseert, verwondert natuurlijk niet. Laaiend enthousiasme is er bij de VLD-kiezer (13% zeer goed, 47% goed, 24% min of meer goed). De achterban van Agalev en vooral de SP bewaart iets meer reserve. De SP-achterban geeft het vaakst 'weet niet' (13 %) als antwoord. Niet eens de helft van de SP-achterban vindt het beleid 'zeer goed' of 'goed' (samen 46%), eenderde (33%) 'min of meer goed'. Komt dat misschien door de geringe herkenbaarheid van een aantal van haar ministers (zie verder)? Klinkt dat koel voor het publiek van een meerderheidspartij, de beoordeling door de kiezers van de oppositiepartijen is dan weer ongewoon warm. Vooral de CVP-achterban verrast: 3% vindt dat paars het 'zeer goed' doet, 41% - en dat getal is vergelijkbaar met Agalev of de SP - oordeelt 'goed'. Nog eens 35 % houdt het bij een neutraler maar daarom niet onvriendelijk 'min of meer goed'. Terwijl een negatieve beoordeling van paars de boventoon voert in alle interviews met CVP-kopstukken, op de CVP-website of in de parlementaire interventies van de CVP-verkozenen, treedt slechts een minderheid van de CVP-kiezers die beoordeling bij: 10% geeft Verhofstadt een gewone onvoldoende, 2% vindt deze regering 'helemaal niet goed'. Zelfs bij het Vlaams Blok, toch een partij waarvan de kiezers niet meteen de handen op elkaar krijgen voor het gevoerde beleid, klinkt een ongewoon milde beoordeling door. Hier vindt een kwart paars 'niet goed (26%), en nog eens een op de tien 'helemaal niet goed' (11%). Maar daarmee zijn ze met niet zo verschrikkelijk veel meer dan de Vlaams Blok-kiezers die het nieuwe beleid 'zeer goed' (7%) of 'goed' (22%) vinden. En nog eens een kwart (24%) houdt het bij 'min-of-meer goed'. Algemeen of overtuigend kun je dus het ongenoegen van de achterban van de oppositiepartijen bezwaarlijk noemen.VAGE GEVOELENSDe Vlamingen spreken dan wel hun steun uit aan de regering-Verhofstadt, maar een grote meerderheid heeft geen flauw benul welke partijen of politici betrokken zijn bij paars. Op de vraag naar de samenstelling van de federale regering was 6,4% in staat alle zes partijen op te sommen, de Franstaligen inbegrepen. Nog eens 16,6% kende de Vlaamse inbreng, en 6,8% verwarde met de Vlaamse regering en gaf ook de VU een federale plaats. Maar goed, die drie groepen van respondenten weten nog min of meer waarover het gaat. Samen vormen zij de 29,6 % die de regering 'kent'. Daarmee zijn ze met net zoveel als de Vlamingen (ook 29%) die nog altijd niet weten dat de CVP oppositie voert en de christen-democraten vlotjes in de regering plaatsen. En in wat voor 'coalities' dan. In totaal verzonnen de 750 respondenten niet minder dan 98 verschillende antwoorden op de vraag naar de samenstelling van de coalitie. Niet minder dan twaalf respondenten (samen staan ze voor 1,6%) denken dat paars een mengeling is van oranje, blauw en groen, dus een CVP-VLD-Agalev-regering. Dat is al minder dwaas dan een verbond VLD-Vlaams Blok-VU-Agalev (het idee van twee personen), of de toch licht fantaisistische combinatie SP-PS-VLD-PvdA-Ecolo-PRL-VU-Agalev. Dat tien mensen (1,3%) antwoordden met CVP-SP-VLD-Vlaams Blok-VU-Agalev, doet vermoeden dat zij het verschil niet kennen tussen parlement en regering. Let wel: dit soort regeringen wordt bedacht door een kleine zestig procent van de respondenten. Als het land dus 'de regering' steunt, lijkt dat toch veeleer op basis van een algemeen gevoel dan van concrete kennis. KWISJESPersonen, zo zou je denken, zijn veel herkenbaarder dan anonieme partijen. Maar zelfs de kennis over individuele politici is bijzonder gering, zo blijkt uit deze enquête. De vraag om op iedere minister de juiste titel te plakken, bleek vrijwel onoplosbaar. Minder dan één procent antwoordde foutloos. Slechts twee politici zijn in hun politieke functie bij meer dan de helft van de respondenten bekend. Acht op de tien Vlamingen (83%) weet dat Guy Verhofstadt de eerste minister is, zes op de tien (65,9%) herkent in Marc Verwilghen de minister van Justitie. De anderen? Het is toch geen IQ-kwis, niet? Vier ministers doen bij de modale Vlaming nog een klein belletje rinkelen. Een op de drie kent Magda Aelvoet (34,4 %) als minister van Volksgezondheid. Een even grote groep weet dat Patrick Dewael (30,1%) de Vlaamse minister-president is. Met die (te) geringe naambekendheid treedt de actuele Vlaamse regeringsleider helemaal in de voetsporen van zijn illustere voorganger. Verder kent een op de vier Frank Vandenbroucke (27,3 %) als minister van Sociale Zaken en Jaak Gabriëls (27,3 %) als minister van Landbouw. De rest van het eerste paars-groene kabinet is alleen bekend bij een politiek geïnteresseerde incrowd. Minister van Ambtenarenzaken Luc Van den Bossche (10,8 %), minister van Telecommunicatie, Overheidsbedrijven en Participaties Rik Daems (10,0 %) of staatssecretaris voor Buitenlandse Handel Pierre Chevalier (8,8 %) kunnen nog inroepen dat ze technische departementen beheren die het grote publiek zelden boeien. Minister van Begroting en Maatschappelijke Integratie Johan Vande Lanotte (8,8 %) kan dat niet. Wel weet nog eens 6,4% dat hij vice-premier is. En, wellicht ook wegens de rel met de Antwerpse asielcentra, associëren velen (9,5%) hem nog altijd met Binnenlandse Zaken. Staatssecretaris voor Ontwikkelingssamenwerking Eddy Boutmans (5,2%) heeft geen excuus. Meer dan een kwart (27,2%) 'kent die persoon niet' - laat staan dat zijn functie hen iets zegt. Ook de eigen achterban heeft vaak geen idee van wat 'hun' ministers uitspoken. Dat geldt in de eerste plaats voor de SP. Socialistische ministers zijn bij de eigen kiezers nog slechter bekend dan bij het publiek van de concurrentie. Amper 5,5% van de mensen die zeggen dat ze SP stemmen, weet wat Luc Van den Bossche doet. Slechts 3,6% - versta: amper 2 respondenten op de 55 die zich tot de SP bekennen - situeert Johan Vande Lanotte goed. Zelfs de relatief bekende Frank Vandenbroucke doet in zijn eigen achterban slechts bij 21,8% het juiste belletje rinkelen. Ook bij het publiek van andere regeringspartijen is de onwetendheid soms groot. Geen tien procent (9,7%) van de Agalev-kiezers weet wat Eddy Boutmans doet. Amper tien procent van de VLD-kiezers heeft een idee van de bezigheden van Rik Daems (11,8%) of Pierre Chevalier (10,2%). Die al te geringe kennis van het politieke bestel wekt hier en daar misschien een meewarig lachje op, het is wel een vaststelling met een grote politieke relevantie. Het betekent in de eerste plaats dat de sympathie of antipathie van de kiezer met het beleid steeds minder steunt op feitelijke kennis over dat beleid. Hoe zouden die kiezers daar trouwens rekening mee kunnen houden? Als hun pensioen (of dat van hun ouders) verhoogt, weten ze niet eens wie de bevoegde minister voor dat beleid is, of welke regeringspartijen dat mogelijk hebben gemaakt, en ze vermoeden wellicht evenmin aan welke partij die minister gehorig is (al werd daar niet uitdrukkelijk naar gepeild). Als elders op deze pagina's blijkt dat een ruim deel van de CVP-kiezers van oordeel is dat de regering-Verhofstadt het niet minder goed doet dan die van Dehaene, welke relevantie krijgt die uitspraak dan, rekening houdend met het feit dat meer dan een kwart van alle respondenten nog altijd denkt dat de CVP deel uitmaakt van de nieuwe regering? Misschien dat een te strikte vertaling van de Nieuwe Politieke Cultuur, met het risico op nog grotere onbekendheid bij het publiek, meer na- dan voordelen heeft. Een meerderheid (57,1%) van de Vlamingen, zo blijkt uit de enquête, ziet geen graten in politici die willen opdraven in spelletjesprogramma's allerhande. Bij vrouwen (63,1%) en SP-kiezers (65,5%) is de weerstand nog kleiner.DE EMOCRATIE VOORBIJMaakt de hitparade van de populairste politici - gedefinieerd als 'de ideale eerste minister' - duidelijker hoe de kiezer denkt over één jaar paars? De grote winnaar is ongetwijfeld de nieuwe eerste minister Guy Verhofstadt (54,3%), die zijn voorganger Jean-Luc Dehaene (53,9%) voorbijstreeft als populairste politicus van het land. Verhofstadt en Dehaene zijn elkaar waard inzake populariteit, maar ze spreken andere kiezers aan. Zestig-plussers (43%) moeten opmerkelijk minder van Verhofstadt hebben dan de leeftijdsgroepen 17-30 jaar (55%), 31-45 jaar (57%) en 46-60 jaar (58%). De waardering voor Jean-Luc Dehaene is duidelijk leeftijdsgebonden: hoe ouder, hoe meer nostalgie naar het Brabantse trekpaard (17-30 jaar: 47%, 31-45 jaar: 52%, 45-60 jaar: 59%, zestig-plus: 62%). Guy Verhofstadt maakt daarmee een sprong van 19% vooruit, wat van hem de grootste stijger maakt. Ter vergelijking: Vlaams minister-president Patrick Dewael ging amper 1% vooruit. Ex-premier Dehaene wint 2%, al kondigde hij rond zichzelf zowat een media-embargo af. Anders is het lot van de nummers drie en vier. Marc Verwilghen (40%) en Stefaan De Clerck (35%) mogen dan nog volgen in de sporen van de vorige twee premiers, ze zijn ook de grootste verliezers. Dat is merkwaardig. Zowel bij Verwilghen als bij De Clerck boomde de populariteit met de affaire-Dutroux, een periode waarin beiden genoemd werden als kandidaat-premiers. Op 13 juni deden ze het niet slecht in de stembus, en ze kregen dan ook allebei een hoog mandaat om dat plebisciet te verzilveren: Marc Verwilghen als minister van Justitie, Stefaan De Clerck als CVP-voorzitter. Een goed half jaar later blijken beide functies verwoestend voor hun populariteit. Stefaan De Clerck duikelde 11% omlaag, Marc Verwilghen zelfs 13%. Daarmee levert de VLD zowel de grootste winnaar (Verhofstadt) als de grootste verliezer (Verwilghen). In de kopgroep van de verliezers heeft zich overigens, tussen Verwilghen en De Clerck, hun generatiegenoot Bert Anciaux genesteld (min 12%). Ook op het Vlaams ministerie van Cultuur is het niet makkelijk als beleidsman populair te blijven. Net nu Hugo De Ridder in zijn jongste roman uitvaart tegen de machtsgreep van de emocraten, blijken de drie politici die deze stroming symboliseren al aan populariteit te hebben ingeboet. Over het algemeen moeten de coryfeeën van de vorige meerderheid inleveren, met aanzienlijke achteruitgang voor Miet Smet (min 12%), Luc Van den Brande (min 10%) en Marc Van Peel (min 6%). Sinds zijn Europese afscheid raakt Karel Van Miert (min 9%) stilaan vergeten. Maar ook anderen moeten inleveren. Bij de groenen slaan Vlaams minister van Welzijn Mieke Vogels (min 4%) en Vlaams fractieleider Jos Geysels (ook min 4%) een belabberd figuur. Dat terwijl de 'groene SP'er', Steve Stevaert, opnieuw stijgt (van 25 naar 27%). Verlies is er voor andere SP-kopstukken als Johan Vande Lanotte, Norbert De Batselier (beiden min 2%) en de op Leuven teruggeplooide Louis Tobback (min 4%). Ook het vermelden waard: Vlaams-Blokkers Filip De Winter en Johan Demol leveren alletwee 2% in.VERWARRING TROEFIn de meeste partijen is de pikorde duidelijk. Geen discussie bij de VLD, waar de premier uittroont boven Patrick Dewael (26%), Herman De Croo (23%) of Rik Daems (15%), drie politici die zich in een recent verleden nog tot het VLD-voorzitterschap geroepen voelden. Een analyse van het stemgedrag van de VLD-kiezers accentueert alleen maar Verhofstadts eersterangsrol (86,6%) en wijst anderen in verhouding verder terug. Rik Daems bijvoorbeeld, die blijkens een uitgelekte nota van zijn ex-medewerker Randall Lesaffer soms hoge verwachtingen wekt, moet het met 23,6% bij zijn eigen achterban afleggen tegen Johan Vande Lanotte (29,1%) of Mieke Vogels (29,9%). Uit de poll van de CVP-kiezers spreekt dan weer verwarring. Jean-Luc Dehaene blijft hun favoriet (79,1%). Stefaan De Clerck bekoort ook in eigen gelederen minder dan een op de twee (41,8%). De rest volgt op enige afstand (Marc Van Peel 34,1%; Herman Van Rompuy 25,3%; Miet Smet 24,2%; Luc Van den Brande 19,8%). De SP-achterban lijkt Steve Stevaert (61,8%) stilaan te aanvaarden als zijn nieuwe politieke voorman. Inzake populariteit moet Johan Vande Lanotte het tegen hem afleggen (47,3%). Louis Tobback staat hier nog sterk (43,6%), Luc Van den Bossche (23,6%) en Norbert De Batselier (21,8%) komen minder uit de verf. SP-voorzitter Patrick Janssens (14,5%) krijgt in eigen kring moeilijk voet aan de grond. Bij het groene publiek blijft Mieke Vogels het goed doen (65,3%) en slaat Magda Aelvoet (33,3%) als minister duidelijk meer aan dan Eddy Boutmans als staatssecretaris. Met een populariteit van 6,9% bij de eigen Agalev-kiezers vestigt die een absoluut diepterecord. Bij de VU-stemmers blijft Bert Anciaux het populairst (66,7%). Hier blijkt ook hoe de appreciatie van de partijleden soms verschilt met die van haar kiezers. Voorzitter Geert Bourgois krijgt 5,6% achter zich, diens verslagen opponent Patrik Vankrunkelsven een meer royale 27,8%. Nog dit: van een aantal politici neemt de populariteit duidelijk toe naarmate de leeftijd van de respondenten stijgt. Voor sommigen (Herman De Croo, Jean-Luc Dehaene, Louis Tobback) is dat generatieverschijnsel ergens wel logisch. Voor anderen (Vande Lanotte, Verwilghen, De Clerck) al veel minder. Het omgekeerde fenomeen doet zich voor bij Bert Anciaux: de minister van Jeugd is het populairst bij de min-dertigers. Vrouwelijke politici als Miet Smet (24,8% tegen 16,8%), Magda Aelvoet (14,4% tegen 10,7%) en Mieke Vogels (36,8% tegen 22,1%) scoren duidelijk beter bij vrouwen dan bij mannen. Dat is trouwens ook het geval bij Bert Anciaux (30,7% tegen 21,1%) en Louis Tobback (29,6% tegen 23,5%), die kennelijk dames op leeftijd charmeert. En uitgerekend van Luc Van den Bossche (13,1% tegen 23,2%) moeten vrouwen verhoudingsgewijs het minst weten: sic transit gloria mundi. Walter Pauli