JOZEF HENDRICKX
...

JOZEF HENDRICKX Speelgoedfabrikanten vinden wel degelijk dat kinderen veilig speelgoed in hun handen moeten krijgen. Maar daartoe volstaat het CE-keurmerk. Dat zegt Jozef Hendrickx, fabrikant en invoerder van speelgoed en met DIMA (Didactisch Materiaal) 37 jaar op de Europese Speelgoedmarkt.?Speelgoed moet een zogenaamd CE-keurmerk dragen. De normen daarvoor zijn vastgesteld door een internationale commissie waarin zowel de Europese landen als, bijvoorbeeld, Canada en de Verenigde Staten zitten. Iedereen weet dat de Amerikaanse normen zeer streng zijn, al was het maar uit angst voor gerechtszaken. De normen gelden van bij de fabricage. Van elk product dat ontwikkeld en gefabriceerd wordt, gaan monsters naar een labo dat uitvoerige tests doet en per product een heel dossier aflevert. Pas daarna mag de fabrikant een label met het CE-keurmerk aanbrengen. Die tests zijn vrij duur en worden door de fabrikant betaald. Wat de prijs van het product natuurlijk wel omhoog trekt. Ook bij de in- en uitvoerder wordt gecontroleerd. In België gebeurt dat door de dienst Economische Inspectie van het Ministerie van Economische Zaken. De inspecteurs komen onaangekondigd langs, nemen één of meerdere producten mee voor controle. Idem voor de winkels waar speelgoed verkocht wordt. Maar de normen gelden dus alleen voor speelgoed, dat in kinderhanden terechtkomt, en niet voor de sportartikelen die ook in speelgoedwinkels verkocht worden. De klachten dat, bijvoorbeeld, pluchen dieren hun haar verliezen, kennen we. Dat hangt af van het soort pluche dat gebruikt is. In elk geval is het materiaal, ook als het ingeslikt wordt, niet gevaarlijk voor de gezondheid. We horen nog altijd dat speelgoedzaken speelgoed verkopen dat niet aan de normen voldoet. Ik twijfel eraan dat dat voorkomt, omdat dergelijk speelgoed uit de handel zou worden genomen. Maar men vergeet dat sportartikelen, bijvoorbeeld, of zuigflessen niet onder de speelgoedwetgeving vallen, ook al worden ze in speelgoedzaken verkocht. Er zijn ook landen bijvoorbeeld in het voormalige Oostblok die van onze producten eisen dat ze het CE-keurmerk dragen, maar zelf erg weinig rekening houden met de Europese normen bij de fabricage van hun speelgoed. De invoer uit die landen is echter miniem. Het speelgoed dat in de Belgische winkels te koop wordt aangeboden, is in orde.? GUIDO ADRIAENSSENS In speciaalzaken wordt nog amper onveilig speelgoed verkocht. Maar in bazars, doe-het-zelfzaken en op kermissen is het aanbod dikwijls ronduit gevaarlijk. De consumentenorganisatie Testaankoop wil dat er nog alleen veilig speelgoed wordt geproduceerd. Dat zegt projectleider Guido Adriaenssens.?De huidige Europese normen vertonen gebreken. Ze zijn vrij algemeen. In de zin van : speelgoed moet veilig zijn. Wàt veilig is, wordt niet altijd duidelijk gemaakt. Er wordt niet in detail op ingegaan. De mechanische en fysische eigenschappen van speelgoed worden wel goed omschreven, dat wil zeggen dat goed vastligt hoe groot of hoe klein speelgoed mag zijn voor welke leeftijd. Maar de richtlijn is ook daar algemeen. Er zijn maar twee leeftijden : onder en boven de drie jaar. Meer uitleg over scherpe randen of, bijvoorbeeld, punten van scharen volgt niet. Een werkgroep bereidt internationale, dus niet alleen Europese, normen voor. Dat gebeurt in de Internationale Standaardisatie Commissie, kortweg Iso. Die werkgroep vertrekt van de Europese normen, maar wil ze uitbreiden. Er moeten zoals gezegd betere specificaties naar leeftijd komen. Ook inzake brandbaarheid moet beter worden vastgelegd welke chemische stoffen nog kunnen worden toegelaten. Controle na productie is namelijk zeer duur. Het kost een consumentenorganisatie al snel 100.000 frank om te onderzoeken of één speelgoed verboden chemische stoffen bevat of niet. Dat is visueel niet vaststelbaar. Wij pleiten dan ook voor productienormen, vertrekkend van een positieve lijst van producten die mogen worden gebruikt. De controle moet in de fabrieken gebeuren. Nu wordt veilig speelgoed uit de markt gehaald omdat er niet opstaat dat het geproduceerd wordt volgens de Europese norm. Dat wil niet eens zeggen dat er een controle is uitgevoerd. Andersom kan onveilig speelgoed blijven circuleren, omdat het labeltje wel is aangebracht. Uit onderzoek blijkt dat in de speelgoedwinkels en in de grote ketens bijna geen onveilig speelgoed meer ligt. Maar in de rommelwinkels en andere doe-het-zelfzaken waar sporadisch prullaria uit een of ander Aziatisch land worden aangevoerd, is de situatie slechter. Op kermissen kunnen binnen de kortste keren honderden gevaarlijke producten in beslag worden genomen. Dat zijn voorwerpen met scherpe randen, te kleine onderdelen, geweren die te snel afgaan. Die moeten verboden worden.? Opgetekend door Misjoe Verleyen en Peter Renard