Het lijkt erop dat in Caïro de bloedige cirkel van de Egyptische geschiedenis rond is. Eerst stroomde het Tahrirplein vol met mensen die het einde eisten van een door het leger gesteunde dictatuur. Amper twee jaar later stroomde het Tahrirplein weer vol, nu om de terugkeer van een door het leger gesteunde dictatuur te eisen. In 2011 leek het erop dat Egypte een keerpunt had bereikt, maar uiteindelijk bleek dat een draai van 360 graden te zijn. We zijn weer terug bij een 'tijdelijke' noodtoestand die waarschijnlijk jaren zal duren.
...

Het lijkt erop dat in Caïro de bloedige cirkel van de Egyptische geschiedenis rond is. Eerst stroomde het Tahrirplein vol met mensen die het einde eisten van een door het leger gesteunde dictatuur. Amper twee jaar later stroomde het Tahrirplein weer vol, nu om de terugkeer van een door het leger gesteunde dictatuur te eisen. In 2011 leek het erop dat Egypte een keerpunt had bereikt, maar uiteindelijk bleek dat een draai van 360 graden te zijn. We zijn weer terug bij een 'tijdelijke' noodtoestand die waarschijnlijk jaren zal duren. Toch is voor het Midden-Oosten als geheel - en waarschijnlijk geldt dat ook voor Egypte - het verhaal van de revolutie nog lang niet geschreven. In Syrië woedt een burgeroorlog die een steeds meer sektarisch karakter krijgt. In Tunesië nemen de protesten tegen de islamistische regering toe in de nasleep van alweer een moord op een seculiere politicus. In Libië zien we steeds meer geweld tussen rivaliserende milities. Jihadistisch geweld grijpt als een epidemie om zich heen, zelfs tot in Mali en Nigeria. Jemen is al zo gevaarlijk geworden dat het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten twee weken geleden hun ambassades in de hoofdstad Sanaa moesten evacueren. Alleen in de rijke vorstendommen aan de Golf heerst nog enige stabiliteit, maar die berust in hoge mate op de hoge olieprijs, waardoor de diverse koningshuizen hun burgers kunnen omkopen om volgzaam te blijven. De verwachting was dat de Arabische Lente in het Midden-Oosten een democratischer politiek bestel zou inluiden. In de VS waren begin 2011 zowel conservatieven als liberalen verheugd over het vooruitzicht op een nieuw Egypte, dat zou worden bestuurd door hippe, jonge Google-managers. Dit zou een door Twitter aangestuurde revolutie worden. Maar de eersten die er profijt van trokken, waren bebaarde islamisten die de sharia wilden invoeren. Een van die islamistische groeperingen, de Moslimbroederschap, lijkt de kans om Egypte te regeren te hebben verknald. De kans op een succesvolle westerse interventie in Syrië om te helpen bij het afzetten van de plaatselijke dictator is min of meer verkeken, juist omdat jihadistische groepen de oorlog tegen president Bashar al-Assad hebben overgenomen. De protesten, die het misleidende etiket 'Arabische Lente' opgeplakt kregen, hebben meerdere conflicten blootgelegd tussen verschillende, elkaar soms overlappende groepen. Als eerste kwamen er conflicten naar boven rond economische kwesties en politieke vrijheden. Jeugdwerkloosheid, hoge voedselprijzen en wijdverbreide corruptie waren de grieven die leidden tot het verjagen van de despoten in Tunesië, Egypte en Libië. Die grieven zijn er nog steeds. In Caïro werden tegen Mohamed Morsi veelal dezelfde argumenten gebruikt als eerder tegen Hosni Mubarak. Alleen: nu pas zien we hoe complex en gelaagd deze samenlevingen zijn, want er worden nu drie breuklijnen zichtbaar. De eerste draait om identiteit: wie zijn we en hoe organiseren we onze samenleving? Hier loopt een scheidslijn tussen degenen die een Arabische nationale identiteit willen benadrukken, en degenen die een islamitische religieuze identiteit belangrijker vinden. Binnen deze groepen lopen weer andere scheidslijnen. Sommige pan-arabisten zijn liberaal, anderen zijn socialist en weer anderen zijn ongegeneerd militarist. De tweede breuklijn is die tussen stedelijk en landelijk. Stedelingen in deze regio zijn minder religieus en meer op het Westen georiënteerd. De plattelanders zijn conservatiever en staan uiterst wantrouwig tegenover het Westen. Dat beeld wordt nog gecompliceerd door degenen die gevangenzitten in het niemandsland tussen de landelijke en stedelijke gebieden. In die uitdijende sloppenwijken leven miljoenen mensen in armoede en ellende met amper uitzicht op werk. En de derde breuklijn dateert al van voor deze nieuwe onlusten: het sektarisme, en dan vooral de rivaliteit in de hele regio tussen de soennitische en sjiitische varianten van de islam. Deze kloven die door het Midden-Oosten lopen zijn zó breed en diep dat de verleiding groot is om te zeggen dat democratie hier gedoemd is om te mislukken. Vroeg of laat, zeggen pessimisten nu, zullen de landen van de Arabische Lente weer streng geregeerd worden door 'sterke mannen'. Zoals David Pryce-Jones ruim twintig jaar geleden schreef in The Closed Circle lijkt het erop dat een leider die in deze op schaamte en eergevoel gebaseerde culturen aan de macht wil blijven de volgende strategieën tegelijk moet hanteren: een sfeer van angst oproepen, rivalen meedogenloos uit de weg ruimen, vertrouwelingen benoemen bij het leger en de veiligheidsdiensten, allianties met het buitenland voor eigen voordeel inzetten, en (uiteraard) overal in de openbare ruimte borstbeelden, portretten en standbeelden van zichzelf neerzetten. Toch ben ik niet zo pessimistisch dat ik een volledig herstel van de oude orde verwacht. De Arabische Lente lijkt misschien te zijn mislukt, de Arabische wereld is toch in veel belangrijke opzichten onomkeerbaar veranderd. Om te beginnen is het tribalisme niet meer zo bindend als het vroeger was. Individuen binnen een stam of clan hebben ook andere loyaliteiten ontwikkeld, en kunnen traditionele vormen van gezag trotseren op manieren die een generatie geleden nog ondenkbaar waren. De combinatie van verstedelijking, een jonge bevolking, ontheemde mensen en emigratie zal de trouw aan stam en clan nog verder uithollen. Ten tweede wordt de radicale islam minder aantrekkelijk. Dat is een paradoxale trend, want de islamisten kunnen nog altijd rekenen op een grote, trouwe aanhang onder de bevolking. Maar nu mensen hebben gezien hoe het toegaat in landen waar islamisten aan de macht zijn gekomen, is het niet langer vanzelfsprekend dat de sharia het antwoord is op alle problemen van de moderne tijd. Dat verklaart de terugslag waarmee de islamisten in Egypte, Tunesië en elders te maken hebben. Daarnaast heeft de globalisering tot veranderingen geleid in de houding tegenover het Westen. Dankzij migratie en telecommunicatie staan met name Arabieren, maar ook moslims in het algemeen, nu zowel fysiek als virtueel meer in contact met Europa en de VS dan ooit tevoren. Ten vierde kan de opkomst van tot nu toe onderdrukte belangengroeperingen niet meer ongedaan worden gemaakt. Vrouwen, religieuze minderheden en zelfs homoseksuelen blijven weliswaar zeer kwetsbaar in het Midden-Oosten en Noord-Afrika, maar dergelijke groepen organiseren zich nu en worden sterker. Vooral het feminisme is een van de verrassende winnaars van de afgelopen drie jaar in Egypte. En ten slotte is het veelzeggend dat het herstelde militaire bewind in Egypte voor zijn financiering op de Golfstaten rekent en niet op de VS. Vorige week onderbrak president Barack Obama zijn vakantie om aan te kondigen dat de gezamenlijke militaire oefening van de VS en Egypte niet doorging. De Amerikaanse minderheid die nog gelooft in de Arabische Lente dringt er bij hem op aan om nog verder te gaan. Maar zelfs als hij bezuinigt op de Amerikaanse hulp aan Egypte maakt dat nog niet veel verschil. Saudi-Arabië en de emiraten kunnen dat makkelijk compenseren. Betekenen al die verregaande veranderingen dat het Midden-Oosten nu op de drempel van een glorieus nieuw tijdperk van vrede, democratie, vrijheid en voorspoed staat? Integendeel. De botsing van de traditionele scheidslijnen in de regio met deze nieuwe, ontregelende ontwikkelingen zal allesbehalve vredig verlopen. Ik zie met angst en beven een langdurige periode van conflicten tegemoet waarbij revolutionaire en religieuze oorlogen samenvallen en op elkaar inwerken. Het enige wat we met enige zekerheid kunnen zeggen, is dat een terugkeer naar de dagen van weleer uitgesloten is. 'Nu men heeft gezien hoe het toegaat in landen waar islamisten aan de macht zijn, is het niet langer vanzelfsprekend dat de sharia het antwoord is op alles.' 'Ik zie met angst en beven een langdurige periode van conflicten tegemoet waarbij revolutionaire en religieuze oorlogen samenvallen en op elkaar inwerken.'