In 1981 ontving ik in het Egmontpaleis te Brussel de toenmalige Griekse president Konstandinos Karamanlis, een man die jarenlang tegen het Griekse kolonelsregime had gestreden, in ballingschap was gegaan en die na de val van de kolonels als een held in zijn eigen land was onthaald en eerste minister en later president was geworden. In een toespraak verwees ik naar het feit dat wij in onze Europese democratieën enorm schatplichtig zijn aan het oude Griekenland en ik riep uit: 'Wij zijn allemaal Grieken.' Karamanlis was tot tranen toe bewogen.
...

In 1981 ontving ik in het Egmontpaleis te Brussel de toenmalige Griekse president Konstandinos Karamanlis, een man die jarenlang tegen het Griekse kolonelsregime had gestreden, in ballingschap was gegaan en die na de val van de kolonels als een held in zijn eigen land was onthaald en eerste minister en later president was geworden. In een toespraak verwees ik naar het feit dat wij in onze Europese democratieën enorm schatplichtig zijn aan het oude Griekenland en ik riep uit: 'Wij zijn allemaal Grieken.' Karamanlis was tot tranen toe bewogen. Inmiddels is er met en in Griekenland veel gebeurd. Vorig jaar was ik in Griekenland en bezocht ik de prachtige site van Olympia, waar ooit de Olympische Spelen voor het eerst werden georganiseerd in de zesde eeuw voor Christus. We hadden een uitstekende vrouwelijke gids die perfect Engels sprak. In de bus die ons terugbracht, zat ik naast haar. Ze klaagde steen en been over de draconische besparingen waaraan de Grieken door de regering werden onderworpen. Met grote verbolgenheid vertelde ze mij dat zij nu ook een belasting op het onroerend bezit zou moeten betalen. Ik legde haar uit dat dit bij ons al sinds mensenheugenis het geval was. 'Dat is mogelijk,' zei ze, 'maar in Griekenland bestaat gelukkig geen kadaster. Dus weet niemand wat we eigenlijk als vastgoed bezitten. Maar die perverse regering heft een vastgoedbelasting op basis van de elektrische stroom die wij verbruiken, want dat is een aanduiding van de ruimte die wij bewonen en moeten verwarmen. Gewoon diabolisch', riep de vrouw uit. 'Welnu, meneer, ik heb vanochtend mijn elektriciteitscontract opgezegd!' 'Hoe gaat u dan uw huis verlichten en verwarmen?' vroeg ik aarzelend. 'Wel,' vervolgde ze op besliste toon, 'ik heb een grote bewondering voor Socrates. Die had geen elektriciteit. Hij verwarmde zich met een open haard en verlichtte zijn huis met olielampen. Ik ga hetzelfde doen.' De dame bleek dus erg stoïsch. De maanden daarna is gebleken dat de Grieken tot dertig procent op hun salarissen en pensioenen hebben moeten inleveren en dat zelfs de nationale radio en televisie werd gesloten, wegens begrotingsbesparingen. Maar dan gebeurde iets ongehoords. De technocraten van het Internationaal Monetair Fonds pakten uit met een nota waarin beschreven stond dat men Griekenland had onderworpen aan een overdreven en onredelijke budgettaire vermageringskuur en dat men bezig was dit land te verplichten zich kapot te besparen. Door deze verklaring werd de regering-Samaras in grote moeilijkheden gebracht. Toch legden de IMF-ambtenaren de vinger op de wonde. Griekenland moet inderdaad veel meer budgettaire discipline in acht nemen. Maar tegelijkertijd moet in Europa de economische groei, vooral met het oog op werkgelegenheid, krachtig worden gestimuleerd. En dat gebeurt onvoldoende. Er wordt in Europa genoeg gespaard door de burgers, maar het geld blijft sluimeren op spaarrekeningen. De banken weten met hun geld geen blijf. Al geruime tijd pleit ik voor een grootscheepse Europese New Deal, waarbij massaal zou worden geïnvesteerd in infrastructuurwerken, hernieuwbare energieën, onderzoek en ontwikkeling, gezondheidszorg... Het geld zou moeten worden ingezameld door een Europese instelling, zoals het European Stability Mechanism, die als bank zou fungeren. De lidstaten zouden dan trekkingsrechten krijgen voor de financiering van groeibevorderende projecten. Dat zou opnieuw hoop geven aan de 22 miljoen werklozen die Europa nu telt. Toen ik minister van Financiën was, maakte men het onderscheid tussen de begroting van de lopende uitgaven - de gewone begroting - en die van de investeringsuitgaven - de buitengewone begroting. De eerste moest in evenwicht zijn, wat wil zeggen dat al die uitgaven dienden gedekt te zijn door fiscale opbrengsten. Maar voor de investeringsbegroting kon worden geleend op de markt of bij de banken omdat het bij bepaling ging om uitgaven die een vermenigvuldigingseffect zouden hebben op het bruto nationaal product. Terugbetaling zou dan geschieden dankzij de groei van de economie. Europa zou deze werkmethode moeten opleggen aan de lidstaten. Niet elk begrotingstekort is slecht. Indien het deficit leidt tot een meervoudig groei-effect, kan het zelfs heilzaam zijn. Er wordt in Europa genoeg gespaard door de burgers, maar het geld blijft sluimeren op spaarrekeningen.