Het doet me deugd om in de paus iets van Jezus te mogen herkennen. Het is anders geweest... Zijn realiteitszin, menslievendheid en idealisme werken inspirerend en appellerend, en niet alleen voor mij. Zo blijkt nu ook in zijn tekst De vreugde van het evangelie, die vorige week werd uitgebracht.
...

Het doet me deugd om in de paus iets van Jezus te mogen herkennen. Het is anders geweest... Zijn realiteitszin, menslievendheid en idealisme werken inspirerend en appellerend, en niet alleen voor mij. Zo blijkt nu ook in zijn tekst De vreugde van het evangelie, die vorige week werd uitgebracht. Tegen de achtergrond van de vijftigste verjaardag van het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965) begon in oktober 2012 in de rooms-katholieke kerk een 'Jaar van het geloof'. Diezelfde maand zaten heel wat bisschoppen in Rome samen om na te denken over wegen om het evangelie (opnieuw) aan de man te brengen. Die bisschoppensynode richtte het verzoek aan paus Benedictus XVI om een apostolische exhortatie te schrijven: een schrijven waarin de paus aanspoort om zich van bepaalde taken te kwijten. En toen gebeurde het: Benedictus ging en Franciscus kwam. Een nieuwe wind ging waaien, qua stijl maar ook in de teksten van de paus. De exhortatie van Franciscus, die het 'Jaar van het geloof' afrondt, is geschreven in een stijl die veel toegankelijker is dan de teksten van zijn voorgangers. Het is hem in deze programmaverklaring te doen om een nieuwe fase van de evangelisatie, 'een fase gekenmerkt door enthousiasme en vitaliteit'. In het licht van het negatieve nieuws van de afgelopen jaren zou dergelijke doelstelling wereldvreemd kunnen overkomen. Maar dat is ze nu net niet. Franciscus benoemt heel duidelijk de tekenen des tijds, met bijzondere aandacht voor de zwakke mens: de eenzame, de zieke, de uitgerangeerde. En vooral de armen, die onze 'voorkeursoptie' verdienen: een term die bevrijdingstheologen nog niet zo lang geleden in de problemen bracht in Rome. Franciscus wil niet op de kap van de zwakken het evangelie opnieuw promoten, maar via het evangelie iedere mens aanreiken wat wij allen verlangen: welzijn en geluk. Ja, deze brief is een evangelisch geïnspireerde aanmoediging en bemoediging, met de voeten in de realiteit. De paus geeft te hopen, ook op het vlak van de organisatie van de kerk zelf. Alles wat de trouw aan het evangelie verhindert, moet veranderen. Ook de structuren dus. Zelf neemt hij het woord decentralisatie in de mond. En Franciscus gaat nog verder: in ieder bisdom dient er te worden nagedacht over de interne organisatie, met het oog op een zo authentiek mogelijke evangelisatie. Een groter gezag toekennen aan bisschoppen is natuurlijk prima, vind ik, maar wat met een bisschop die niet goed omgaat met het grotere gezag dat hij kreeg? En wat Franciscus verwacht van anderen wil hij ook op zijn eigen ambt toepassen: hij geeft aan open te staan voor iedere suggestie die het pausschap meer dienstbaar kan maken. Nadat we dit jaar een paus hebben gehad die is afgetreden - een uitermate moedige stap - hebben we nu een paus die de invulling van zijn eigen functie ter discussie durft te stellen. Franciscus verwijst naar paus Johannes Paulus II, die in 1995 ook al iets in die zin had geopperd, maar hij voegt er meteen aan toe dat er sindsdien weinig of niets is veranderd. Het feit dat hij momenteel via bisschoppenconferenties alle gedoopten wereldwijd uitnodigt om mee te werken aan een bevraging over het gezin, zegt niet alleen veel over de grotere waarde die hij aan bisschoppenconferenties wil geven, maar ook over de responsabilisering van iedere gelovige, of die nu gewijd is of niet. We mogen het niet bij woorden laten, dat lijkt wel het waarmerk te zijn van paus Franciscus. Wie weet waartoe dat nog zal leiden. We beleven alvast boeiende tijden in de kerk. Na het concilie werd in steeds toenemende mate de leer van de kerk beklemtoond in plaats van het concrete leven van mensen. Het is ronduit verfrissend om de omkering daarvan te lezen in Franciscus' tekst: willen we evangeliseren, dan primeert de naastenliefde, niet het dogma. En ook: niet de angst mag regeren - bijvoorbeeld de angst om tegen de kar van Rome te rijden. Nee, vrijmoedigheid mag er zijn, moet er zijn. Natuurlijk is met Franciscus niet alles mogelijk - vrouwen zullen jammer genoeg ook onder zijn bestuur geen priester worden - maar alles mag wel gezegd worden zonder vrees voor Romeinse represailles. Het is anders geweest. Waar geen angst hoeft te zijn, krijgt vreugde ruimte. Ook die van de Blijde Boodschap. Franciscus benoemt heel duidelijk de tekenen des tijds, met bijzondere aandacht voor de zwakke mens.