Spanje heeft een nieuw premier : Jose Maria Aznar. Maar de echte macht ligt weer in handen van de Catalaanse president Jordi Pujol.
...

Spanje heeft een nieuw premier : Jose Maria Aznar. Maar de echte macht ligt weer in handen van de Catalaanse president Jordi Pujol. DE nieuwe premier van Spanje, Jose Maria Aznar, legde vorig weekeinde de eed af en stelde zijn regering voor. Daarin zetelen voor het eerst vier vrouwen maar aan vrouwelijke fans ontbreekt het Aznar nu eenmaal niet binnen een wat vreemd samengesteld gezelschap van onafhankelijken, Opus-Dei-freaks (als weerspiegeling van de oude aanhang van generaal Francisco Franco), en regionale vertegenwoordigers van de Volkspartij (PP) van Aznar. Die regering geniet de steun van drie regionale partijen : de Baskische, Catalaanse en die van de Canarische Eilanden. Dat mag verwondering wekken, want Aznar voerde een groot deel van zijn campagne rond de slogan ?meer macht aan de nationale regering, minder bevoegdheden voor de regio's.? Maar na de verkiezingen van 3 maart, moest Aznar zalf strijken over zijn straffe taal. Zijn Volkspartij won, maar zonder absolute meerderheid. Dus moet hij coalitie-partners opdelven. Links was daarbij vanzelfsprekend uitgesloten. Wat overbleef, waren uitgerekend de kleine partijen die meer macht voor de zeventien regio's bepleiten. Binnen die regionalisten eist de Catalaanse Convergentie en Unie (CiU) van Jordi Pujol de hoofdrol op. Door haar aantal zetels (zestien), maar vooral als vertegenwoordiger van één van de rijkste regio's in Spanje. Het inkomen per hoofd ligt in Catalonië dubbel zo hoog als in de armste zuidelijke staten. Als woordvoerder van de Catalaanse macht bij uitstek de middenstand en de industriëlen vertegenwoordigt de CiU méér dan de grootste van de kleine partijen. Bovendien levert ze sinds 1980 de Catalaanse president : de 65-jarige Pujol. GEVANGENIS.Jordi Pujol studeert geneeskunde, maar vindt werk bij een Catalaanse bank. Franco zet hem drie jaar in de gevangenis wegens nationalisme, een doodzonde in zijn centralistische regime. In 1974, een jaar voor de dood van Franco, richt Pujol een eigen partij op Convergentie van Catalaanse Democraten die na haar samengaan met de Christen-democratische Unie haar naam verandert in Convergencia i Unio. Het programma van die CiU valt moeilijk te omschrijven : de partij staat een liberale economische maar streng christelijke politiek voor. Een wetsvoorstel tot legalisering van abortus is trouwens een van de breekpunten voor de steun aan de socialistische regering van Felipe Gonzalez. Misschien kan het CiU-programma nog het best als volgt worden samengevat : ?Catalonië op de eerste plaats en voorts zien we wel.? In 1978 drukt de pragmatische Pujol zijn stempel op de nieuwe grondwet. Die geldt als antwoord op het Franco-regime. De generaal kweekte immers een grondige afkeer tegen alles wat de centrale macht kon aantasten en verketterde daarbij alle strekkingen van regionalisme. Na zijn dood bloeit het regionalisme snel op en verleent het zichzelf het aureool van verzet tegen de dictatuur. De grondwet van 1978, die 88 procent van de Spaanse kiezers aanvaardt, deelt Spanje op in zeventien regio's, met elk een eigen autonoom systeem. Pujol speelt de ?historische? betekenis van zijn Catalonië handig uit, onder meer door speciale taalwetten door het parlement te duwen. Hij is zelfs bereid om daarvoor processen te voeren, én te winnen. Tegelijk irriteert hij de rest van Spanje door altijd Catalaans te spreken, zodat de nationale televisie hém als enig politicus moet ondertitelen. Zijn macht en machtsuitbreiding dankt Pujol grotendeels aan zijn opportunistische steun voor de regering-Gonzalez. Als de socialistische PSOE in 1993 de absolute meerderheid door de vingers ziet glippen, wil hij best nog de schouders onder de minderheidsregering zetten, maar wel in ruil voor wat meer geld voor Catalonië, wat meer ambtenaren in de eigen regio en wat meer eigen beslissingen. Niemand weet haarfijn wat de kleine Pujol en Gonzalez tijdens hun ontmoetingen afspreken, maar precies die geheimzinnigheid komt Pujol perfect uit. Zo kan hij elke kleine Catalaanse stap vooruit voorstellen als een overwinning op het centralistische Madrid. In dat kader passen ook zijn vele buitenlandse reizen, waarbij hij zich als een staatshoofd gedraagt. Toch slikken de socialisten niet alles van hem. Met lede ogen moet hij, bijvoorbeeld, toezien hoe andere regio's Baskenland en Navarra wél hun eigen belastingen innen, terwijl vanuit de hoofdstad Madrid slechts een deel van de centraal geïnde belastingen naar het rijke Catalonië terugvloeit. MELKKOE.Het sterkt Pujol in de overtuiging dat Catalonië als de melkkoe van Spanje dient. Hij noemt Catalonië een aparte staat, onvergelijkbaar met onverschillig welk ander Spaans gebied en bedenkt vanuit die vaststelling de typische Pujol-term ?asymmetrisch federalisme.? Dat verdedigt een autonomie, die op maat van elke regio apart gesneden is. Québec, met zijn aparte status binnen Canada, staat daarbij te pronk als het goede voorbeeld, al denkt geen haar op het hoofd van Pujol eraan om Catalonië naar een volledige onafhankelijkheid te sturen. Wél wil hij de erkenning van de Catalaanse cultuur, taal en natie. En zie, wat hij niet van Gonzalez krijgt, biedt de sterk centralistisch denkende Aznar hem aan. Dat de oprichter van Aznars Volkspartij, Manuel Fraga, tegelijk het presidentschap van Galicië waarneemt en Aznar zeker de voordelen van de regionale autonomie in het oor heeft gefluisterd, verstevigt alleen maar de positie van Pujol. In het vernieuwde Spanje mogen voortaan alle regio's dertig procent van de daar geïnde belastingen plus een deel van de btw zelf beheren. Ze krijgen controle op het gebruik van bouwgrond aan de kusten, een goudmijn met het oog op het toerisme. Ook de havens vallen ineens onder het regionale bestuur, te beginnen met de Catalaanse haven Barcelona. Dat alles bezorgt Pujol het uitzicht op een fiscale autonomie, maar vooral op een eigen industrieel en economisch beleid. Hij kan, bijvoorbeeld, ongemoeid de belasting op de ondernemingen verminderen, financiële steun uitschrijven voor de creatie van meer werk en, in het raam van datzelfde gevecht tegen de werkloosheid, taksvrije zones inrichten om buitenlandse investeringen aan te lokken. Met die aanpak leunt Pujol aan bij de regering-Aznar, die ook op allerhande manieren economische groei wil forceren. Dat ?zijn? Catalonië daarbij als economisch proefterrein fungeert, daarover breekt Pujol zich het hoofd niet. Als tegenover die experimenten maar veel geld staat. Catalonië eerst en voor de rest zien we wel. Hoewel hij schaamteloos zijn eigen projecten koopt en verkoopt, behoudt Pujol de uitstraling van een sfinx. Er komen bijnamen genoeg voor zijn voeten gerold : onderkoning van Catalonië, tuinkabouter, Catalaanse dwerg. Voor iemand die veel ijdelheid wordt toegedicht, blijft hij anders wel opvallend in de schaduw. Wellicht beseft hij dat echte macht onzichtbaar blijft. Aznar kan op hem rekenen. Voorlopig, toch. Want het verlanglijstje van Pujol is lang. Misjoe VerleyenHet Spaanse parlement applaudisseert voor de nieuwe premier, Jose Maria Aznar : economische groei afdwingen.Jordi Pujol (links) en Jose Maria Aznar : een handdruk van de kingmaker.