De onderhandelingen over een nieuwe staatshervorming zijn - voorlopig toch - de laatste rechte lijn ingegaan. In twee werkgroepen met vertegenwoordigers van de regeringspartijen en de groenen duwt premier Yves Leterme (CD&V) de kar met nota's over bevoegdheden die kunnen worden overgeheveld, nieuwe financieringsregels, de toekomst van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en uitwegen voor Brussel-Halle-Vilvoorde.
...

De onderhandelingen over een nieuwe staatshervorming zijn - voorlopig toch - de laatste rechte lijn ingegaan. In twee werkgroepen met vertegenwoordigers van de regeringspartijen en de groenen duwt premier Yves Leterme (CD&V) de kar met nota's over bevoegdheden die kunnen worden overgeheveld, nieuwe financieringsregels, de toekomst van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en uitwegen voor Brussel-Halle-Vilvoorde. Dat over de gesprekken bitter weinig uitlekt, heet al een teken te zijn dat er tegen 15 juli misschien toch nieuwe afspraken kunnen worden gemaakt. Of dat Leterme op dat moment, en omdat niemand iets ziet in vervroegde verkiezingen, van het federale parlement opnieuw uitstel verkrijgt met bijvoorbeeld een staatsmanachtige verklaring dat er genoeg politieke wil is om de gesprekken na de zomer voort te zetten. Wat niet binnenskamers bleef, is een voorstel dat de kern van de hele staatsorganisatie en -huishouding raakt: het geld. Via de huidige financieringswet halen de gewesten en gemeenschappen het grootste deel van hun inkomsten uit een geïndexeerde federale dotatie. Door die overdracht is de federale overheid elk jaar ruim 40 procent van haar belastinginkomsten kwijt. Daar komt een solidariteitsbijdrage voor gewesten met een lage fiscale capaciteit - in casu Wallonië en Brussel - bovenop, met als gevolg ook dat die gewesten weinig baat hebben bij een doelmatig werkgelegenheidsbeleid. Mede door die mechanismen zit de federale overheid in een financieel keurslijf dat steeds harder knelt, terwijl ze wel moet opdraaien voor meer dan 90 procent van de kosten van de vergrijzing (pensioenen, gezondheidszorg). CD&V heeft nu een voorstel, dat bij de N-VA en Open VLD werd getoetst, om dat financieringssysteem te vervangen door een overdracht van 80 procent van de personenbelastingen aan de deelstaten. Naast een basisfinanciering zou elk gewest een deel van die middelen krijgen. Brussel zou extra gecompenseerd worden voor pendelaars uit Vlaanderen en Wallonië. En Vlaanderen zou bovendien rechtstreeks solidair zijn met Franstalig België. In dat schema krijgen de gewesten meer financiële en fiscale verantwoordelijkheid, de solidariteit binnen België blijft overeind, en de federale overheid zou tegen 2020 meer geld overhouden dan volgens de bestaande financieringswet. Hoewel de federale overheid niet eens spectaculair 'rijker' wordt van het CD&V-alternatief (afhankelijk van allerlei sociaaleconomische parameters zou het voor haar tegen 2020 over 1 miljard euro extra gaan), klinkt aan Franstalige zijde een welbekend ' non'. Minister-president Rudy Demotte (PS) gebruikt verderop in deze Knack het woord 'onredelijk', omdat Wallonië en Brussel het meeste zouden verliezen. Maar tegelijk hebben zijn partijgenoten in de federale regering dure plannen om de pensioenen en de gezondheidsuitgaven aanzienlijk te verhogen. Ideologisch verpakken ze dat als 'de strijd tegen de armoede'. Die strijd kan echter alleen gewonnen en betaald worden als de financiering van het staatsbestel evenwichtiger wordt én een 'sociale' staatshervorming de regio's meer armslag geeft om meer mensen aan het werk te zetten. Anders duwen de PS en de andere Franstalige partijen de federale overheid in een spagaat, die sneller dan gedacht onhoudbaar zal zijn. door Patrick Martens