Omstreeks 1097-'98 vonden enkele monniken van de abdij van Molesme in Frankrijk, dat hun medebroeders te veel met "de dingen van de wereld" bezig waren. Ze trokken daarom weg naar het Bourgondische plaatsje Cîteaux, waar zij strikt en sober gingen leven naar de Regel van Benedictus (zesde eeuw). Cîteaux zelf is als abdij niet erg belangrijk geweest. Dat waren wel de stichtingen die van daaruit gebeurden, onder meer Clairvaux van Bernardus. Vanuit Clairvaux werden dan weer nieuwe abdijen ...

Omstreeks 1097-'98 vonden enkele monniken van de abdij van Molesme in Frankrijk, dat hun medebroeders te veel met "de dingen van de wereld" bezig waren. Ze trokken daarom weg naar het Bourgondische plaatsje Cîteaux, waar zij strikt en sober gingen leven naar de Regel van Benedictus (zesde eeuw). Cîteaux zelf is als abdij niet erg belangrijk geweest. Dat waren wel de stichtingen die van daaruit gebeurden, onder meer Clairvaux van Bernardus. Vanuit Clairvaux werden dan weer nieuwe abdijen gesticht, ook bij ons. Villers-la-Ville in Brabant, Val-Saint-Lambert in Luik en Baudeloo in Vlaanderen. Die telkens vertakkende structuur maakte dat de cisterciënzers tussen 1113 en 1119 uitgroeiden tot een echte orde. In 1200 telde zij zo'n 500 abdijen in heel Europa. Bij voorkeur werden de abdijen ingeplant in desolate gebieden waar stromend water te vinden was. De cisterciënzers rooiden bossen en maakten de gronden rijp voor de landbouw of de wijnbouw, zoals in Bourgondië. De abdijen werden telkens naar hetzelfde patroon gebouwd, met een grote kerk, ernaast het pand en daarnaast de woon-, eet- en slaapvertrekken van de monniken en de lekenbroeders. Beide groepen hadden weinig of geen contact met elkaar. De 900ste verjaardag van de Orde van Cîteaux wordt dit jaar herdacht met een reeks manifestaties, vele echter van beperkte omvang en duur. In de Duinenabdij in Koksijde wordt deze zomer aandacht gevraagd voor de schat aan tegeltjes van de voormalige abdij. In Namen staan de schijnwerpers momenteel gericht op alle cisterciënzersabdijen in de streek, zowel van mannen als van vrouwen. De cisterciënzers verkozen de soberheid. Vandaar dat er niet veel kunst in hun kerken te vinden was. In de expositie wordt daarom vooral een beeld van hun leven opgeroepen aan de hand van plannen, prenten en voorwerpen uit het dagelijkse leven, zoals materiaal om kaarsen en hosties te maken. Enkele knappe kunstwerken zijn er toch ook te zien, bijvoorbeeld een "Jésuau", een Jesuskindje in een zilveren kribje. Die kribbetjes waren zeer geliefd in de vrouwenkloosters van de XVde en XVIde eeuw. Merkwaardig genoeg is er ook materiaal te zien om marmer te bewerken. De abdij van Saint-Rémy in Rochefort was immers eeuwenlang eigenaar van de groeven met het bruingetinte marmer. Waar nodig hielpen de cisterciënzers ook de industrie een handje."Les cisterciens en Namurois, XIIIe - XXe siècle", in het Musée des Arts anciens du Namurois, rue de Fer 24 in Namen. Tot 27/9. Niet op maandag.Paul Dossche